De Raad van State heeft zich onbevoegd verklaard in deze betwisting.

Er rest ons dus weinig anders dan inderdaad een procedure op te starten voor de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel .

Recht moet immers worden gesproken (…)

Alle noodzakelijke informatie werd zonder enige twijfel gebracht op deze webpagina.

Om deze gerechtelijke procedure echter correct te kunnen begrijpen, en het verdere verloop van de gerechtelijke procedure ook makkelijker te kunnen volgen, is de volgende synthese van feiten waarschijnlijk toch nog nuttig.

Alle Nationale Centrale Banken van het ESCB, alsook de Europese Centrale Bank zelf, zijn allen van hun respectievelijke staten afgescheiden juridische entiteiten met hun eigen afgescheiden vermogen.
Zij kennen inzake de eigendomsrechten over zowel hun vermogen als inzake de winstverdeling allen slechts één relatie:
de relatie centrale bank – de aandeelhouders van de centrale bank.

Op deze link wordt een vergelijking gemaakt met De Nederlandsche Bank, als eerste impressie waar men in ons land fout is gegaan …

Alle Nationale Centrale Banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken hebben zonder onderscheid dezelfde opdrachten en taken te vervullen. Zij vervullen al die “opdrachten van algemeen belang” NIET met het vermogen van die gemeenschap, doch WEL met inzet van het eigen vermogen. Alle risico’s en verliezen worden gedragen door de vennootschappen zelf, en dus door hun aandeelhouders!
Ook bij de Nationale Bank van België is dat het geval, blijkt op onbetwistbare wijze uit het eigen jaarverslag (en wordt gewoonweg bevestigd op o.a. de algemene vergadering).

Bij De Nederlandsche Bank is het overduidelijk op welke manier de risico’s worden gedragen, wie de winsten en verliezen zal incasseren. Op welke manier over de winsten verbonden aan die opdrachten kan worden beschikt, en dat het dezelfde partij is die desgevallend bijkomende kapitaalsinbrengen zal moeten doen wanneer er zich verliezen aandienen welke niet door de aangelegde buffers worden gecompenseerd …!
Bij De Nederlandsche Bank is dit telkens uitsluitend de aandeelhouder!

De Belgische Wetgever EN het bestuur van de Nationale Bank van België achten het doodnormaal dat alle “monopolie-winsten” uitsluitend aan de “Soevereine Belgische Staat” toekomen, en dat alle risico’s en verliezen worden gedragen door “de Belgische Staat als aandeelhouder van de centrale bank”, maar dan wel voor slechts 50%. De andere 50% verliezen komen dan (eveneens logisch?) de privé aandeelhouders toe.

Een evenwicht in de financiële belangen …

De uiteindelijke eigendomsrechten over het vermogen van de Nationale Bank van België en de rechten van de aandeelhouders bij de winstverdeling zijn bepaald en verankerd in het Artikel 4 van de Statuten.

Om deze bepalingen inzake de winstverdeling te kunnen omzeilen heeft de Belgische Wetgever zich heel inventief getoond. Voor de Belgische Staat werd een nieuwe hoedanigheid gecreëerd, waardoor deze zich sedert 2009 verhoudt tot de NBB zowel in “de relatie centrale bank – de aandeelhouders van de centrale bank”, als in “de relatie centrale bank – de Soevereine Belgische Staat”.

De Wetgever heeft tegenover de hoogste gerechtelijke instanties van ons land bevestigd dat het waarborgen van uitsluitend de seigneuriage de enige bedoeling van de wetswijziging was. Dat uitsluitend die seigneuriage tot “de relatie centrale bank – de soevereine Staat” zou worden gerekend. En dus alle andere resultaten, zoals bij elke andere NCB, tot “de relatie centrale bank – de eigenaars van de centrale bank” blijven behoren.

De Belgische wetgever oordeelde het onderscheid tussen de beide relaties als fundamenteel, en zou absoluut niet aan de vergoeding van het kapitaal raken.

