DE WINSTVERDELING

De winstverdeling van de Nationale Bank van België

Een onwaarschijnlijke evolutie …

Het EU-verdrag bepaalt dat Nationale Centrale Banken van het ESCB financieel onafhankelijk van hun respectievelijke Staten en/of van hun aandeelhouders moeten kunnen opereren.
Dit houdt in dat zij autonoom over voldoende financiële middelen moeten kunnen beschikken om de door het EU Verdrag en de ESCB-Statuten vereiste, met het ESCB verband houdende taken te vervullen, alsook de eigen nationale taken.

Om dit doel te bereiken maken de aandeelhouders van de NCB’s afspraken met de bestuurders van hun centrale bank omtrent de verhouding van de te reserveren en/of de uit te keren jaarwinsten.
Zij doen dit via aandeelhoudersovereenkomsten en/of leggen dit vast via de Statuten van de respectievelijke centrale bank. We maken geen volledige vergelijkende studie omtrent alle NCB’s, doch verwijzen en vergelijken enkel met De Nederlandsche Bank, omdat het bestuur van de Nationale Bank van België in haar eigen persberichten steeds zelf naar ons buurland refereert.

Bij De Nederlandsche Bank stelt zich geen enkel probleem:

Op basis van het Burgerlijk Wetboek, de Bankwet 1998, de statuten van de Bank en vastgelegde afspraken met de aandeelhouder mag de winst maar voor twee doelen gebruikt worden:
toevoeging aan de reserves of uitkering aan de aandeelhouder.
Een andere bestemming is onmogelijk, en de Rekenkamer kijkt hierop toe.

Het bestuur van De Nederlandsche Bank bepaalt vooraf welk deel van de jaarwinsten wordt aangewend om voorzieningen aan te leggen, als indekking van diverse risico’s. Wat overblijft is de “te bestemmen jaarwinst” en die wordt volgens eerder gemaakte afspraken met de aandeelhouder bestemd: naar de reserves ofwel uit te keren, wat uitsluitend kan aan de aandeelhouder.
De “gemaakte afspraak” is het resultaat van een grondig studiewerk, gezamenlijk uitgevoerd door een werkgroep van bestuurders van DNB en de aandeelhouder, en waarvan een “eindrapport kapitaalbeleid DNB” in totale transparantie wordt gepubliceerd en besproken in het Parlement.
Deze werkwijze is een uitwerking van de Statutaire bepaling die stelt dat “de jaarwinsten van DNB ter beschikking staan van de Algemene Vergadering der aandeelhouders.

De Belgische toestand is alles behalve een voorbeeld voor de andere Nationale Centrale Banken. Wel in tegendeel …

Dat de NBB één van de zeldzame centrale banken is met een gemengd aandeelhouderschap kan een verklaring zijn voor de wijze van handelen en het totale gebrek aan transparantie. Een rechtvaardiging is het allerminst!

Het feit van het gemengde aandeelhouderschap ligt zeker aan de basis van de absolute drang voor de Belgische wetgevende meerderheidsaandeelhouder om de centrale bank een vergoeding te laten betalen voor het verkregen emissierecht van bankbiljetten: de seigneuriage.

Tot 2009 had de Belgische Wetgever een mechanisme ingesteld welke toeliet de jaarwinsten op vrij aanvaardbare manier te bestemmen, waarbij de Nationale Bank van België de soevereine Belgische Staat vergoede voor de seigneuriage.

In 2009 wordt de 3%-regel opgeheven en wordt het Artikel 32 in de Organieke Wet ingevoerd.

De Wetgever had hiermee als enige bedoeling “een onafhankelijke Regentenraad in staat te stellen om de soevereine Belgische Staat een correcte vergoeding voor de seigneuriage te verzekeren, en daarbij de financiële onafhankelijkheid van de NBB te garanderen”.

Behalve talloze flagrante en werkelijk zwaarwichtige fouten gaat de Wetgever totaal voorbij aan het toch wel belangrijke feit dat

En dan kan er niet voldoende aandacht en belang worden gegeven aan de foute en bedrieglijke intenties van dit misbruik van wetgevende macht:

Bij verschillende gelegenheden en op verschillende manieren werden zowel de Gouverneur als de Regentenraad, alsook de Minister van Financiën en onze verkozen vertegenwoordigers van het volk en de partijvoorzitters gewezen op deze problematiek.

En op de belangrijke gevolgen en risico’s verbonden aan het Artikel 32, en de manier waarop de Regentenraad deze meent te mogen invullen.

Onderstaande link (“De ratio legis”) geeft meer inzichten, over de fouten enerzijds en over de manier waarop men denkt die fouten van tafel te kunnen vegen.
De concrete acties echter worden toegelicht op:


Iemand kritiek op de invulling van de winstbestemming door de Regentenraad, gebruik makend van het Artikel 32 ? ”

Een eerste indicatie van waar dit (opnieuw) naar toe gaat …

Directeur Tim Hermans
Algemene vergadering der aandeelhouders van 15 mei 2017:

De Staat heeft recht op een deel van de winsten van de NBB, in ruil voor het toegestane emissierecht van bankbiljetten
Wanneer de NBB echter  verliezen mocht gaan leiden is het niet aan De Staat, als verstrekker van dat zelfde emissierecht, om deze verliezen aan te zuiveren.

Directeur Tom Dechaene
Algemene vergadering der aandeelhouders van 15 mei 2017:

Er bestaat geen enkele koppeling tussen het saldo van de winst die de NBB uitkeert aan De Staat, en de omvang van de omloop van de bankbiljetten”.