QUID DE GOUDVOORRAAD BIJ ANDERE NCB’S ?

De Nationale Bank van België stelt in haar financiële communicatie dat zij op identiek dezelfde manier als de andere Nationale Centrale Banken (zoals De Nederlandsche Bank en De Deutsche Bundesbank), en de Europese Centrale Bank zelf te werk gaat bij de boekhoudkundige registratie van haar goudvoorraad met zijn resultaten.
Wij maken op deze pagina een vergelijking.


(1) De Nationale Bank van België versus de ECB

Twee centrale banken met een verschillend historisch verleden, die elk op een totaal verschillende manier tot stand zijn gekomen.

Doch, die door alle bepalingen en principes van het Richtsnoer te onderschrijven (en deze reeds vele jaren toe te passen),

uitdrukkelijk erkennen dat zij beiden op dezelfde manier (moeten) aankijken tegen de fundamenteel belangrijke principes en begrippen zoals “vermogensrechten”.

Dit kan gewoonweg niet anders!

De Europese Centrale Bank (ECB)

  • Werd op 01/06/1998 opgericht,
  • waarbij de nationale centrale banken (de NCB’s) hebben ingeschreven op het kapitaal, en de enige aandeelhouders van de ECB zijn,
  • in verhouding tot hun aandeel in het kapitaal van de ECB werden door de NCB’s externe (goud- en deviezen)reserves overgedragen aan de ECB,
  • waar (rentedragende) schuldvorderingen (op het passief van de balans van de ECB) tegenover staan.

De Nationale Bank van België (NBB)

  • Werd in 1850 opgericht met de uitsluitende inbreng van privékapitaal,
  • haar activa (waaronder de goud- en deviezenreserves) werden opgebouwd uit haar werking als vennootschap (zoals deze ook voor de ECB, sedert haar oprichting, verder zal evolueren),
  • na betalingen van alle afgesproken (monopolie- en andere) vergoedingen en belastingen aan de Belgische Staat.

VASTSTELLINGEN

Met betrekking tot de balans

  • Beide instellingen boeken de goudvoorraad als een actief op hun balans.
  • Bij de ECB wordt op het passief van de balans een schuldvordering geboekt voor de overgedragen (dus ingebrachte) externe reserves,

Deze schuldvorderingen gelden ten voordele van de NCB’s
(en dus NIET ten voordele van hun nationale overheden).
Dit is volledig in overeenstemming met het feit dat de NCB’s de volkomen eigenaars MOETEN zijn van hun externe reserve-activa !

  • een dergelijke balanspost komt NIET voor op het passief van de balans van de NBB,
  • wat altijd het geval zou moeten zijn wanneer de Belgische Staat “preferente rechten” wil laten gelden)
  • mocht er ooit door de Soevereine Staat enig vermogen zijn overgedragen (en het actief van de balans moet ten allen tijde gelijk zijn aan het passief) had deze schuld de directe tegenpost moeten zijn van de ingebrachte activa
  • voor beide vennootschappen worden de ongerealiseerde winsten op de externe reserves geboekt in de post “Herwaarderingsmeerwaarden” (passief van de balans).
  • Deze post maakt altijd onderdeel uit van het eigen vermogen van een vennootschap. Ook van een centrale bank,
  • de aan deze balanspost verbonden toelichting bij NBB (nr 21) maakt geen enkele verwijzing naar het bestaan (en vooral de gevolgen) van de bepalingen van de Organiek Wet,
  • op het passief van de balans van de NBB wordt echter een schuld opgenomen: de gerealiseerde meerwaarden op (verkocht) goud worden in “een onbeschikbare reserverekening geboekt, een balanspost opgenomen onder “Overige passiva“.
  • Of: hoe logisch kan men zijn? Een “reserverekening” onder “overige passiva” onderbrengen?
  • Of gaat het hier eerder om een bewust foutieve voorstelling?.