Zowel het Grondwettelijk Hof als de Raad van State bevestigen 1) welk beperkt deel van de jaarwinsten kon worden onttrokken aan “de relatie centrale bank – de aandeelhouders van de centrale bank” (het waarborgen van de “Seigneuriage”-inkomsten van de Belgische Staat in verhouding tot het emissieprivilege van NBB binnen het ESCB), zonder anders een gestoord genot van eigendom in te houden, 2) de Nationale Bank van België (ondanks haar bijzondere karakter) een vennootschap is als elke andere vennootschap volgens het gemeen recht, en vooral 3) haar aandeelhouders in redelijkheid geen aanspraak zouden kunnen maken op de seigneuriage van de NBB, maar voor de rest hun rechten (inzake de winstverdeling) in niets verschillen met die van de aandeelhouders van andere naamloze vennootschappen.

Op geen enkel moment, sedert de wijziging van het Artikel 32 in 2009, heeft de Regentenraad ook maar enig belang gegeven aan de “ratio legis”. Omdat het bestuur de totale vrijheid en macht werd gegeven, zelf haar financiële communicatie mag bepalen en vrijgesteld is van elke effectieve controle, werd het haar mogelijk gemaakt om in totale willekeur en zonder enige transparantie te moeten geven de winsten te bestemmen naar eigen goedvinden.
Op geen enkel moment werd “het saldo van de jaarwinst” beperkt tot haar aandeel in de seigneuriage van het ESCB. De Regentenraad acht zich almachtig en stelt zich zelfs boven het Parlement door ook “alle monopolie-inkomsten” te onttrekken aan “de relatie centrale bank – de eigenaars van de centrale bank”, ondanks het beweerde fundamentele onderscheid en ondanks alles wat zij heeft verkondigd voor het Grondwettelijk Hof. Zoals steeds stelt men zich bij de Nationale Bank van België ook hier weer boven elke wet.

Het bijzondere eigen sui generis rechtskader, welke door de Bank “altijd correct wordt toegepast” …

In het Parlement is het besef doorgedrongen dat één en ander niet is verlopen zoals eerdere Ministers van Financiën en Goeverneurs van de Nationale Bank van België dit hebben willen laten geloven.
Er worden vragen gesteld aan de actuele Minister van Financiën en Gouverneur, er lopen procedures voor de Commissie Financiën en er werd een wetsvoorstel ingediend welke de enige en werkelijke “ratio legis” van het Artikel 32 moet duidelijk stellen.

De behandeling van dit dossier in het Parlement is van het allergrootste belang om uiteindelijk de noodzakelijke bijsturingen te kunnen doorvoeren aan zowel de Organieke Wet als aan “het bijzondere sui generis rechtskader” van de Nationale Bank van België. En dit vooral ook om het herstel van de fundamentele rechten van de privé eigenaars van deze naamloze vennootschap te realiseren.

Het lijkt echter mogelijk te zijn dat, zelfs met heel wat herstellend wetgevend werk, de Belgische Staat niet spontaan het initiatief zal nemen om ook de enorme financiële schade te compenseren. Zelfs wanneer dit zou neerkomen op het feit dat een Staat dan jarenlang zijn eigen burgers voor miljarden euro’s heeft bestolen. Vandaar …

Op 27 mei 2022 werd de Nationale Bank van België nv gedagvaard.

Op 17 september 2022 werden de eerste conclusies vanwege de Nationale Bank van België ontvangen.

De Nationale Bank van België geeft (terecht) veel belang aan de in 2010 gevoerde procedure voor het Grondwettelijk Hof, doch wel voor de verkeerde redenen. Ook voor deze Rechtbank zal men proberen de feitelijke discussie uit de weg te gaan en, erger nog, probeert men het Arrest van het Grondwettelijk Hof te herschrijven. Het herschrijven van de (monetaire) geschiedenis en de juridische en economische waarheid, het is een specialiteit geworden van de centrale bank van ons land …
Zie in dit verband onze toelichtingen via de bovenstaande link “Grondwettelijk Hof en Raad van State”, en onze volgende conclusies ook.

Onze conclusies van 26 december 2022.

Alle verdere standpunten, feiten en reacties op de conclusies vanwege NBB geven wij via de andere webpagina’s, in afwachting van de nieuwe conclusies vanwege de tegenpartij (uiterlijk 24 maart 2023).

