Seigneuriage en .. jaarwinsten

Reeds meerdere keren werd gewezen op het fundamentele onderscheid tussen de “seigneuriage” van een centrale bank enerzijds, en “de jaarwinsten” anderzijds.
De Belgische Wetgever heeft bewust misbruik gemaakt van deze vaak voorkomende verwarring, en dit om de meerderheidsaandeelhouder van de Nationale Bank van België in de gelegenheid te stellen om beslag te leggen op nagenoeg de volledige jaarwinsten van de Nationale Centrale Bank.

De opdrachten en activiteiten van de Nationale Bank van België zijn sedert haar oprichting sterk geëvolueerd en uitgebreid, van een loutere uitgiftebank van bankbiljetten naar een moderne centrale bank, thans lid van het ESCB met o.a. volgende opdrachten:

  • Het aanhouden en beheren van de officiële externe reserve-activa van België,
  • Het bepalen en het ten uitvoer leggen van het monetair beleid van het eurogebied,
  • Het verrichten van valutamarktoperaties,
  • Financieel toezicht, en verschillende andere opdrachten van algemeen belang.

Het uitvoeren van al deze opdrachten en activiteiten houden werkings- en financieringskosten in, houden risico’s op verliezen en mogelijkheden op opbrengsten en winsten in. Maar dragen dus allemaal bij tot het globale jaarresultaat (eventueel de totale jaarwinsten).

AUTORITEITEN ILLUSTREREN DE VERSCHILLEN “SEIGNEURIAGE” / JAARWINST

Ernst Baltensperger (professor economie  politiek aan de universiteit van Bern) en Thomas J.Jordan (wetenschap-pelijk adviseur , directie economische studies SNB —  de zwitserse centrale bank).    
BNS 42 dd. 04/1998

Enkele bevestigingen:

  • Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen ” de winsten van een centrale bank “ en ” de seigneuriagewinst “ zelf;
  • De winsten van een centrale bank worden dikwijls gelijkgesteld met de seigneuriagewinst. Dit is slechts zo in bepaalde specifieke gevallen; 
  • Een centrale bank kan de totaliteit van het centrale bankgeld aanwenden voor de investering in staatsobligaties van het eigen land, om zo elk wissel-, krediet– en renterisico uit te schakelen. Waardoor de opbrengst verbonden aan het uitgiftemonopolie duidelijk en gerechtvaardigd is;
  • De seigneuriage houdt strictu sensu geen opbrengst in, noch voor De Staat noch voor de centrale bank. Het gaat hem hier uitsluitend over “een pseudo-winst”.

De winsten van een centrale bank stemmen slechts in uitzonderlijke gevallen overeen met de seigneuriage (de opbrengsten bekomen uit het uitgiftemonopolie). 
De oorzaken van deze verschillen:

  1. De omvang van de balans van de centrale bank:
    nagenoeg altijd is het balanstotaal groter dan het uitgegeven centrale bankgeld.  Omdat de centrale bank werkt met eigen vermogen ter beschikking gesteld of gelaten door de eigenaars van de bank;
  2. De aard van de activa welke een centrale bank in portefeuille neemt.
    Om de seigneuriage-winst  te berekenen vertrekt men van het principe dat de centrale bank enkel belegt in totaal risicoloze activa (zoals obligaties van de eigen Staat)In werkelijkheid houden centrale banken een gemengde portefeuille aan met naast (staats)obligaties ook vreemde deviezen, goud, andere. Beleggingen zoals in goud en deviezen zijn niet gevrijwaard van risico’s en verliezen.
    Deze verschillen in rendementen en risico’s verklaren het verschil tussen de winst van een centrale bank en de seigneuriage.

Daniel Gros, CEPS
policy brief no. 344, july 2016

  • De seigneuriage (of monetair inkomen te verdelen tussen de NCB’s) is ongeveer gelijk aan de bankbiljettenomloop vermenigvuldigd met de binnen het eurogebied geldende rentevoet voor het verstrekken van kredieten (n.v.d.r. de basisherfinancieringsrentevoet).
    Deze rentevoet was in maart 2016 gelijk aan nul percent, wat moet leiden tot nul seigneuriageinkomsten.
  • “ Gezien de banken verwacht worden het meeste van hun krediet van de ECB te verplaatsen naar de TLTRO-faciliteit, en gezien de depositorentevoet momenteel op minus 0,40 % staat, zou de theoretische seigneuriagewinst wel eens negatief kunnen worden dit jaar (2016 dus). “
  • De theoretische seigneuriageopbrengsten zouden dus verdwijnen, en zelfs verder negatief worden wegens de negatieve rentevoeten.

De negatieve rentevoeten hebben het traditionele businessmodel van de centrale banken vernietigd, waardoor zij overgeschakeld zijn naar een andere activiteit: die van looptijdtransformatie, een activiteit gewoonlijk gedaan door de investeringsbanken.“

Men moet de balans van een centrale bank dus opsplitsen in twee conceptueel totaal verschillende delen:  
het uitgiftedepartement ” en ” de investeringsbank

  • het UITGIFTEDEPARTEMENT:
    de opbrengsten komen overeen met de theoretische seigneuriage;
  • de INVESTERINGSBANK:
    de winsten zijn het resultaat van het verschil wat de centrale bank betaalt voor haar schulden (korte termijndeposito’s van commerciële banken) en wat zij verdient op de effecten waarin zij investeert.
    De winsten van dit departement zijn niet zeker: wanneer de korte termijnrentevoeten gaan stijgen kunnen verliezen heel snel opduiken. “
  • “ De opbrengsten van het uitgiftedepartement corresponderen grotendeels met wat het eurosysteem “het monetaire inkomen” noemt, welke verdeeld wordt over de NCB’s “,
  • “ Het investeringsbankdepartement is nu de werkelijke winstbron in de eurozone. “
  • De balans van de ECB is voortdurend aan het aanzwellen. De winsten van het investeringsbankdepartement zouden dus opnieuw verder moeten toenemen.  ( …)  Ervaringen leren dat investeringsbankieren een inherent onstabiele activiteit is.

