
Een “diepgravende analyse” (van 25 september 2024) door onze volksvertegenwoordiger Michael Freilich

(..) heb ik me als onderzoekspoliticus samen met mijn team hierin verdiept. Hierbij ben ik niet over één nacht ijs gegaan. We hebben diep gegraven in de geschiedenis van de NBB en ik heb gesproken met diverse actoren die in de afgelopen 15 jaar bij dit dossier betrokken zijn geweest, zoals privé aandeelhouders zelf, Deminor, de FSMA en medewerkers bij de ECB. (..)
Ondanks het feit dat ik sedert 2010 een vrij activistisch en redelijk geïnformeerd aandeelhouder ben, heeft Michael geen gevolg willen geven aan mijn herhaalde vragen om voorafgaand een bespreking te hebben omtrent de aanklachten en het “complexe dossier” …
Dergelijke bespreking had wellicht bijgedragen tot de kwaliteit van zijn diepgravende analyse.
Een eerste belangrijke mijlpaal is die in 1926, waarbij een akkoord wordt afgesloten tussen de Staat en de NBB. Dit moet in het licht van de hervorming van de NBB bekeken worden, omdat de reserves van de NBB zwaar waren aangetast door speculatieve aanvallen tegen de Belgische frank. (..)
De “eerste belangrijke mijlpaal” van 1926 waarnaar word verwezen is door onafhankelijke geschiedkundigen beschreven en staat bekend als “de Sterlingkwestie”, ofwel ook als “het schandaal van de NBB” …
Een alles zeggende mijlpaal voor een centrale bank, een mijlpaal die echt kan tellen …
Dit is m.i. al een eerste mijlpaal waarbij er statutair gemorreld wordt aan de claims op de goudvoorraad.
De volksvertegenwoordiger heeft het over “morrelen aan statutair bepaalde claims op de goudvoorraad” ..?
En dus waren die eigendomsrechten er wel degelijk? En ook statutair bepaald?
Bij de oprichting van de bank in 1850 had de wetgever aan de instelling de verplichting opgelegd om haar direct opeisbare schulden minstens voor één derde met goud te dekken. (..)
Vraagje hierbij: werd die dekking met goud door de Belgische Staat aangeleverd? Of moest de NBB dat goud zelf aankopen?
Dan komt er een heel belangrijke statutenwijziging in 1988.
Enerzijds wordt de tijdslimiet van de NBB opgeheven en krijgt deze een perpetueel karakter. Maar nog belangrijker: de NBB krijgt de toestemming om het goud te verkopen, maar de gerealiseerde meerwaarde moet op een ‘onbeschikbare reserverekening’ worden gestort die bij vereffening van de NBB aan de Staat toekomt (wet van 23 december 1988).
De tot dusver steeds verplichte gouddekking van de biljetten werd hierbij opgeheven.
De invoering van het “Artikel 20bis” in de Organieke Wet … (opgeheven bij toetreding tot het Eurosysteem …)
.. De meerwaarde die de Bank bij arbitragetransacties van goud tegen deviezen zou realiseren mochten geen aanleiding geven tot negatieve vermogensoverdrachten ten laste van de Bank ..”
Uitkeringen van meerwaarden op goudactiva zijn voor de NBB “negatieve overdrachten van vermogen ten laste van de Bank”. Met speciale aandacht voor “het vermogen van de Bank” …
De rechtbank:
- “Zolang de Wetgever aan die meerwaarden geen bijzondere bestemming van algemeen belang heeft gegeven, blijven die meerwaarden evenwel tot het vermogen van de Nationale Bank behoren en zijn zij derhalve geenszins een schuld aan de Staat.” (punt 32)
- “ (…) het feit dat, zolang de wetgever niet specifiek is tussengekomen, de gerealiseerde meerwaarden op goudreserves in het vermogen van de Nationale Bank blijven en niet kunnen worden beschouwd als een schuld aan de Staat.” (punt 34).
Met de wet van 2 augustus 2002 wordt de knuppel in het hoenderhok gegooid: er wordt beslist dat de goud- en FX-reserves de Staat toebehoren en dat de NBB de beheerder (custodian) is van deze middelen.
De goud- en deviezenreserves hebben altijd al aan de staat toebehoord. De bank beheert ze alleen voor rekening van de Staat.
De bepaling uit de wet van 2 augustus wijzigt niets. Het is enkel een interpretatieve wet die bevestigt wat al bestond (..)
Bij alle centrale banken staan de goud- en deviezenreserves die toebehoren aan de staat op de actiefzijde van de balans. Het is de tegenwaarde voor de bankbiljetten in omloop.”
Aldus de woordvoerder van de NBB, die zich gesterkt voelt op basis van de laatste statutenwijziging in 1988.
De NBB werd opgericht in 1850, en werd door de wetgever verplicht al haar eigen kortlopende schulden in te dekken met een goudvoorraad. En die goudvoorraad is dan altijd al van de Belgische Staat geweest ..?
Wijzigingen in het vermogen van een (beursgenoteerde) vennootschap, en ook van een centrale bank, zijn het voorwerp van een boekhoudkundige registratie. Op 2 augustus 2002 is de enige registratie niet boekhoudkundig, doch beperkt tot de simpele pennentrek vanwege de Belgische wetgever.
Kwalitatieve wetgeving (sic), waarbij “goud- en FX-reserves van België (als de lidstaat van het IMF)” heel bewust werden gelijkgesteld met “de rechtspersoon de Belgische Staat”.
Nog belangrijker is dat er uiteindelijk, na enkele eerdere uitspraken bij de hoven van beroep, een duidelijke uitspraak komt van het Grondwettelijk Hof. (..)
Het Hof erkent dat het verantwoord is om maatregelen te nemen die de toekenning van de seigneuriage aan de Staat moeten waarborgen en dat de private aandeelhouders geen aanspraak kunnen maken op de seigneuriage-inkomsten van de Staat. (..)
Nu ja, wanneer een vertegenwoordiger van het volk (de wetgever dus), na een diepgravende analyse bovendien, de meerwaarden gerealiseerd op de goud- en deviezenvoorraden beschouwt als toebehorend tot ‘de seigneuriage’ van een centrale bank ..?
De feiten omtrent de werkelijke vermogensrechten over de goud- en deviezenactiva van de Nationale Bank van België worden elders op deze webpagina uitgebreid en vrij onbetwistbaar besproken en toegelicht.
Deze diepgravende analyse van onze vertegenwoordiger van het volk reikt geen enkel element aan om de talrijke feiten en de historische waarheid te weerleggen, en bovendien werd er geen enkele aandacht gegeven aan het feit dat de NBB een volledig geïntegreerd onderdeel uitmaakt van het Eurosysteem (en dwingend verplicht is alle bepalingen van het Richtsnoer te respecteren):
“Alle financiële risico’s, verliezen en opbrengsten MOETEN tot het eigen vermogen van de NCB toekomen.” En NIET tot het vermogen van de Belgische Staat?
Vergelijkingen met andere centrale banken als de Federal Reserve Bank of de Bank of England hebben geen enkele zin, en de simpele vergelijking met De Nederlandsche Bank lijkt bewust niet te worden gemaakt?
Daar verwijst men naar art. 127(2) van het Verdrag, dat expliciet stelt dat de goudreserves behoren tot de lidstaten en dat de centrale banken deze in bewaring hebben.
Artikel 127 (2): De via het ESCB uit te voeren fundamentele taken zijn:
- het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten;
“Het aanhouden en beheren” door centrale banken wordt door onze volksvertegenwoordiger gelijkgesteld met “enkel in bewaring geven”?
En wanneer de ECB en andere NCB’s in hun jaarverslagen informeren dat zij, als tegenwaarde van hun kapitaal en reserves “een eigen middelenportefeuille aanhouden en beheren”? Dan hebben ze die portefeuilles alleen maar in bewaring?
De verwijzing naar de Opinie van de Europese Centrale Bank, afgeleverd bij gelegenheid van een vraag van de Banca d’Italia, en handelt over “the ownership of gold reserves” zegt eigenlijk alles, maar wordt door de volksvertegenwoordiger niet verder opgenomen in zijn diepgravende analyse. Jammer, toch.
Enkel de volgende passage, als reden waarom dit waarschijnlijk niet echt verder werd behandeld:

Meerwaarden op de goudactiva, gerealiseerd anders dan via een arbitrage en door het bestuur als uitkeerbaar beschouwd, kunnen uitsluitend middels het gewone uitkeringsproces van winsten aan de aandeelhouders worden uitgekeerd. Nadat er voldoende financiële reserves werden opgebouwd, om de financiële onafhankelijkheid van de centrale bank te verzekeren.
Een uitkering zoals bepaald werd in de Statuten of geregeld in de relevante wettelijke bepalingen.Wat zeggen die Statuten? Welke actuele bepalingen van de Organieke Wet voorziet in enige uitzondering wat de bestemming van meerwaarden over goudactiva regelt? Na heel wat diepgravend onderzoek kan ik hier niets aanvullend informeren …
De rapporteringsverplichting: (..)
Mogelijk is er een afwijkende rapportering van de NBB in vergelijking met de overige nationale centrale banken binnen de eurozone, zoals De Nederlandsche Bank of de Bundesbank, met betrekking tot het opnemen van de herwaarderingsmeerwaarden.
Hier zou de ECB een scheidsrechterlijke functie kunnen spelen om te bepalen of de NBB deze voldoende laat weerspiegelen op haar balans, met inachtneming van de befaamde onbeschikbare reserverekening van 1988.
De aanstelling van een werkelijk onafhankelijke commissie van experts, ZONDER leden van de NBB zelf, moeten heel eenvoudig tot de enige juiste conclusies komen ..!
De toezichthouder FSMA voert reeds vanaf 21 februari 2024 een grondig onderzoek uit?
Maar misschien zal ook nu niet voldaan zijn aan de belangrijkste voorwaarden? Totale onafhankelijkheid en deskundigheid?
Conclusie:
Dit neemt niet weg dat, indien we de historiek van de NBB overlopen, er iets te zeggen valt voor de stelling dat de Staat in het verleden misbruik heeft gemaakt van haar reglementaire positie om een regeling uit te werken die niet steeds even correct was richting de private aandeelhouders.
Tegen deze conclusie vanwege de volksvertegenwoordiger kan ik werkelijk niets inbrengen …
Conclusie:
Ideaal zou de overheid hierbij een onafhankelijke commissie van experts kunnen aanstellen om een eerlijke prijs voor de aandelen te bepalen. Dit proces zou zorgen voor transparantie en vertrouwen bij de privéaandeelhouders dat ze een eerlijke waarde ontvangen voor hun aandelen.
De private minderheidsaandeel-houders hebben niet de wens om te worden uitgekocht.
Eindelijk een onafhankelijke commissie van experts aanstellen om transparantie en een correcte waardering van de aandelen mogelijk te maken, dat werd reeds vaak gevraagd.ZEKER DOEN !!