Als gevolg van onze gevorderde nietigverklaring van de beslissingen werd onze eis uitgebreid met een eis tot terugvordering lastens de Belgische Staat voor de onterecht overgedragen jaarwinsten (van de boekjaren 2018 – 2021), en dit voor een bedrag van 1.091.635.000,00 euro

De conclusies van de Nationale Bank van België (van 15 maart 2023)

Onze finale conclusies van 27 juni 2023:

In onze conclusies wordt herhaaldelijk verwezen naar reacties op de conclusies vanwege de NBB van 16/09/2023 (stuk 11):

De finale conclusies van de Nationale Bank van België (van 7 augustus 2023)

De verdediging vanwege de Nationale Bank van België is hoofdzakelijk afgestemd op een onontvankelijkheid van onze klacht enerzijds, en nu ook op een begrip ‘seigneuriage’ die over het laatste decenium sterk geëvolueerd zou zijn (in feite nu zou overeenkomen met ‘het monetair inkomen’ van de Nationale Bank van België. De eisende partij zou blijven hangen zijn bij een achterhaalde invulling van het begrip ‘seigneuriage’).

De pleitdatum voor de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank van Brussel werd bepaald op 21 september 2023.

De Nationale Bank van België heeft inderdaad haar verdediging nagenoeg uitsluitend afgestemd op het overtuigen van de Rechtbank om onze eis onontvankelijk te verklaren. Om opnieuw, ook omtrent deze betwisting, elke feitelijke argumentering te kunnen ontwijken. Die feiten zijn immers wat ze zijn …!

Wanneer men bij de Nationale Bank van België van mening is dat:

Het zou vanzelfsprekend abnormaal zijn indien deze monetaire inkomsten niet zouden terugvloeien naar de gemeenschap maar, zoals eiser kennelijk beoogt, zouden worden geprivatiseerd.

dan kunnen de privé aandeelhouders dit enkel enkel onderschrijven wanneer dit inkomen wordt gerealiseerd via passiva (eigen schulden) zonder een rentevergoeding (en dan ook zonder enig renterisico).
De enige correcte omschrijving van de actuele toestand is dat de Regentenraad uitsluitend de winsten nationaliseert, en de miljardenverliezen voor de helft privatiseert !!
Synthese van onze tegenargumentering omtrent de opwerpingen vanwege de Nationale Bank van België, zoals gepleit:

Het telkens opnieuw herhalen ” dat de residuaire winst die in de vierde stap naar de Staat vloeit voortvloeit uit de bijzondere positie van de Staat en van de taken van algemeen belang waarmee hij concluante belast “.

Het recht op een deel van de jaarwinst in de vierde stap is NIET omdat de NBB opdrachten in het algemeen belang uitvoert, doch WEL omdat zij bepaalde voordelen geniet verkregen via het verlenen van het emissiemonopolie. Om diezelfde reden werd er een bijzondere positie bij de winstverdeling gecreëerd: “de centrale bank – de Belgische Soevereine Staat”. Binnen deze relatie zou de Soevereine Staat uitsluitend een deel van de seigneuriage toegewezen krijgen, winsten die fundamenteel onderscheiden zijn van de winsten die de NBB kan realiseren via de inbreng van het kapitaal. Dit standpunt vanwege de Wetgever werd uitdrukkelijk ook zo door het Grondwettelijk Hof bevestigd!

Het wordt allemaal nog zoveel zwakker wanneer de NBB aanhaalt dat ” eiser zich zou vastklampen aan een achterhaalde inhoud van het begrip seigneuriage? De “eigentijdse definitie van seigneuriage zou nu overeenkomen met het Europeesrechterlijk verankerd concept van ‘monetaire inkomsten’, naar de opbrengsten van de activa die een centrale bank aanhoudt als tegenwaarde van de monetaire basis“?

Ook hier moeten we de Rechtbank van de juiste informatie voorzien:

De inhoud van het begrip ‘seigneuriage’ werd bepaald door de ECB: het is het ESCB die het emissierecht van de bankbiljetten in euro heeft, en het is het ESCB die de activa aanhoudt die de tegenwaarde zijn van die bankbiljettenomloop.

Het ESCB verdient de seigneuriage, berekent deze door op de globale bankbiljettenomloop de rente te berekenen tegen haar basisherfinancieringsrentevoet, en verdeelt deze volgens haar kapitaalsleutel over alle NCB’s.

Het komt niet aan de Regentenraad toe een andere invulling te geven aan het begrip ‘seigneuriage’ !!