Met betrekking tot de resultatenrekening

  • Bij de ECB worden ALLE gerealiseerde winsten en verliezen verwerkt via de winst-en verliesrekening,
  • bij de NBB wordt de opbrengst van een goudverkoop buiten de resultatenrekening om verwerkt (om volgens de bepalingen van de Organieke Wet de meerwaarde belastingvrij in de Onbeschikbare reserverekening te kunnen boeken),
  • en bestaat er een oncontroleerbaar kluwen van inkomsten die (verondersteld zijn) rechtstreeks de Staat (te moeten) toekomen.

OPMERKINGEN

Vermits de NBB haar goudvoorraad ZELF heeft opgebouwd (om te voldoen aan de wettelijke dekkingscoëfficiënt voor haar bankbiljettenvoorraad) is het normaal dat er geen schuldvordering (t.v.v. de Belgische Staat) op het passief van haar balans staat.
Activa worden verkregen door vermogen aan te trekken, en deze werkmiddelen (rendabel) in te zetten. Of, wanneer deze activa in de vennootschap worden ingebracht, zal de vennootschap een overeenstemmende schuld op haar balans tot uiting brengen.

Bij de ECB werd de goudvoorraad door haar aandeelhouders ingebracht, bij de NBB werd deze dankzij het kapitaal, toebehorend aan de (privé)aandeelhouders, stelselmatig opgebouwd.

De ECB keert de eventuele meerwaarden (op die goudvoorraad) uit aan haar aandeelhouders, de NBB boekt deze (via arbitrage) gerealiseerde meerwaarden in een onbeschikbare reserverekening:

  • Waarvan zij tot op vandaag stelt dat noch zij zelf, noch haar aandeelhouders, er de economisch rechthebbenden kunnen van zijn,
  • Zolang het Artikel 20bis van haar Organieke Wet van kracht was (tot 1998) de op deze rekening ingeschreven bedragen zelfs toebehoorden aan de Belgische Staat (en dus een werkelijke schuld betekenden voor de NBB),
  • Doch sedert invoering van het huidige Artikel 30 enkel nog de verdere opbrengsten van (de activa die de tegenpost vormen van) deze reserverekening rechtstreeks aan de Staat worden toegekend.

Vanwaar de claim van een “Soevereine” Staat op de totale opbrengsten van een actief, verworven met vermogen toebehorend aan een vennootschap?

Als NBB de bepalingen van het Richtsnoer toepast, het goud als een actief boekt (zie de strikte bepalingen van Art. 4 om dit te mogen doen) en de ongerealiseerde winsten als een onbetwistbaar “eigen vermogen” toont, hoe verantwoordt men dan:

  • de stelling dat noch de vennootschap noch haar aandeelhouders de economisch rechthebbenden zijn van de meerwaarden en verdere opbrengsten van de goudvoorraad?
  • Zijn de “herwaarderingsmeerwaarden” dan nooit eigen vermogen geweest? Werden de aandeelhouders dan niet gewoon misleid?
  • Is de rapportering van de NBB inzake ongerealiseerde goudmeerwaarden dan transparant en waarheidsgetrouw?

Kunnen de ECB en de externe bedrijfsrevisor (eerder Ernst & Young, nu Mazars) hier afzijdig blijven? De toezichthouder, het FSMA?

Als de aan de post “Herwaarderingsmeerwaarden” verbonden toelichting (nr 21) geen enkele melding maakt van de werkelijke bestemming van die meerwaarde bij de realisatie van het actief: doet de NBB dit dan bewust? Voldoet zij hier aan alle opgelegde regels qua transparantie?
Opnieuw: wat zijn de standpunten hieromtrent van alle hiervoor genoemde betrokkenen?