Deze opinies afgetoetst aan de Nationale Bank van België: “een emissiebank” of toch ook meer “een investeringsbank”?

Het moet zonder meer duidelijk zijn dat de enorme toename van de effectenportefeuilles alles behalve gefinancierd worden met de gratis werkmiddelen die bankbiljetten zijn?
NCB’s hebben altijd meer werkmiddelen op korte termijn ingezet dan de “gratis” omloop van hun bankbiljetten, en deze middelen belegd in diverse (niet altijd rentegevende) activa. Nu zijn zij echter geëvolueerd naar werkelijke investeringsbanken, met enorm opgelopen balansen. De activa belopen veelvouden van hun bankbiljettenomloop, die activa op steeds langere termijn zijn tegen steeds lagere rentevoorwaarden in de diverse portefeuilles gekomen (en zullen dus nog voor jaren laag liggen), de rentevoeten van de passiva op korte termijn daarentegen  ….

De zelf in omloop gebrachte bankbiljetten en de toebedeelde omloop binnen het ESCB.
En de overige vermogensbronnen van de centrale bank.

Deze grafiek geeft eveneens aan wat de evolutie en belang van de bankbiljettenomloop is, binnen het totaal van de ingezette werkmiddelen van de NBB. Het is duidelijk dat de evolutie van de “gratis werkmiddelen” welke de bankbiljettenomloop is voor een centrale bank jaarlijks verder afneemt, en over 2019 nog slechts een 24 % bedraagt. Toch meent het bestuur van de NBB te moeten stellen dat “het emissierecht het leeuwedeel van de inkomsten van de NBB” oplevert.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is toelichtingen2017.png

Het bestuur van de Nationale Bank van België wijst hier op de risico’s waar Daniël Gros (CEPS) ook naar verwijst: de risico’s verbonden aan de activiteit van de investeringsbankier, waarbij de Nationale Bank van België voortdurend toenemende bedragen laag renderende activa op haar balans neemt, welke lange looptijden en vaste rendementen hebben maar meer en meer gefinancierd worden met kortlopende passiva vergoed tegen een variabele rente. En niet gefinancierd worden met bankbiljetten, werkmiddelen waarover geen rente wordt vergoed en die dus ook geen renterisico inhouden.

EEN BEDENKING OMTRENT DE WAARDE VAN DE “SEIGNEURIAGEVERGOEDING”:

Het zal duidelijk zijn dat de globale jaarwinst, resultaat van alle activiteiten en opdrachten van de Nationale Bank van België NIET afkomstig is van de activa welke uitsluitend worden gefinancierd via het in omloop brengen van bankbiljetten. En het saldo van diezelfde globale jaarwinst dus NIET de correcte vergoeding kan zijn voor die seigneuriage.

Men moet zich hier meteen ook de vraag stellen wat de werkelijke waarde is voor de Nationale Bank van België (en elke andere NCB van het ESCB) van het emissierecht van bankbiljetten. We volgen hierbij de uitgangspunten van de Zweedse centrale bank:

The Sveriges Riksbank:

  • Bankbiljetten zijn voor een centrale bank werkmiddelen waarover zij geen rente moet vergoeden, er zijn enkel verbonden werkingskosten,
  • Deze werkmiddelen worden belegd in activa die wel rendement opleveren,
  • mocht de centrale bank niet beschikken over deze bankbiljetten als gratis werkmiddelen, dan zou zij de keuze moeten maken:
  • om dezelfde activiteiten en opdrachten te kunnen vervullen zou zij zich (aanvullend) op alternatieve wijze moeten financieren (met vreemd vermogen waarover zij dan wel rente zou moeten betalen),
  • ofwel zou zij haar investeringen voor hetzelfde bedrag van de gederfde bankbiljettenomloop moeten verminderen. En de opbrengsten van die activa niet meer ontvangen.

De Nationale Bank van België staat eigenlijk voor dezelfde simpele keuze:

  • Over 2018 heeft de NBB over een bedrag van 107,0 miljard euro van haar werkmiddelen een bedrag van 412,7 miljoen euro rente .. ontvangen !
  • En over 2019 leverden 87,6 miljard euro werkmiddelen een rente op van 314,9 miljoen euro !
  • Over 2018 heeft de NBB over een bedrag van 23,93 miljard euro activa een bedrag van 90,5 miljoen euro rente .. moeten betalen !
  • Over 2019 hebben 21,6 miljard euro activa een rente van 86,5 miljoen euro gekost !

Waarom zou de Nationale Bank van België enorme bedragen aan de soevereine Belgische Staat betalen als een eerlijke vergoeding voor het verkregen emissierecht?

  • Wanneer zij de totale omloop van haar bankbiljettenomloop kan vervangen door bijkomende deposito’s waarvoor zij rente zou ontvangen?
  • Of deze bankbiljetten niet in omloop brengen en deze bedragen minder te investeren, en op die manier een negatieve interestlast op deze activa vermijden?