En ook wanneer er verdere evoluties zijn omtrent de wettelijke betaalmiddelen, zoals de invoering van digitale euro’s, ook dan zal het enkel aan de Wetgever toekomen om duidelijk te bepalen of ook deze passiva tot de basis kunnen worden opgenomen om ‘seigneuriage’ te genereren. En niet aan een “sui generis” Regentenraad.

Een bijkomend en even sterk argument opdat de monetaire inkomsten ONMOGELIJK als voordelen verkregen via het emissiemonopolie kunnen worden beschouwd:

In de procedure voor het Grondwettelijk Hof is het de Wetgever zelf die stelt dat “het een wezenskenmerk is van een centrale bank om seigneuriage-inkomsten te genereren door het inzetten van NIET VERGOEDE passiva. Een voorrecht verkregen via het emissierecht van de uitgifte van bankbiljetten met wettelijke betaalkracht.”

De centrale bankreserves zijn echter alles behalve niet vergoede passiva.
Het is precies de ECB die bij haar oprichting (in 1999) als eerste deze verplichte reserves en bankdeposito’s is gaan vergoeden.

En het is precies dit renterisico welke de NBB (voor meer dan 230 miljard euro) heeft genomen NIET met het vermogen van de gemeenschap doch WEL met het vermogen voor 50% van de privé aandeelhouders, naast alle andere financiële risico’s, dat NIET de Belgische Soevereine Staat doch WEL de aandeelhouders met miljardenverliezen gaan opzadelen.

Winsten (en verliezen), die fundamenteel verschillen van seigneuriage, want NIET verkregen via de gratis werkmiddelen verbonden aan het emissiemonopolie, doch WEL via de inbreng van kapitaal.
De Voorzitster van de Rechtbank deelde de partijen mee dat er binnen de termijn van één maand een vonnis mocht worden verwacht.
Onze reacties op het opmerkelijke vonnis van 11 oktober 2023,

met zijn verschillende positieve resultaten alsook het verdere gevolg welke wij aan dit vonnis gaan geven:

Het Hof van Beroep van Brussel

Wanneer een Ondernemingsrechtbank oordeelt dat de Regentenraad inderdaad “bevoegd en verantwoordelijk” is, en bevestigt dat uitsluitend ‘de seigneuriage‘ mag worden onttrokken aan de gewone winstbestemming (voor een verdeling met de soevereine Staat),

maar dan wel het advies naast zich legt om een deskundige te laten bevestigen dat die ‘seigneuriage’ ONMOGELIJK kan worden gelijkgesteld met het ‘monetair inkomen‘ van de Nationale Bank van België, dan moeten wij het gerecht een herkansing geven:

Het “kritische dossier” in de media

U heeft het terug gevonden?
De activist gaat in beroep, omdat hij vindt dat de Nationale Bank van België “een te groot deel van de jaarwinsten aan de Belgische Staat heeft overgemaakt” … Nu weet u meteen alle feiten.

De conclusies van de Nationale Bank van België (van 5 februari 2024).

Eerste beroepsbesluiten van 11 april 2024

De conclusies van de Nationale Benk van België (van 11 juni 2024).

Onze synthesebesluiten van 11 september 2024

De slotconclusies vanwege de Nationale Bank van België verwacht (12 november 2024)

Het Hof van Beroep werd geïnformeerd dat de minnelijke conclusiekalender werd doorlopen, de partijen wachten op de bepaling van “de rechtsdag”.

In afwachting dat het Hof van Beroep “een rechtsdag” zal hebben bepaald, geef ik hier reeds enkele feiten welke de argumentatie van de NBB volledig van tafel vegen. Nadat er effectief zal gepleit zijn publiceren wij een volledig verslag …

De Nationale Bank van België, wat verondersteld is de belangrijkste vennootschap van ons land te zijn. In haar synthesebesluiten toont zij aan geen enkel respect te hebben voor wat tot de hoogste gerechtelijke instanties van ons land moet worden gerekend.

Hoe kan het dat onze eigen Staat, als meerderheidsaandeelhouder van onze centrale bank (en zelf toezichthouder), het toelaat dat onze rechtbanken op een dergelijke manier worden misleid en bedrogen? Of weet men bij de NBB echt niet het verschil tussen ‘een netto monetair inkomen’ en ‘de seigneuriage’ van een centrale bank ..?