Conclusies

Beide centrale banken hebben een verschillend historisch bestaan. De balans van de ECB geeft dit op transparante wijze weer door de vorderingen t.v.v. haar aandeelhouders op het passief van haar balans te vermelden als tegenpost voor de door hen ingebrachte officiële externe reserves;

Net zoals de Nationale Bank van België plaatst de ECB haar goudvoorraad als een actief op haar balans. Zij brengen beiden tot uiting dat dit activum hun juridische en economische eigendom is;

De ECB neemt de gerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad op in haar resultatenrekening en keert deze, als onderdeel van het globale jaarresultaat, uit aan haar aandeelhouders;

” de totale overeenstemming bij deze twee van hun Staten onderscheiden juridische entiteiten ” (inzake rapportering, uit het persbericht van NBB) blijkt alles behalve totaal te zijn. Er ontbreekt (ook) in dit bericht een werkelijk belangrijk deel van de informatie.


(2) De Nationale Bank van België versus De Nederlandsche Bank

Hierbij een synthese over de geschiedenis van de Nederlandsche Bank:

De talrijke overeenkomsten zijn opvallend:

  • de nood om een “nationale bank” op te richten, met hetzelfde doel (waaronder de uitgifte van bankbiljetten verzorgen),
  • de taken van DNB werden in een Octrooi vastgelegd (Statuten), waarin werd opgenomen dat DNB als enige bankbiljetten mocht uitgeven,
  • en waarin ook de rechtsvorm werd opgenomen: een “compagnieschap zonder firma”, de voorloper van de naamloze vennootschap,
  • de aandelen waren volledig in handen van private “geldschieters”,
  • de uitgifte van bankbiljetten was (vanaf 1863) onderworpen aan “een proportionele dekking”: 40 % van de bankbiljettenomloop diende gedekt te zijn door een metaalvoorraad (het goud en zilver van DNB),

Weinig punten van verschil, wel integendeel. Tot men in Nederland onderkent dat haar centrale bank een andere rol moet krijgen, haar monetair beleid een ander doel moest gaan dienen en hiertoe op een andere manier zou moeten gaan werken. “De waarde van de Nederlandsche geldeenheid moest op zodanige wijze gereguleerd worden dat ’s lands welvaart best gediend werd”.

Hiertoe werd (in 1948) de Bankwet gewijzigd en … werd De Nederlandsche Bank genationaliseerd !!

” Daarna groeide DNB uit tot een moderne monetaire instelling “

  • bij de invoering van de euro werd in 1998 een nieuwe Bankwet opgesteld,
  • “in essentie bleven de taken van DNB ongewijzigd”,
  • “doch werd de relatie tussen DNB en de overheid gewijzigd”,
  • het monetair beleid werd voortaan door de ECB bepaald.

De NBB stelt in het persbericht (van 16 maart 2007) nadrukkelijk dat De Nederlandsche Bank eveneens een van haar Staat juridisch onderscheiden entiteit vormt, de externe reserves van Nederland aanhoudt en beheert, en deze reserves dus ook op dezelfde manier als de NBB boekt!
“Overigens, het vonnis van 9 maart 2007 bevat geen enkel punt van kritiek op dit vlak!”.

Beide centrale banken houden, als onderdeel van hun officiële externe  reserves, een fysieke goudvoorraad aan. Deze voorraad heeft geen enkele monetaire functie meer, en een belangrijke reden om toch zo’n voorraad aan te houden is van strategisch belang bij het beheer van de portefeuille: goud is “een ultieme reserve en vertrouwensanker”, snel en zeker inwisselbaar bij eventuele problemen of crisissen. (zie de bespreking van de officiële externe reserves ook).

De beide centrale banken dienen hun activa dus dermate te kiezen dat zij aan alle liquiditeitsproblemen kunnen weerstaan, en alle eventuele verliezen van hun activiteit kunnen opvangen.
Hiertoe, maar ook omdat zij alle (prijs- en wissel)risico’s van deze activa zelf dragen, dienen zij deze portefeuilles zo voorzichtig mogelijk te beheren.

De vergelijking tussen beide centrale banken gebeurt het best aan de hand van de jaarverslagen over het jaar 2005. In dat boekjaar hebben beide NCB’s immers een deel van hun goudvoorraad verkocht.




Vaststellingen

  • Beide centrale banken hebben de bepalingen van het Richtsnoer van de ECB onderschreven;
  • en beiden boeken zij hun goudvoorraad als een actief op hun balans, (omdat zij stellen dat deze voorraden hun volwaardige eigendom zijn)
  • waarbij zij alle twee de ongerealiseerde meerwaarden boeken in ” Herwaarderingsrekeningen “,

een balanspost welke absoluut en zonder enige mogelijke discussie ALTIJD tot het “eigen vermogen” van de vennootschap dient toegerekend,

Een feitelijke situatie waar DNB ook consequent en ondubbelzinnig naar handelt:

  • bij realisatie van die “herwaarderingsmeerwaarden” worden deze integraal naar de “Algemene Reserve” overgeboekt (dit is een beschikbare reserverekening, toebehorend aan het kapitaal).
  • De tegenposten hiervan zijn de portefeuille “Overige financiële activa” (balanspost 9.3), waarbij men zegt: “de beleggingen in deze portefeuille geven in principe de omvang weer van het Eigen Vermogen van DNB;

De opbrengsten van deze portefeuille worden via de resultatenrekening verwerkt, en komen dus altijd de aandeelhouder(s) ten goede: ofwel worden zij opnieuw aan de reserves toegevoegd (en zullen zij de financiële buffer voor de aandeelhouders verder versterken), ofwel worden zij als dividend uitgekeerd (DNB betaalt 95 % van haar resultaat uit aan de aandeelhouders, en reserveert 5 %).

Zo hoort het inderdaad te verlopen.

Daar staat tegenover, bij de NBB:

Wanneer NBB deze “herwaarderingsmeerwaarden” realiseert, dient zij de bepalingen van haar Organieke Wet te respecteren:  het Artikel 20bis (in de versie 1989) en het Artikel 30 (in de versie 1998)

Deze meerwaarden worden overgeboekt naar een “Onbeschikbare Reserverekening”, een balanspost welke NBB onder haar “Overige Passiva” plaatst;

  • (een rekening welke  –  volgens Art. 20bis van de Organieke Wet van 1989  –  bij vereffening van de vennootschap de Belgische Staat toekwam);
  • de opbrengsten van (de tegenwaarde van) deze reserverekening worden (buiten de resultatenrekening om) rechtstreeks aan de Belgische Staat toegekend;

Meerwaarden welke voor DNB tot haar “eigen vermogen” werden gerekend, blijven bij hun effectieve realisatie ook “eigen vermogen”,

Wat door (het beursgenoteerde) NBB als “eigen vermogen” wordt beschouwd (en ook als dusdanig op haar balans wordt voorgesteld !), werd (als gevolg van de bepalingen van Artikel 20bis) bij realisatie echter “vreemd vermogen” !!!

En is, zelfs onder de actuele bepalingen van het Artikel 30, blijkbaar voor de NBB vreemd vermogen gebleven? Immers, wat men op de balans uitdrukkelijk NIET als eigen vermogen tot uiting brengt, kan niets anders zijn dan vreemd vermogen?

Mocht er al enige twijfel bestaan welke van beide centrale banken het hier bij het rechte eind heeft:

We nemen er nog eens de “Working Paper van de Bank Internationale Betalingen nr 71”  bij (de “centrale bank van de centrale banken”), handelend over de boekingsmethoden bij centrale banken:

  • beide centrale banken, zowel de NBB als DNB, stellen dat de goudvoorraad activa zijn welke toebehoren aan hun vennootschap,
  • ongerealiseerde meerwaarden worden tijdelijk tot uiting gebracht in een herwaarderingsrekening (eigen vermogen, volgens BIB);
  • en worden overgeboekt naar een reserverekening bij realisatie van deze meerwaarde, alleen:

Bij DNB hoort deze reserverekening de eigenaars van de vennootschap toe,

bij NBB kon dit (onder de bepalingen van Artikel 20bis) NOOIT het geval zijn !!

