Het is nooit genoeg …

Tot het jaar 2009 voldeed het bestuur van de Nationale Bank van België WEL aan de voorwaarden om een seigneuriage aan de Soevereine Staat uit te keren. Immers:

Via de 3 % -regel werd een berekening gemaakt van de seigneuriage

Het Artikel 29 van de Organieke Wet regelde de vergoeding voor het verleende emissiemonopolie, waar De Staat meent recht op te hebben:

Aan De Staat worden toegekend de netto financiële opbrengsten die 3% overschrijden van het verschil tussen het op jaarbasis berekend gemiddelde bedrag van de rentegevende activa en de vergoede passiva van de Bank. (…)
Deze bepaling is niet toepasselijk op de fondsen en effecten verkregen ter vertegenwoordiging van het kapitaal, van de reserves en van de afschrijvingsrekeningen, waarvan het provenu vrij ter beschikking van de Bank staat. “

Toelichting 24  Opbrengsten van de netto rentegevende activa

De netto rentegevende activa omvatten het geheel van de activa en passiva in vreemde valuta en in euro waarvan de baten na aftrek van de lasten van de vergoede passiva onderworpen zijn aan een verdeling tussen de Staat en de Bank, volgens de voorwaarden die worden toegelicht in punt II.6.2 van de boekhoudkundige principes en waarderingsregels.
Jaarverslag NBB 2007 — p 83

Wanneer de NBB haar “netto rentegevende activa” berekent, als het verschil tussen haar rentegevende activa en haar vergoede passiva (zonder het kapitaal en reserves met hun tegenwaarde), bekomt men in de feiten:
het gemiddelde saldo van haar bankbiljettenomloop met zijn overeenstemmende activa !!

Toelichting:

De kolom “netto rentegevende activa” (oranje staven op de grafiek) zijn de gemiddelden zoals deze berekend worden uit de jaarverslagen van de NBB (de toelichting 24);

Vermits de jaarverslagen niet de info geven van de gemiddelde totale bankbiljettenomloop werden deze berekend door het gemiddelde te maken van de som van de saldi op balansdatum van het boekjaar en van het jaar ervoor;

Deze methode zal de belangrijkste reden zijn waarom er geen gehele overeenstemming bestaat tussen de cijfers voor de bankbiljettenomloop enerzijds en de “netto rentegevende activa” anderzijds;

De samenhangende evolutie en overeenstemming tussen beide waarden zijn echter onbetwistbaar. (zie ook hierna)

Volgende twee toelichtingen uit verschillende jaarverslagen van de NBB tonen de samenhang aan:

(…) Globaal genomen liggen drie factoren ten grondslag aan het resultaat van de Bank: het netto volume van de rentegevende activa (dat nauw samenhangt met het aandeel in de eurobiljettenomloop, cf. hierboven), het peil van de intrestvoeten en de evolutie van de wisselkoersen.
Bron: Jaarverslag NBB 2010  (Pag. 40)

Kader 10 – Ontwikkeling van het resultaat
Het gunstige verloop van het resultaat van de Bank is grotendeels het gevolg van de aangroei, met meer dan 15%, van de biljettenomloop in het Eurosysteem, die bepalend is voor de omvang van de netto rentegevende activa van het Systeem, en dus van de Bank.
Bron: Jaarverslag NBB 2005  (Pag. 94)

En deze toelichting herhaalt dat het bestuur bij NBB echt wel weet dat “seigneuriage” uitsluitend gaat over die opbrengsten uit activa die de tegenpost zijn van de bankbiljettenomloop.

Tot 2009 werd de seigneuriage gedeeld tussen de NBB en De Staat.

Het Artikel 29 beantwoorde aan de eerder gestelde minimale voorwaarden om “de seigneuriagewinsten” van de NBB als centrale bank te kunnen bepalen:

1) Het bestuur van de NBB maakte in ieder geval minstens een berekening, waarbij enerzijds
2De omvang van de bankbiljettenomloop een eerste alles bepalende component was (immers: de gemiddelde omloop van de “netto rentegevende activa” werd berekend)
3) De “bepaling van een rentevoet” werd enigszins “anders” geregeld: de Bank mocht de eerste 3% berekend over het gemiddelde netto rentegevende actief voor zich zelf houden, het saldo kwam toe aan De Staat.

Conclusie: de NBB betaalde aan de Belgische Staat een deel van de rente afkomstig van de activa die de tegenpost zijn van haar bankbiljettenomloop.
De “seigneuriagewinst” van de NBB werd dus gedeeld tussen de Bank zelf en de Soevereine Staat.

Desondanks blijft ook Artikel 29 een niet te rechtvaardigen ingrijpen in het vermogen van de centrale bank, en in de uiteindelijke eigendomsrechten van haar eigenaars.

De Soevereine Staat ontvangt zijn vergoeding voor het emissierecht, maar toch wordt de 3%-regel opgeheven ??

In de uitvoering van de bepalingen van dit Artikel 29 deelt de NBB de seigneuriage-inkomsten met de Staat, en vergoedt zij dus het verkregen emissiemonopolie: de eerste 3 % van de opbrengsten van de activa welke de tegenpost vormen van haar bankbiljettenomloop  mag de centrale bank behouden, de resterende opbrengsten zijn voor de Staat.
Omdat enerzijds de bankbiljettenomloop voortdurend stijgt (en dus ook het bedrag aan overeenstemmende rentegevende activa) en anderzijds de rentevoeten voortdurend verder dalen, neemt het aandeel van de NBB in de seigneuriagewinsten voortdurend toe maar ziet de Staat daarentegen haar aandeel voortdurend verder dalen. En in 2004 zelfs volledig verdwijnen.
Beide evoluties werden ingeschat zich te zullen doorzetten, wat ook is gebleken. De vennootschap had deze toenemende component van haar totale winsten kunnen uitkeren aan haar eigenaars, doch in dat geval had de Staat deze inkomsten moeten delen met de 50 % particuliere aandeelhouders.
Een ingreep door de Wetgever dringt zich dus op.

Wanneer er GEEN seigneuriagewinsten zijn, er dus GEEN voordeel te halen is uit het emissiemonopolie, zelfs en ook niet wanneer “de Seigneur” die emissie zelf had verzorgd:

dan zou het toch maar normaal zijn dat de centrale bank ook geen seigneuriagewinst uitkeert ?!

Het Artikel 29 van de Organieke Wet wordt dus vervangen door het Artikel 32:

Door deze nieuwe ingreep vanwege de Wetgever  zal de Belgische Soevereine Staat niet langer (een deel van) de seigneuriagewinsten van de NBB ontvangen, doch wel een deel van de TOTALE winsten van de centrale bank!

Bovendien wordt er ook geen enkele berekening meer gemaakt: de Staat zal voortaan gewoon “het saldo” (?) van de totale winsten ontvangen.

De Wetgever legt alle macht en verantwoordelijkheid bij het bestuur van de vennootschap. De Regentenraad bepaalt, verondersteld  in  volstrekte onafhankelijkheid, over welk deel van de jaarwinsten zal worden toegevoegd aan een beschikbare reserve en over welk bedrag als vergoeding voor het kapitaal aan de aandeelhouders zal worden uitgekeerd.

De Regentenraad kan zich hierbij beperken tot het bekend maken van een willekeurig bepaald percentage van de winst dat zij wil reserveren en (mits respect voor een wettelijk vastgestelde ondergrens) wil uitkeren. Zonder meer.
Enige verantwoording omtrent de werkelijke waarde van de seigneuriage is totaal overbodig?!

Ofwel: wanneer de Regentenraad, in alle onafhankelijkheid, zou beslissen om het minimumdividend uit te keren en dat verder reserveren niet nodig is, dan verwerft de Soevereine Staat de nagenoeg totale jaarwinsten van de Nationale Bank van België !!
Zonder meer, zonder dat de aandeelhouders ook maar enig verzet zouden kunnen laten gelden!

De statutair verankerde eigendomsrechten over het vermogen van de centrale bank zijn nu totaal waardeloos geworden !!

Een absoluut onafhankelijke Regentenraad wikt, en beschikt. In de plaats van god.