HET EIGEN VERMOGEN VAN EEN CENTRALE BANK


nbb

De Nationale Bank van België wijst er altijd op dat zij “geen gewone naamloze vennootschap” is, dat zij boven alles een centrale bank is. Wel, de fundamentele verschillen zijn echt heel klein. Immers,

Ook bij een centrale bank gaat volgende regel op:

 

image3

 

A) Het vermogen van de eigenaars (“Owner’s equity”):

  1. Het kapitaal: bij de oprichting en bij eventuele latere kapitaalsverhogingen hevelen de eigenaars van de vennootschap – onvoorwaardelijk – een deel van hun privé-vermogen over naar het vermogen van de vennootschap;

  2.  De reserves: ” vinden normaal hun oorsprong in winsten die door de vennootschap werden gemaakt en niet werden uitgekeerd of opgenomen in het kapitaal. Het zijn dus per definitie interne fondsen. ”
    (K. Van Hulle en N. Lybaert, Boekhoud- en jaarrekeningrecht).
    (Er zijn wettelijke, beschikbare, onbeschikbare, en belastingvrije reserves);

  3. Herwaarderingsmeerwaarden: ” speciale buffers gebonden aan waardeveranderingen van de activa en schulden in de boeken van de centrale bank. ” (Bank voor Internationale Betalingen, BIS Paper no 71:  central bank finances p 10)

  4. Overgedragen winsten of verliezen, uitgiftepremies, kapitaalsubsidies, voorzieningen voor risico’s en kosten.

B) Het vermogen van de schuldeisers (“Liabilities”, “ownership by creditors”):

” Het  vreemd vermogen bestaat uit de werkingsmiddelen die door derden (niet-eigenaars) worden ter beschikking gesteld aan de onderneming. Het gaat hier grotendeels om leningen toegestaan aan de onderneming. ” (H. De Munck, inleiding tot de bedrijfskunde).

  • Het totale vermogen van een centrale bank is samengesteld uit het vreemd vermogen en het eigen vermogen: “Aan de passiefzijde vinden we informatie over waar de onderneming de werkingsmiddelen heeft gehaald om degelijk te kunnen functioneren”;

  • alle activa welke haar juridisch toebehoren, en welke op haar balans tot uiting worden gebracht, werden gefinancierd met ofwel eigen schulden (vreemd vermogen) ofwel met middelen toebehorend aan de eigenaars van de vennootschap (eigen vermogen),

  • “Eigen vermogen (equity) is het overblijvend belang in de activa van de onderneming na aftrek van alle verplichtingen” (K. Van Hulle en N. Lybaert, Boekhoud- en jaarrekeningenrecht),

  • OFWEL: wanneer alle activa van de vennootschap worden ten gelde gemaakt, en men betaalt daarmee het volledige vreemd vermogen terug aan de schuldeisers van de vennootschap, dan komt het (eventuele) saldo toe aan de eigenaars. Haar aandeelhouders dus. AAN WIE ANDERS ?

  • HET IS ECHT NIET MOEILIJKER DAN DAT !!

image1

           HOE KAN HET ANDERS ??

De samenstelling en de aard van de activa (en passiva) van een centrale bank zijn natuurlijk wel verschillend van die van een “gewone (naamloze) vennootschap”, maar dat gegeven op zich wijzigt niets aan deze basisprincipes.

Ter illustratie: Gouverneur Maurice Frère, op de buitengewone algemene vergadering der aandeelhouders van 27 mei 1957:
” .. De Bank is debiteur tegenover de houders van haar bankbiljetten voor het totaal nominaal bedrag van de circulatie. Zij is eveneens debiteur voor de creditsaldi der rekeningen die in haar boeken zijn geopend. Ten slotte heeft zij andere schulden die, ofschoon niet dadelijk opeisbaar, ongetwijfeld verbintenissen zijn.
Voor al die schulden staat de Bank in met al haar activa …”.

De rechten van de schuldeisers zijn duidelijk gekend bij de NBB, van bij haar oprichting. Wat de rechten van haar eigen aandeelhouders betreft is dit alvast veel minder het geval.


Het geheel van ALLE activiteiten van centrale banken bepalen de evolutie van hun eigen vermogen.

Het is een absoluut foute voorstelling door de NBB van de (historische) feiten wanneer  zij stelt dat:

  • de NBB haar officiële externe reserves slechts heeft kunnen verwerven dankzij haar emissieprivilege,

  • de vermogensaanwas van de NBB hoofdzakelijk toe te schrijven is aan haar uitgiftemonopolie.

De taken en activiteiten van centrale banken zijn immers veel uitgebreider dan het uitgeven van bankbiljetten. Elk van die activiteiten heeft zijn eigen opbrengsten, kosten, en risico’s. En dus zijn invloed op het eigen vermogen van de centrale bank. 

De activiteiten van de nationale centrale banken (NCB’s) en de ECB.