En onder het Artikel 30 ??

Conclusies

Zowel de Nationale Bank van België als De Nederlandsche Bank plaatsen hun goudvoorraad als een actief op hun balans. Zij brengen beiden tot uiting dat dit activum inderdaad hun juridische en economische eigendom is;

Beide centrale banken nemen de ongerealiseerde meerwaarden op hun goudvoorraden op in de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden”, een balanspost toe te rekenen tot het eigen vermogen;

Bij effectieve realisatie van deze meerwaarden boeken

DNB: de meerwaarden in een beschikbare reserverekening toebehorend tot haar eigen vermogen, en komen alle verdere opbrengsten van deze reserverekening de aandeelhouders toe,

NBB: de meerwaarden in een onbeschikbare reserverekening geboekt onder haar vreemd vermogen, en komen alle verdere opbrengsten de Belgische Staat toe.

De ” totale overeenstemming ” bij deze twee van hun Staat onderscheiden juridische entiteiten ” (uit het persbericht van NBB) blijkt (ook hier) alles behalve totaal te zijn. Er ontbreekt (ook) in dit bericht een belangrijk deel van de informatie.


(3) De Nationale Bank van België versus De Deutsche Bundesbank

Ook de vergelijking tussen deze centrale banken gebeurt het best aan de hand van jaarverslagen waarin zij een deel van hun goudvoorraden hebben verkocht.

In het boekjaar 2014 was dit voor de Deutsche Bank het geval.

  • De balans van de Deutsche Bundesbank (pagina 72)
  • De resultatenrekening van de Deutsche Bundesbank (pagina 74)
  • De grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening van de Deutsche Bundesbank (pagina 76)
  • Besproken toelichtingen (pagina’s 80, 89 en 90)

Het verschil in benadering omtrent de werkelijke eigendomsrechten over de goudvoorraad is bij onze oosterburen nog frappanter, nog explicieter.

De Duitse overheid heeft een programma lopen om gouden munten te slaan. Het goud welke zij hiertoe nodig heeft:

  1. wordt aangekocht van De Deutsche Bundesbank,
  2. haar centrale bank, waarvan zij zelfs de enige aandeelhouder is,
  3. het goud wordt haar verkocht tegen marktprijs bovendien,
  4. waarbij de Deutsche Bundesbank de gerealiseerde meerwaarde (85 miljoen euro) in haar winst- en verliesrekening boekt !!

Conclusies

Zowel de Nationale Bank van België als De Deutsche Bank plaatsen hun goudvoorraad als een actief op hun balans. Zij brengen tot uiting dat dit activum hun juridische en economische eigendom is;

Beide centrale banken nemen de ongerealiseerde meerwaarden op hun goudvoorraden op in de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden”

Bij effectieve realisatie van deze meerwaarden boeken

  • Deutsche Bundesbank: de meerwaarden in de resultatenrekening, en komen deze dus gewoon in het globale jaarresultaat terecht.
  • Voor zover de statutaire reserve op 2,5 miljard euro uitkomt (samen met het kapitaal dus 5 miljard euro) worden alle jaarwinsten volledig uitgekeerd aan de aandeelhouder,

Nationale Bank van België: de meerwaarden in een onbeschikbare reserverekening geboekt onder haar vreemd vermogen, en komen alle verdere opbrengsten de Belgische Staat toe.

De ” totale overeenstemming ” bij deze twee van hun Staat onderscheiden juridische entiteiten ” (uit het persbericht van NBB) blijkt (ook hier) alles behalve totaal te zijn. Er ontbreekt (ook) in dit bericht een belangrijk deel van de informatie.


Voor zover de onvermijdelijk te maken conclusies hier nog niet duidelijk zijn:

Laat u overtuigen door de talrijke feiten op de andere pagina’s.