Michaël Freilich is een terecht (her)verkozen vertegenwoordiger van het volk, en is zowel een vast lid van de “Commissie Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale instellingen” als een plaatsvervanger in de “Commissie Financiën” (met partijgenoot Steven Vandeput als voorzitter).
De Belgische Staat is de slechtste aandeelhouder ter wereld !!
Deze vaststellingen vanwege de media worden overgenomen door volksvertegenwoordiger Michaël Freilich. Hij stelt zich terecht de vraag waarom de bevoegde Minister en de regering beslisten om het mandaat van de CEO van Proximus met zes jaar te verlengen, gezien het dramatisch slechte beleid.
De financiële situatie bij de NBB is nog onwaarschijnlijk veel slechter. Het blijft het bestuur toegestaan om op ‘sui generis’ wijze totaal ongecontroleerd, zonder enige verantwoording, transparantie noch communicatie een eigen beleid te voeren en te wijzigen zonder te voldoen aan de wettelijke informatieverplichtingen. Niet t.o.v. de aandeelhouders, niet t.o.v. het parlement. De mandaten van falende gouverneurs, directieleden en regenten worden zonder enige kritiek gewoon verlengd?! De bevoegde Minister werd op geen enkel moment geïnterpelleerd?!
Parlement, DO YOUR JOB !!

De volksvertegenwoordiger toont zich inderdaad betrokken, door alle belang te geven aan een jarenlange fors dalende beurskoers en de bevoegde Minister hieromtrent in het parlement te interpelleren. Hij benadrukt dat de burgers (de Staat) wel de eigenaars zijn van een overheidsbedrijf (al is dat dan toch maar voor de helft ..), en roept een bevoegd Minister op haar opdrachten en verantwoordelijkheden op te nemen.
Minister, DO YOUR JOB !!
Bij de NBB is niet enkel de meer dan 90% gedaalde beurskoers het probleem, miljardenverliezen slaan de volledige kapitaalpositie en financiële buffers weg, er dreigt een miljardenherkapitalisatie, er volgen vele jaren zonder enige winstuitkering, …
Een zelfde houding moeten dus alle burgers van onze verkozen vertegenwoordigers in het parlement ook verwachten – en zelfs eisen – omtrent de participatie van de Belgische Staat in onze beursgenoteerde centrale bank. Wanneer zal welk lid van ons parlement de Minister van Financiën interpelleren omtrent alles wat reeds jaren grondig fout gaat bij de Nationale Bank van België?



Michael Freilich heeft voor de Commissie Financiën het initiatief genomen om hoorzittingen te organiseren, als een inleiding om tot een betere juridische bescherming van minderheidsaandeelhouders te komen.
In De Tijd van 27/11/2024 zouden “enkele kamerleden het in hun tussenkomst als een belangrijk probleem” hebben benoemd, en zouden die minderheidsaandeelhouders van beursgenoteerde bedrijven “vaak de dupe zijn van malgoverno” …
In het lijstje van andere slachtoffers dan Nyrstar ontbreekt in elk geval de naam van de Nationale Bank van België ?!?