  1. De emissie van bankbiljetten in euro;

  2. Het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten en van de Europese Unie in zijn geheel,

  3. De uitvoering van het monetair beleid en het verrichten van diverse valutamarktoperaties.

De nationale centrale banken (NCB’s), toegetreden tot het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), houden de officiële externe reserves van de lidstaten aan en hebben tot opdracht deze te beheren.
Samen met de ECB zijn zij de monetaire autoriteiten van hun land en van de Europese Unie in zijn geheel.

Daarnaast zijn de NCB’s, samen met de ECB, ook verantwoordelijk voor de uitvoering van het monetair beleid. Het moet duidelijk zijn dat het bij de uitvoering van deze monetaire opdrachten om voortdurend groter wordende bedragen gaat, de NCB’s zowel als de ECB zelf voor halucinante bedragen activa op hun balansen nemen.
Zowel de omvang van die posities als de samenstelling (en kwaliteit?) ervan hebben als logisch gevolg dat de centrale banken steeds belangrijker risico’s (moeten) lopen.

Zowel de risico’s verbonden aan het beheer van de officiële externe reserves als die verbonden aan het monetair beleid, worden in twee afzonderlijke pagina’s uitgebreid toegelicht.


1) WAT ZIJN DE COMPONENTEN VAN HET EIGEN VERMOGEN VAN EEN CENTRALE BANK ?

A)  Bank for International Settlements (BIS):

De Bank for International Settlements (BIS) is “de centrale bank der centrale banken”. De NBB is één van de belangrijkste aandeelhouders van deze centrale bank.

” Het kapitaal verwijst naar het geld dat onvoorwaardelijk werd toegekend door de eigenaars van de centrale bank, ofwel op het ogenblik van de oprichting van de centrale bank, ofwel nadien via een nieuwe inbreng van fondsen (vb. bij een herkapitalisatie). “

Kapitaal is slechts één component van het eigen vermogen, hetwelk ook andere, meer actieve buffers omvat zoals de reserves (opgebouwd uit ingehouden winsten die niet werden uitgekeerd aan de aandeelhouders in de vorm van dividenden), ingehouden winsten (dit zijn opbrengsten die later uitgekeerd zullen worden of toegevoegd aan de reserves), herwaarderingsmeerwaarden (een speciale buffer gebonden aan waardeverandering van de activa en schulden in de boeken van de centrale bank) en algemene voorzieningen tegen risico’s die zich nog dienen te realiseren. “

Eigenlijk ongeveer hetzelfde als bij “normale” vennootschappen, niet?

Bron:  BIS – Monetary and Economic Department – BIS Papers no 71: Central bank finances (pag. 10)

Gezien het belang in deze zaak omtrent het al dan niet behoren tot het Eigen Vermogen van de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden”:

De NBB baseert zich voor haar boekhouding en de opmaak van haar jaarrekeningen op de “fair value through equity”methode, zoals omschreven in deze paper van de Bank for International Settlements (BIS):

“Activa en schulden worden gewaardeerd aan marktwaarde, doch enkel provisies en gerealiseerde winsten en verliezen (op verkopen) worden opgenomen in de resultatenrekening.
Niet gerealiseerde schommelingen in waarde worden niet geboekt als winst of verlies, doch worden daarentegen geboekt hetzij (I) rechtstreeks in een herwaarderingsrekening (balansrubriek die effectief deel uitmaakt van het eigen vermogen) of (II) in de staat van Andere Specifieke Inkomsten die worden opgenomen in het eigen vermogen van de rapporterende entiteit.
Dat deze niet-gerealiseerde schommelingen in waarde beschouwd worden als onderdeel van het eigen vermogen is in overeenstemming met het idee dat dergelijke schommelingen in waarde toebehoren aan de eigenaars“.

Bron:  BIS – Monetary and Economic Department – BIS Papers n 71: Central Bank finances (pag. 28)

B)  De Europese Centrale Bank (ECB):

Herschikkingen of wijzigingen in het aandeelhouderschap worden geregeld door de Statuten van het ESCB (artikel 29.3), en men heeft het hierbij over “een kapitaalverdeelsleutel” die het relatieve aandeel van elke NCB bepaalt in het “geaccumuleerde eigen vermogen van de ECB”.

De definitie van dit eigen vermogen: ” het totaal van de reserves, herwaarderingsrekeningen, en met reserves gelijkgestelde voorzieningen. “
Besluit van de ECB van 21 juni 2013   

De ECB heeft ook een in euro luidende “eigenmiddelenportefeuille”, welke zij in haar toelichting bij de balanspost 6.2 “Overige financiële activa”: “Deze post bestaat uit de belegging van de eigen middelen van de ECB die worden aangehouden als een directe tegenpost van het kapitaal en de reserves van de ECB.”  Jaarverslag van de ECB (over 2015), pagina’s A4 en A35) 

En wanneer de ECB in haar jaarverslagen een duidelijk grafisch overzicht geeft van de evolutie van haar balans, blijkt overduidelijk:

  1. Dat ook voor een centrale bank haar NETTO-VERMOGEN (of eigen vermogen) gelijk is aan het vermogen wat overblijft na van al haar activa het vreemd vermogen af te trekken;
  2. De balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” inderdaad tot het eigen vermogen worden gerekend;
  3. Een balanspost “Overige passiva” NOOIT tot het eigen vermogen kan worden gerekend, een onbeschikbare reserverekening dus ALTIJD onder dat eigen vermogen dient te worden ondergebracht!

    Jaarverslag van de ECB 2015 (pagina A 16): Het vermogen van de ECB

C)  De Nederlandsche Bank (DNB):

Deze Nationale Centrale Bank heeft het in haar toelichting bij de balanspost 9.3 “Overige financiële activa” over: “De beleggingen in de Overige Financiële Activa geven in principe de omvang van het Eigen Vermogen van DNB weer”.

Vermits DNB, bij realisatie van meerwaarden op haar goudvoorraad (tot effectieve realisatie geboekt in “Herwaarderingsmeerwaarden”) deze meerwaarden toevoegt aan haar beschikbare reserve, is het logisch dat zij ook deze balanspost toerekent aan haar Eigen Vermogen.   

D)  De Deutsche Bundesbank (BUBA):

Ook deze Nationale Centrale Bank gebruikt volgende termen in haar toelichting bij de balanspost 11.3 “Other financial assets”: “It contains the Bundesbank’s own funds portfolio (euro portfolio) as a counterpart to the capital, statutory reserves, provisions for … ” (jaarverslag 2015 pagina 85) .

De Deutsche Bundesbank behandelt de meerwaarden op haar goudvoorraad op dezelfde manier als DNB (indien niet aan de aandeelhouder uitgekeerd), dus valt ook hier de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” aan het Eigen Vermogen toe te rekenen.  

E)  De Nationale Bank van België (NBB):

Blijft als enige centrale bank problemen hebben om haar eigen vermogen – met zijn verschillende componenten – duidelijk te benoemen.

Zie hiertoe de afzonderlijke bespreking.

2) WAT ZIJN DE COMPONENTEN VAN HET EIGEN VERMOGEN ?

  • Artikel 88 van het KB van 30 januari 2001 toont eveneens duidelijk aan welke componenten deel uitmaken van het Eigen Vermogen:

    I. Kapitaal (Geplaatst en niet opgevraagd kapitaal)
    II. Uitgiftepremies
    III. Herwaarderingsmeerwaarden
    IV. Reserves:
    A) Wettelijke reserve (voor eigen aandelen, andere reserves)
    B) Onbeschikbare reserves
    C) Belastingvrije reserves
    D) Beschikbare reserves
    V. Overgedragen winst of overgedragen verlies
    VI. Kapitaalsubsidies  en VII. Voorzieningen en uitgestelde belastingen

  • K. Van Hulle en N. Lybaert, Boekhoud- en jaarrekeningrecht, die Keure, Brugge, 2005):

    • “Eigen vermogen (equity) is het overblijvend belang in de activa van de onderneming na aftrek van alle verplichtingen”.

    • “Naast schulden en voorzieningen staan ook de eigen middelen op de passief zijde. (…) onder de eigen middelen kan men onderscheiden:
      – Het Kapitaal
      – De reserves: reserves vinden normaal hun oorsprong in winsten die door de vennootschap werden gemaakt en niet werden uitgekeerd of opgenomen in het kapitaal. Het zijn dus per definitie interne fondsen.”


 

3) HET EIGEN VERMOGEN: NIET VAN TOEPASSING OP DE NBB ?

  1. Artikel 4 van de Statuten: “Elk aandeel geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten.”
    De Statuten van de NBB verwijzen aldus zelf naar het begrip “maatschappelijk vermogen” van de vennootschap en bevestigen het evident principe dat elke aandeelhouder recht heeft op een evenredig en gelijk deel van dit maatschappelijk vermogen.

  2. Artikel 11 van de Statuten van de NBB: “De ontbinding kan niet plaatshebben dan bij Wet.”
    Een ontbinding kan dus niet per definitie worden uitgesloten. Een duidelijke bepaling van het eigen en het vreemd vermogen zijn dus essentieel.

  3. De NBB hanteert het concept Eigen Vermogen, gebruikt het als basis voor de berekening van  de fiscaal aftrekbare notionele intrest:
    “Sedert 2006 trekt de Bank dan ook een percentage van haar gecorrigeerd eigen vermogen af van de belastbare winst. (…) Bijgevolg heeft de Bank de waarde van de goudvoorraad niet afgetrokken van haar eigen vermogen om de notionele interestaftrek toe te passen.” ( FAQ-overzicht webpagina NBB: de Notionele Interestaftrek )
    De erkenning dat de waarde van de goudvoorraad behoort tot het eigen vermogen is dus in ieder geval wel dienstig voor de notionele interestaftrek.


 

image2   

%d bloggers liken dit: