DE AANKLACHT


In de voorgaande pagina’s werd aangegeven dat ik met mijn acties, waaronder een gerechtelijke procedure, wil bekomen dat de Nationale Bank van België een duidelijke, consequente financiële communicatie onderhoudt. In het belang van haar aandeelhouders en de talrijke andere stakeholders.

De balans en jaarrekening zijn hierbij essentieel: de balans moet ten allen tijde een transparant en waarheidsgetrouw beeld geven van het vermogen van de vennootschap, en de eigendomsrechten van haar aandeelhouders.

Zoals eerder gezegd aan het adres van de Nationale Bank van België:

  • Uw balans is helemaal niet in overeenstemming met “uw verhaal”;

  • Uw balans voldoet niet aan de bindende bepalingen hernomen in het Richtsnoer van de ECB;

  • Uw balans is geen correcte weergave van de historische realiteit, en waar de uiteindelijke werkelijke vermogensrechten horen te liggen.

Wanneer uw balans in elk detail zal voldoen aan de bepalingen van het Richtsnoer van de ECB komt u vanzelf uit bij de enige waarheid: de goudvoorraad met zijn meerwaarden zijn de volwaardige eigendom van de NBB. En net zoals bij elke andere NCB en de ECB zelf liggen de uiteindelijke eigendomsrechten uitsluitend bij hun aandeelhouders.

Uw Statuten zijn geen waardeloos vodje papier, het Artikel 4 heeft een ondubbelzinnige betekenis en belang.
Als aandeelhouders vragen wij uw passende en voortdurende aandacht voor deze Statuten.

Op deze pagina geef ik graag een synthese van wat er verkeerd zit op de balans van de NBB.


Shareholders-Rights


Om de aanklacht beter te kunnen plaatsen wordt hier een overzicht gegeven van de financiële rapportering door de NBB, en dit sedert 1988: moment waarop de Wetgever is tussengekomen en het Artikel 20bis in de Organieke Wet heeft ingevoerd.
We hernemen hier uitsluitend de gegevens welke betrekking hebben op de goudvoorraad, en eindigen het overzicht met de cijfergegevens zoals zij per 31 december 2015 op de balans van de Nationale Bank van België worden hernomen.

Er zijn hier drie bepalende factoren. Om een beter begrip te bevorderen herneem ik hier nog eens deze bepalende elementen:

  1. Het Artikel 20bis (23 december 1988)

    • De meerwaarde die door de Bank wordt gerealiseerd naar aanleiding van arbitragetransacties van activa in goud tegen andere externe reservebestanddelen wordt geboekt op een bijzondere onbeschikbare reserverekening. (…)
    • De netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van de in het eerste lid bedoelde meerwaarde wordt aan De Staat toegekend. (…)
    • Bij vereffening van de Bank wordt het saldo van de bijzondere reserverekening bedoeld in het eerste lid, toegekend aan de Staat.
  2. Het Artikel 30 (22 februari 1998)

    • “De meerwaarde die door de Bank wordt gerealiseerd naar aanleiding van arbitragetransacties van activa in goud tegen andere externe reservebestanddelen wordt geboekt op een bijzondere onbeschikbare reserverekening. (…) ”
    • ” De netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van de in het eerste lid bedoelde meerwaarde wordt aan De Staat toegekend. (…) ”
    • Uitsluitend de clausule die de bestemming van de onbeschikbare reserverekening regelt bij vereffening van de vennootschap werd opgeheven, en vervangen door:
      De regels voor de toepassing van de in de vorenstaande alinea’s opgenomen bepalingen worden vastgesteld bij overeenkomsten die tussen de Staat en de Bank zullen worden gesloten. Deze overeenkomsten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.”

      Deze overeenkomst werd de eerste maal in het Staatsblad gepubliceerd op 30 juni 2005, en regelt niets meer dan datgene wat letterlijk in het Artikel 30 staat.
      En al helemaal niets wat de bestemming van de Onbeschikbare Reserverekening is.
      Blijft dus over voor de NBB om rekening mee te houden: uitsluitend datgene wat de Wet uitdrukkelijk bepaalt en regelt!

  3. Bij het opmaken van haar balans moet de Nationale Bank van België zich houden aan de bindende bepalingen van het Richtsnoer van de ECB van 11 november 2010.

    Deze bepalingen zijn heel duidelijk: 

    • Artikel 3: Uitgangspunten inzake de financiële administratie

      • a) economische realiteit en transparantie: de methoden van administreren en de financiële verslaglegging weerspiegelen de economische realiteit, zij zijn transparant en voldoen aan de gestelde eisen van inzichtelijkheid, relevantie, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid.
        Transacties worden geboekt en weergegeven rekening houdend met hun inhoud en economische realiteit en niet uitsluitend met inachtneming van hun juridische vorm;
      • b) voorzichtigheidsbeginsel: (…) Stille reserves of het opzettelijk onjuist weergeven van posten op de balans en winst- en verliesrekening zijn onverenigbaar met het voorzichtigheidsbeginsel;
    • Artikel 4: Verantwoording van activa en passiva:

      Activa en passiva worden alleen verantwoord op de balans van de rapporterende entiteit wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
      • a) het waarschijnlijk is dat in de toekomst enig economisch nut in de vorm van een bate of last verbonden zal zijn aan de betreffende actief- of passiefpost voor de rapporterende entiteit;
      • b) in wezen ALLE risico’s en voordelen verbonden aan de desbetreffende actief- of passiefpost voor rekening komen van de rapporterende entiteit;

 

1)  De balans per 31/12/1988:

Gezien de geldende vaste pariteiten tussen het goud en de munt werden enkel bij devaluaties of revaluaties meer- of minwaarden geboekt.
Er bestond “een wetgevende gewoonte” om bij die gelegenheden de resultaten over te hevelen naar de Belgische Staat (zie elders).

Opmerking: In gevolge de beslissingen genomen tijdens de monetaire conferentie van 18 december 1971 te Washington, bekrachtigd bij Wet van 3 juli 1972, werd de belgische frank opgewaardeerd. De meer- en minwaarden op de goudvoorraad werden geboekt in een afzonderlijke rubriek op het actief van de balans. (toelichting: zie jaarrekening pagina 278)

DE BALANS:

Actief NBB:    Goud en goudvorderingen = 1.421.363.612,70 euro
Actief NBB:    “Wet 3 juli 1972” = 84.801.276,16 euro

Passief NBB:  Nihil

Boekwaarde goud = 1.357,29 euro per KG
Historische kostprijs goud = 1.393,78 euro per KG
Goudvoorraad (op de balans) = 1.047.207 KG

Inleiding tot het jaarverslag van 1988
De balans per 31/12/1988

2)  De balans per 31/12/1989:

De Wetgever heeft het Artikel 20bis in de Organieke Wet opgenomen. Hierdoor moet de NBB de gerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad in een onbeschikbare reserverekening boeken.

Deze gerealiseerde meerwaarde diende als een schuld aan de Belgische Staat te worden geboekt!
Immers: de begunstigde van de schuld was in de Wet (Art 20bis) benoemd, en deze schuldeiser zou voortaan jaarlijks de verdere rente op dit bedrag ontvangen (“alle verdere opbrengsten van de activa die de tegenpost van deze reserve vormden”).

DE BALANS:

Actief NBB:    Goud en goudvorderingen = 1.276.110.525,81 euro
Actief NBB:    “Wet 3 juli 1972” = 79.958.453,05 euro

Passief NBB:  Onbeschikbare reserve meerwaarde op goud = 1.358.638.667,92 euro

Boekwaarde goud = 1.357,29 euro per KG
Historische kostprijs goud = 1.393,78 euro per KG
Goudvoorraad (op de balans) = 940.192,17 KG

 De balans per 31/12/1989
(*) Opmerkingen:
1) er werd in 1989 een hoeveelheid van 127.064 KG gearbitreerd, waarbij dus een meerwaarde van 10.692,55 euro per aandeel werd gerealiseerd (verkoopprijs = 12.086,33 euro)
2) Het Artikel 20bis bepaalt ook dat de NBB een deel van haar goudvoorraad verkoopt aan de Koninklijke Munt, waarbij de meerwaarde telkens aan de Belgische Staat wordt afgestaan. 

De jaarrekening voor 1990 vertoont geen te bespreken wijziging:  Balans per 31/12/1990

3)  De balans per 31/12/1991:

Als gevolg van de hervorming van de monetaire beleidsinstrumenten die op 29 januari 1991 in werking is getreden heeft de NBB de desbetreffende rubrieken op haar balans aan de gewijzigde monetaire beleidsvoering moeten aanpassen.
Bij dezelfde gelegenheid past zij haar waarderingsregels aan, en wordt de nieuwe balanspost “Waarderingsverschillen op goud en vreemde valuta’s” opgenomen.

De goudprijs werd vanaf dan op de balans gewaardeerd tegen een van de marktprijzen afgeleide koers, en het verschil met de historische kostprijs werd geboekt in de nieuwe Herwaarderingsmeerwaarderekening.

DE BALANS:

Actief NBB:    Goud en goudvorderingen = 8.274.223.709,03 euro

Passief NBB:  Onbeschikbare reserve meerwaarde op goud = 1.358.638.667,92 euro
Passief NBB:  Waarderingsverschillen goud = 6.963.813.632,44 euro

Boekwaarde goud = 8.800,64 euro per KG
Historische kostprijs goud = 1.393,78 euro per KG
Goudvoorraad (op de balans) = 940.184,32 KG

 De balans per 31/12/1991
(*) Opmerkingen:
1) er werden sedert 1989 geen arbitragetransacties op goud meer gedaan, waardoor het saldo in de onbeschikbare reserverekening onveranderd is gebleven;
2) Op de balans wordt het totale bedrag aan ongerealiseerde meerwaarden op zowel de goud- als de deviezenvoorraad hernomen = 8.329.816.633,16 euro

Het actief was een 6,97 miljard euro in waarde toegenomen, en (om actief in evenwicht met passief te houden) werden vanaf het boekjaar 1991 de ongerealiseerde meerwaarden dus in een nieuwe balanspost verwerkt: de huidige rubriek “12. Herwaarderingsrekeningen”.


VANAF DIT MOMENT ZIJN DE FEITEN ALS VOLGT:

De niet gerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad worden op de balans tot uiting gebracht in de balanspost “12. Herwaarderingsmeerwaarden”,

Er bestaat geen enkele discussie en het is algemeen erkend dat de waarden, geboekt in deze balanspost, onderdeel zijn van het eigen vermogen van de vennootschap (zie elders voor alle toelichtingen);

Bij de effectieve realisatie van goudmeerwaarden boekt de NBB deze bedragen in de balanspost “10.3 Overige passiva (Onbeschikbare reserverekening)”. Een balanspost welke onbetwistbaar tot het vreemd vermogen dient gerekend te worden;

Aandeelhouders lezen de balans en moeten ervan uitgaan dat er voor miljarden euro’s eigen vermogen geboekt staan, alleen:
bij de effectieve realisatie van dat EIGEN vermogen wordt het VREEMD vermogen.
En draagt de NBB deze miljarden euro’s over aan de Belgische Staat !!


3)  Tot 1998:

De NBB arbitreert regelmatig belangrijke hoeveelheden van haar goudvoorraad, waarbij voor miljarden euro’s meerwaarden werden gerealiseerd. Deze worden geboekt in navolging van de Wet (het Artikel 20bis).

In 1996 echter volgt er een bijzondere wetgevende tussenkomst (zogenaamde “lex specialis”) waarbij de NBB het saldo van de gerealiseerde meerwaarden, geboekt in de onbeschikbare reserverekening, vervroegd dient over te dragen aan De Belgische Staat.
De NBB diende dus niet haar vereffening als vennootschap af te wachten om 5.822.972.168,99 euro (en 28.100.788,55 euro in 1997) over te dragen !!

Het Artikel 20bis werd geschrapt en vervangen door het huidige Artikel 30.
Deze wettelijke ingreep heeft tot gevolg dat er GEEN begunstigde meer wordt aangegeven van een schuld (er wordt enkel nog bepaald dat de NBB een vergoeding betaalt aan de Staat, zoals er – ten onrechte – nog verschillende andere bestaan).

De NBB blijft de onbeschikbare reserverekening echter onder “10.3 Overige Passiva” op haar balans plaatsen.

In 1998 volgt er opnieuw een bijzondere wetgevende tussenkomst, die opnieuw een “éénmalige” overdracht van gerealiseerde goudmeerwaarden mogelijk maakt.
Opmerkelijk hierbij: de Wetgever geeft uitdrukkelijk aan dat deze overdracht nog gebeurt “in afwijking van het Artikel 20bis”, en niet van het nieuwe Artikel 30 (welke pas in voege treedt op het moment van de invoering van de eenheidsmunt).

Onder het Artikel 20bis is de Belgische Staat benoemd als begunstigde van deze schuld van de NBB, onder het Artikel 30 niet.

Er wordt heel veel haast gemaakt om opnieuw voor 2.293.398.551,15 euro goudmeerwaarden aan de Belgische Staat over te dragen.
De argumentering hiertoe wordt verduidelijkt door: 
het Wetsontwerp

In 2002 wordt het uitstaande bedrag van de “Onbeschikbare” reserverekening een laatste keer gesaldeerd, en wordt een bedrag van 177.114.566,00 euro overgedragen aan de Belgische Staat. Dit maal na inwinning van een advies (CON/2001/15) bij de ECB.

Een overzicht van de transacties op de goudvoorraad van de NBB, en de evolutie van de diverse balansposten (1988 – 2015).

4)  Van 1998 tot op heden:

  • de NBB moet beantwoorden aan de verplichtingen van het Richtsnoer van de ECB om de aanwezigheid van activa op haar balans te kunnen verantwoorden.
    Ofwel, vooral: ALLE risico’s en opbrengsten moeten de rapporterende entiteit zelf toekomen:

    • De NBB heeft bij herhaling alle meerwaarden aan de Staat overgedragen,

    • De verdere opbrengsten van de Onbeschikbare Reserverekening worden eveneens aan De Staat toegekend,

  • de NBB toont ongerealiseerde meerwaarden als eigen vermogen, doch boekt deze meerwaarden bij realisatie in een “onbeschikbare reserverekening” en plaatst deze onder haar overige passiva (haar schulden).
    Waarbij zij argumenteert:

    • noch de NBB zelf noch haar aandeelhouders zijn de economisch rechthebbenden van deze meerwaarden,

    • de Onbeschikbare reserverekening maakt geen onderdeel uit van de schulden (het vreemd vermogen) van de NBB,

  • De enige mogelijke vaststellingen:

    • van wartaal gesproken, dit is een sterk staaltje,

    • ofwel kan de goudvoorraad geen plaats krijgen op het actief van de balans van de NBB,

    • ofwel dient de “Onbeschikbare reserverekening” onder het eigen vermogen van de NBB te worden geplaatst op haar balans (onder 13. Kapitaal en reserves).


DE BALANS (per 31/12/2015):

Actief NBB:    Goud en goudvorderingen = 7.115.399.000,00 euro

Passief NBB:  Onbeschikbare reserve meerwaarde op goud = 298.900.000,00 euro
Passief NBB:  Herwaarderingsmeerwaarden goud = 6.798.450.082,93 euro

Boekwaarde goud = 31.289,90 euro per KG
Historische kostprijs goud = 1.393,78 euro per KG
Goudvoorraad (op de balans) = 227.402,40 KG
De balans per 31/12/2015
(*) Opmerkingen:
Er werden sedert 2005 geen arbitragetransacties op goud meer gedaan, waardoor het saldo in de onbeschikbare reserverekening onveranderd is gebleven;


 

 

 

6gHRjVrMWL_1444240008102

%d bloggers liken dit: