DE OFFICIËLE EXTERNE RESERVES: EEN DOELVERMOGEN ?

Het Artikel 9bis van de Organieke Wet van de Nationale Bank van België:

” In het kader vastgesteld door Artikel 105(2) van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en door de artikelen 30 en 31 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, worden de officiële externe reserves van de Belgische Staat aangehouden en beheerd door de Bank.
Deze tegoeden vormen een doelvermogen dat bestemd is voor de taken en verrichtingen die onder dit hoofdstuk vallen, evenals voor de andere opdrachten van algemeen belang die door de Staat aan de Bank zijn toevertrouwd. De Bank boekt deze tegoeden en de betreffende opbrengsten en kosten in haar rekeningen overeenkomstig de regels bedoeld in artikel 33. “

De Wetgever “verantwoordt” deze ingreep als volgt:

  • de interpretatie bevestigen van sommige bepalingen betreffende het juridisch statuut van de Bank, haar emissierecht en de officiële wisselreserves VAN DE BELGISCHE STAAT die ze beheert.”
  • de officiële externe reserves van het land (VAN BELGIË dus) zijn een doelvermogen voor de NBB, worden “overeenkomstig internationaal algemeen aanvaarde principes” door een centrale bank slechts aangehouden en beheerd ten behoeve van het monetaire beleid, het wisselkoersbeleid en andere opdrachten van algemeen belang;
  • alles gebeurt “in het belang van de rechtszekerheid”. 
Zie: Wetsontwerp betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (DOC 50 1842/003)
Ter verduidelijking:
Deze ingreep van de Wetgever is er gekomen omdat aandeelhouders gerechtelijke procedures waren gestart waarbij zij hun eigendomsrechten (over de goudmeerwaarden) wilden laten gelden en verdedigen. De NBB had belangrijke meerwaarden, geboekt in “de onbeschikbare reserverekening”, integraal overgemaakt aan de Soevereine Staat;
Het hier uitdrukkelijk genomen standpunt moet duidelijk zijn: het geheel van de activa van de NBB, welke als officiële externe reserves worden omschreven, zijn de feitelijke eigendom van de Belgische Staat. De NBB kan deze enkel “aanhouden en beheren”om voor rekening van het algemeen belang bepaalde doelen te dienen. Het is de enige manier om te kunnen stellen dat de aandeelhouders van de NBB geen eigendomsrechten kunnen laten gelden!

Tot op vandaag stelt de NBB dat noch zij zelf noch haar aandeelhouders de economisch rechthebbenden kunnen zijn, doch: deze stelling gebruikt zij uitsluitend aangaande de meerwaarden op haar goudvoorraad!

 

Een definitie voor “Doelvermogen”  =   ” een vermogen dat met een bepaald doel wordt afgescheiden van het eigen vermogen. “

Dit gebeurt via een rechtsvorm. Meestal worden vanuit een doelvermogen uitkeringen verstrekt aan personen.Voorbeelden van doelvermogen: (family)trusts.”
Deze definitie, toegepast op de Europese Centrale Bank:
  • bij de oprichting van de ECB hebben haar aandeelhouders, de Nationale Centrale Banken (waaronder de NBB), een deel van hun eigen officiële externe reserves (goud, deviezen, …) overgedragen aan de ECB.
  • In ruil hiervoor hebben deze NCB’s (rentedragende) vorderingen op de ECB ontvangen:
    de overgedragen activa (wat de officiële externe reserves zijn) werden op het actief van de balans van de NBB vervangen door een vordering voor dezelfde waarde op de ECB (die op haar beurt deze schuld AAN DE NBB op het passief van haar eigen balans tot uiting brengt);
  • de officiële externe reserves van de ECB maken inderdaad een werkelijke “overdracht van vermogen” uit: van het vermogen van de NCB’s naar dat van de ECB;
  • die dit vermogen inderdaad ontvangt “om een duidelijk omschreven doel” te dienen: de uitvoering verzekeren van de taken die haar werden opgelegd en werden vervat in het Artikel 3 van de Statuten van de ECB (artikel 127 lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie),
Het begrip “doelvermogen” werd ingevoerd naar aanleiding van de oprichting van de ECB.
  1. Wanneer het vermogen, belegd in de officiële externe reservebestanddelen, “het doel” hebben gediend,

  2. en deze beleggingen resulteren in meerwaarden,

  3. waarvan het Bestuur van de ECB oordeelt dat het niet nuttig is dat deze meerwaarden op hun beurt worden ingezet “om dat zelfde doel” verder te dienen,

  4. dan beslist het bestuur van de ECB op autonome wijze om deze meerwaarden op haar officiële externe reserves uit te keren.

Het is onbetwistbaar en illustratief dat precies de ECB de meerwaarden op “haar doelvermogen”, waaronder haar goudvoorraad, uitkeert aan . . . . de eigenaars van de vennootschap, haar aandeelhouders (de NCB’s).

En dus in ieder geval niet aan de Soevereine Staten van die NCB’s!

Het begrip “doelvermogen” houdt geen enkel argument in om de uiteindelijke eigendomsrechten op de goudvoorraad te beperken! Elke verdere argumentatie hiertoe is volstrekt overbodig.

Aanvullend:  De ECB erkent een schuld aan de NCB’s, niet aan hun Soevereine Staat. Het zijn immers de NCB’s die de juridische en volwaardige eigenaars zijn van de overgedragen activa.


Informatie / verwijzingen:

1) Wetsontwerp betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (DOC 50 1842/003)
2) De Statuten van de ECB

AANDACHTSPUNTEN:

  1. De Nationale Bank van België maakte hier een tactische keuze, waarbij  het absoluut duidelijk moet zijn dat hier de stelling werd ingenomen dat de eigendomsrechten over de goudvoorraad uitsluitend bij de Belgische Staat liggen, deze (goud)activa voor haar zelf geen volwaardige eigendom uitmaken, zij deze activa slechts aanhoudt en beheert.

    • De NBB neemt in deze rechtszaak nu een tegengesteld standpunt in,

  2. Wanneer “doelvermogen” een overdracht van vermogen inhoudt aan een andere juridische entiteit, die dit vermogen kan inzetten om een bepaald doel te realiseren (cfr. de NCB’s en de ECB),

    • Wil men ons dan doen geloven dat de Belgische Staat (uitsluitend) de goudvoorraad heeft overgedragen aan de NBB?

    • Zonder enig spoor hiervan in haar balans en jaarrekening?

    • Noch in onze monetaire geschiedenis, waaruit duidelijk blijkt dat de NBB haar goudvoorraad zelf heeft opgebouwd (als gevolg van de wettelijke dekkingscoëfficiënt)?

  3. In de bespreking in de Kamer wordt aangehaald dat “het aanhouden en beheren” van de officiële externe reserves van een land één van de fundamentele taken van een centrale bank is, dit volgens “internationaal algemeen aanvaarde principes”.

    • Inzake het beheer van de officiële externe reserves zijn deze internationaal aanvaarde principes vervat in vooral de Richtlijnen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

    • Deze Richtlijnen stellen dat deze activa de onvoorwaardelijke en volwaardige eigendom moet zijn van de monetaire autoriteit van het land, de Nationale Bank van België dus.

  4. De ECB en alle andere NCB’s vormen samen het ESCB. Voor elk van deze centrale banken maken de officiële externe reserves een doelvermogen uit.

    • Voor alle NCB’s, met als enige uitzondering de NBB, worden de meerwaarden op die activa tot het eigen vermogen van de vennootschap gerekend! En worden de uiteindelijke eigendomsrechten dus bij hun aandeelhouders gelegd;

  5. De officiële externe reserves zijn activa, eigendom van de vennootschap. De centrale bank heeft die activa gekocht met vermogen afkomstig van ofwel de aandeelhouders en/of van haar schuldeisers.

    • De uiteindelijke eigendomsrechten over alle activa, waaronder de officiële externe reserves, liggen dus per saldo uitsluitend bij de eigenaars van de centrale bank;

  6. Het is eveneens een standpunt van de NBB dat het de Wetgever toekomt wat de bestemming zou worden van de officiële externe reserves wanneer deze niet langer zouden aangewend worden ten behoeve van het monetaire en wisselkoersbeleid.

    • Dit kan dan eventueel het geval zijn voor de ECB of voor NCB’s waar de respectievelijke Staat de enige aandeelhouder is,

    • maar: kan de Belgische Wetgever een dergelijke ingreep doen waarbij het vermogen van een vennootschap, voor 50 % toebehorend aan particuliere aandeelhouders, zonder toekenning van enige passende vergoeding wordt onteigend?

    • De Wetgever kan in de toekomst alles, weze het onder voorbehoud van toetsing aan hogere normen. Dergelijke ingreep zou zeker het voorwerp uitmaken van een procedure voor het Grondwettelijke Hof door de minderheidsaandeelhouders. 

  7. De officiële externe reserves omvatten meer dan de goudvoorraad.
    De resultaten op de andere componenten van “het doelvermogen”, net zoals ook gebeurlijke minwaarden op de goudvoorraad, worden gewoon via de resultatenrekening verwerkt en komen bijgevolg WEL de aandeelhouders toe.

    • De omstandigheid dat beide types van officiële externe reserves in praktijk in de jaarrekening van de NBB een verschillende behandeling kennen, leidt tot de logische conclusie dat uit de tekst van Artikel 9bis van de Organieke Wet geenszins kan worden afgeleid dat er een onderscheiden behandeling van de goudvoorraad enerzijds en de resultaten op bv. de deviezenvoorraad anderzijds een verantwoording zou vinden in de tekst van Artikel 9bis, op zodanige wijze dat de ene wel aan de aandeelhouders toekomen en de andere niet. Dat de ene wel kunnen geboekt worden als eigen vermogen en de andere niet.  


ELKE POGING VANWEGE NBB OM DE BEPALING VAN HET ARTIKEL 9bis IN TE ROEPEN OM DE EIGENDOMSRECHTEN VOOR HAAR ZELF, OF VOOR HAAR AANDEELHOUDERS, TE BEPERKEN KAN NIET ANDERS WORDEN OMSCHREVEN ALS 

cropped-rechter.jpg

BEDROG !!!

HOE IS HET MOGELIJK DAT RECHTERS DIT VERHAAL ZO LICHTZINNIG OVERNEMEN ??

Op basis van welke gefundeerde gronden vellen zij vonnissen ??


HET BEGRIP ” DOELVERMOGEN ” WERD OP EEN OPMERKELIJKE MANIER INGEVOERD:

  • De Organieke Wet van de NBB werd in 1989 aangepast   (de gele tekst = aanpassingen van 2002, zie hierna)       

  • Na de overdracht van de meerwaarden op de goudverkopen (1996 en 1998) dienden zich rechtszaken aan, en werd het nodig bevonden om snel enkele bijkomende artikels in te voegen in de Organieke Wet.

    Dit gebeurde via de Wet betreffende het toezicht op de financiële sector (2 augustus 2002),

  • In bijgaand document (De Kamer, Wetsontwerp) werd enkel het gedeelte hernomen (Artikel 141) waarin het probleem aangaande de officiële externe reserves van de NBB diende geregeld te worden,

  • De “Verantwoording” in dit wetsontwerp zegt alles,

    • let op het feit dat men, zowel in het Artikel 9bis zelf als in de bespreking van de wet, duidelijk opneemt dat het om “de officiële reserves van De Belgische Staat” gaat (waar de correcte omschrijving is: “de officiële reserves van België“).
      Absoluut doelbewuste woordkeuze, kwestie van “rechtszekerheid” te creëren;

    • men omschrijft handig dat men zich voor de voorgestelde tekst gebaseerd heeft op ” … de overeenkomstig op internationaal vlak algemeen aanvaarde principes “,

    • die principes: ” de officiële goud- en deviezentegoeden die de officiële externe reserves van een land vormen, worden door de centrale bank als een doelvermogen aangehouden en beheerd, dat …. “

  • men stelt hierbij de tekst over te nemen welke Frankrijk (!?) toepast in haar wetgeving (Statuten Banque De France en Monetary and financial code ),

    • doch men gaat hier opnieuw (gemakkelijkheidshalve ?) voorbij aan het feit dat de Franse Staat de enige aandeelhouder is geworden van haar centrale bank (wat nochtans geen onbelangrijk detail is?
      Ondanks het feit dat dit gegeven eveneens uitdrukkelijk in die Wetgeving vermeld staat?),

    • en deze dus op eenvoudige wijze kan en mag stellen dat zij, als Staat, haar goud- en deviezenreserves door de Banque de France laat aanhouden en beheren, (zij heeft immers de volledige vermogensrechten verworven, door te nationaliseren),

    • desondanks kan ik in het opgegeven artikel L 141-2 het begrip “als een doelvermogen” niet terugvinden (vrije aanvulling van de Belgische) auteur?),

  • en vermits ook Artikel 105(2) van het Verdrag vermeldt dat het ESCB het “aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten” tot één van haar fundamentele taken heeft, moet het ook logisch zijn dat België zich hierbij aansluit?

  • En het Wetsvoorstel werd natuurlijk zonder enige kritische ingesteldheid aanvaard.

Een nieuwe steen werd gelegd, om de onteigening op verder te kunnen bouwen. De NBB kon in haar jaarverslag haar communicatie aanpassen, ter verdediging van de door haar (in 1989 vooral) gemaakte fouten en van de belangen van haar hoofdaandeelhouder, de Belgische Staat.
En de rechters konden verwijzen naar een Wet, wat altijd handig is. (
Publicatie in Staatsblad, Vonnis van het Arbitragehof   zie: ten gronde, B 3.2)


cropped-jaarverslagen.png

 

 

 

%d bloggers liken dit: