HET ESCB: de seigneuriage

De Nationale Bank van België bevestigt het zelf:

Het emissieprivilegie wordt thans uitgeoefend binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken (het ESCB), waarvan zij zelf als aandeelhouder van de ECB integrerend deel van uitmaakt.

  • ” (..) Voor de centrale banken zijn bankbiljetten passiva waarvoor geen rente wordt vergoed. Als tegenpost houden ze rentegevende of productieve activa aan. De inkomsten uit die activa worden “seigneuriage-inkomsten” genoemd.”
    Zij worden samengevoegd op het niveau van het Eurosysteem en herverdeeld tussen de centrale banken van het Eurosysteem op basis van hun respectieve aandeel in de emissie van de eurobiljetten.”

    Bron: Jaarverslag NBB van 2018 (pagina 60 en 61): “2.1.2.1.2 Rentevoetrisico’s en risico’s verbonden aan het volume van de rentegevende activa”

  • “(..) Bovendien houden de ECB en de NCB’s van het Eurogebied samen de activa aan die de tegenpost vormen van de biljetten die in omloop werden gebracht.
    Zodoende heeft de NBB haar aandeel in de winstverdeling of seigneuriage die eruit voortvloeit, volgens de verdeelsleutel van het kapitaal van de ECB. (..)”

    Bron: Webpagina van de NBB / FAQ: “Wat is de bestaansreden van de NBB in de Europese Monetaire Unie?”

Geen enkel probleem dus:

De Nationale Bank van België ontvangt haar seigneuriage-inkomsten (noteer: verschillend van de seigneuriagewinst!) vanuit het ESCB.
Alle parameters zijn gekend, ze werden in het Verdrag bepaald en zijn voor alle NCB’s dezelfde.

De verdeling van de seigneuriage-inkomsten over alle NCB’s: hoe werkt het ?

De ECB en de NCB’s uit het ESCB geven samen de bankbiljetten in euro uit. Zij delen het emissierecht en emissiemonopolie. Per 31/12/2019 gaf de geconsolideerde balans van het Eurosysteem volgende globale bankbiljettenomloop weer:

Het Europees Stelsel van Centrale Banken hadden samen voor 1.292.742 miljoen euro bankbiljetten in omloop gebracht. Deze globale schuld wordt verdeeld over alle Nationale Centrale Banken: de ECB geeft zelf geen bankbiljetten uit, er wordt haar een vast percentage van 8 % van de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop toegekend. De resterende 92% wordt toegekend aan de NCB’s naar rato van hun Eurosysteem-kapitaalsleutel.
Volgens deze verdeelsleutel (van 3,34 %) kreeg de Nationale Bank van België een bankbiljettenomloop toebedeeld gelijk aan 43.190.510.000,00 euro, als haar aandeel in deze globale schuld.
Op haar eigen balans dus, als passiefrubriek “1. Bankbiljetten in omloop”:

Het verschil tussen de waarde van de per NCB volgens de bankbiljettenverdeelsleutel toegekende eurobankbiljetten enerzijds en de waarde van de eurobankbiljetten die de betreffende NCB feitelijk zelf in omloop brengt anderzijds, leidt tot posities binnen het Eurosysteem.
Deze posities (vorderingen of verplichtingen) worden verantwoord onder de post ‘Netto vorderingen/verplichtingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’.

Voor de Nationale Bank van België zijn dit de balansposten: “ 8.3 Nettovorderingen uit hoofde van de toebedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem “ en “ 9.2 Nettoverplichtingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem “.

Gezien de Nationale Bank van België altijd minder bankbiljetten zelf in omloop brengt dan de waarde die haar vanuit het ESCB wordt toegewezen, boekt zij dit verschil in de activapost “8.3 Nettovorderingen uit hoofde van de toebedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

Wat op haar balans het volgende beeld geeft:

Deze posities zijn rentedragend. De rente op deze vorderingen wordt dagelijks berekend op basis van het laatst vastgestelde tarief voor basisherfinancierings-transacties van het Eurosysteem.
De rentebaten en -lasten op deze posities worden voor de ECB en elke andere NCB verantwoord in de winst- en verliesrekening.

De seigneuriage van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB),

ofwel de inkomsten van de rentegevende of productieve activa welke de tegenpost vormen van de globale bankbiljettenomloop in euro uitgegeven door het ESCB in zijn geheel,
werd in het verdrag bepaald op de rente berekend over die gehele bankbiljettenomloop tegen de basisherfinancieringsrentevoet.

De seigneuriage van het ESCB is:

  • het resultaat van een (dagelijks gemaakte) berekening, en
  • is functie van zowel de omvang van de globale bankbiljettenomloop
  • als van de basisherfinancieringsrentevoet.

Het toekennen en de verdeling van de seigneuriage over alle NCB’s van het ESCB gebeurt via de resultatenrekeningen van de ECB en de NCB’s.

En is dus geen (willekeurig bepaald) deel van de te bestemmen jaarwinsten, zoals bij de Nationale Bank van België.

De Nationale Bank van België wil absoluut, als enige NCB van het ESCB, haar Staat vergoeden voor de “seigneuriage”.

De “correcte en eerlijke vergoeding voor de seigneuriage” zou dan enkel als volgt kunnen worden bepaald:

  • de rentebaten die ze zelf heeft verkregen vanuit het ESCB (berekend over haar nettovordering)
  • de rente berekend tegen dezelfde rentevoet, over de bankbiljetten welke ze zelf in omloop heeft gebracht,
  • verminderd met de werkingskosten, verbonden aan de bankbiljettenuitgifte,
  • en met een marge (als indekking voor de gelopen risico’s op toekomstige verliezen).
De Nationale Bank van België is aandeelhouder van de ECB en lid van het ESCB