De verdere argumentering volgt elders en later, hierna uitsluitend enkele aandachtspunten bij dit toch wel opmerkelijke vonnis …
De Nationale Bank van België :

Het Artikel 32 van de Organieke Wet bepaalt dat in de 4e en laatste stap van het cascadesysteem “het saldo van de jaarwinst” (na reservering en bepaling van een aan aandeelhouders uitkeerbare winst) moet worden overgemaakt aan de Belgische Soevereine Staat, zonder meer.
De Nationale Bank van België heeft als standpunt dat de Regentenraad hierbij geen enkele eigen beoordelingsmarge heeft van wat “een passend winstsaldo” moet zijn …

De Ondernemingsrechtbank :

In haar beoordeling ten gronde kan de Ondernemingsrechtbank de Nationale Bank van België NIET bijtreden:

Het komt de Regentenraad wel degelijk toe over het evenwicht tussen de financiële belangen van de NBB, haar aandeelhouders en de Belgische Staat te waken.

De private minderheidsaandeelhouders van de NBB noteren alvast:
  • bij het nemen van de beslissingen omtrent het reserveringsbeleid (de eigen noden van de vennootschap, teneinde de financiële onafhankelijkheid te garanderen) en het bepalen van een tweede dividend, KAN EN MOET de Regentenraad waken over “het evenwicht tussen de financiële belangen van de vennootschap, haar aandeelhouders en de Belgische Soevereine Staat,
  • Het was de bedoeling van de Wetgever, die de Regentenraad bevoegd en verantwoordelijk heeft verklaard, te waken over het evenwicht tussen de financiële belangen van de vennootschap, haar aandeelhouders en de Soevereine Staat.
Wat kunnen die “financiële belangen van een Belgische Soevereine Staat” dan wel zijn?

Die Belgische “Soevereine” Staat heeft geen enkele inbreng van kapitaal gedaan, en loopt bijgevolg geen enkel financieel risico bij de uitvoering van geen enkele van de opdrachten (van algemeen belang) van de Nationale Bank van België. De Belgische Soevereine Staat heeft niets meer gedaan dan de Nationale Bank van België het recht te geven om bankbiljetten (als wettelijk betaalmiddel) uit te geven. En die bankbiljetten, dat zijn eigen schulden van de Nationale Bank van België. ALLE financiële risico’s, verbonden aan ALLE opdrachten (ook die van algemeen belang), worden gedragen met het eigen vermogen NIET van de gemeenschap doch WEL met het afgescheiden eigen vermogen van de Nationale Bank van België. Ingebracht door de aandeelhouders van de vennootschap, die het statutair verankerde recht hebben over zowel een gelijk aandeel in de winsten als in het maatschappelijk vermogen. Zonder ook maar één bepaling in de Organieke Wet waardoor dit vermogensrecht ook werkelijk en gefundeerd kan worden beperkt!

De financiële belangen van de Soevereine Staat?
1) Het resultaat van de opdrachten die de centrale bank (met inzet van haar eigen vermogen) vervult in het algemene belang : de reële economie liquiditeiten verschaffen, de kredietverlening in stand houden, via de monetaire programma’s werden de financieringskosten van de soevereine staat aanzienlijk verlaagd, .. Voordelen en opbrengsten die de gemeenschap gratis en zonder enig gelopen risico heeft verkregen, als een klant van de beursgenoteerde vennootschap, en waar eventuele rechten bij de winstbestemming van de Nationale Bank van België totaal niks mee te maken hebben.

2) het surplus van de seigneuriage, als de eerlijke en redelijke vergoeding voor het verleende emissierecht van bankbiljetten, waardoor de centrale bank kan beschikken over gratis werkmiddelen waarmee zij een deel van haar winsten kan realiseren. Het kan als logisch worden beschouwd dat de centrale bank en de gemeenschap deze winsten delen.

De Nederlandse Minister van Financiën stelt het duidelijk waar het hier om gaat:
De Staat loopt geen directe risico’s op de monetaire programma’s. (..) In het uiterste geval geldt dat er op de Staat, als enige aandeelhouder van DNB, een beroep kan worden gedaan om het kapitaal van DNB aan te vullen. “

En dus zijn de financiële belangen van de Belgische Soevereine Staat, te bepalen door een bevoegde en verantwoordelijke Regentenraad om als ” °4. Het saldo van de jaarwinst ” te onttrekken aan de totale jaarwinst:
uitsluitend het eventuele surplus van ‘ DE SEIGNEURIAGE ‘.

Verdient het ESCB (en de NBB) geen seigneuriage, dan kan er geen saldo van de jaarwinst als financieel belang van de Belgische Soevereine Staat worden toegekend. Rest dan natuurlijk de manier waarop de Regentenraad het begrip ‘de seigneuriage’ wil invullen (zeker mocht die invulling blijken af te wijken van datgene wat de Wetgever tot bedoeling had). Als verantwoordelijke voor zowel de correcte winstbestemming als voor de financiële communicatie en verslaglegging van een beursgenoteerde vennootschap, zouden alle stakeholders in totale transparantie op elk moment moeten worden geïnformeerd omtrent 1) de gegeven invulling van het begrip ‘de seigneuriage’, 2) de berekening van het bedrag van ‘de seigneuriage’ over het boekjaar, 3) de berekening van de verdeling ervan tussen de vennootschap zelf en de Belgische Soevereine Staat, en 4) als men de invulling van het begrip wijzigt: VOORAF, minstens in het boekjaar zelf en via alle mogelijke kanalen, de aandeelhouders informeren omtrent een dergelijke wijziging!
De Regentenraad onttrekt immers een deel van de jaarwinst aan de eigen reserves, en aan de statutair bepaalde gelijke verdeling van de jaarwinsten over alle aandeelhouders!

De Nationale Bank van België :

Tot op heden heeft de Nationale Bank van België niet aangegeven tegen deze beoordeling vanwege de Ondernemingsrechtbank in beroep te willen gaan.

De Nationale Bank van België erkent op die manier “de ratio legis” van het Artikel 32 dat het winstsaldo uitsluitend het surplus van ‘de seigneuriage’ dient te waarborgen.

De Ondernemingsrechtbank :

De Ondernemingsrechtbank oordeelt ten gronde dat ” er tussen de partijen geen betwisting bestaat dat de toekenning van het winstsaldo aan de Belgische Staat ertoe strekt haar voor de zogenaamde ‘seigneuriage’ te vergoeden. “

De private minderheidsaandeelhouders van de NBB noteren alvast:
  • De Nationale Bank van België betwist niet langer dat in de laatste stap van de winstuitkering uitsluitend ‘de seigneuriage’ aan de Belgische Soevereine Staat moet worden gewaarborgd.
  • Wanneer een verantwoordelijk bestuur, na de uitwisseling van conclusies en de pleidooien, geen beroep aantekent tegen een vonnis welke niet in het belang van de vennootschap zou kunnen zijn, dan aanvaardt dat bestuur de beoordeling die de Rechtbank heeft gegeven.
Een beroep instellen lijkt haar overbodig te zijn? Wanneer zij het begrip ‘seigneuriage’ toch op de haar gekende ‘sui generis’ wijze vrij en ongestoord kan invullen … om uitsluitend de financiële belangen van de Soevereine Belgische Staat optimaal te dienen …

In haar slotconclusies (van 7 augustus 2023, pagina 8) luidde het nog: ” De Regentenraad beslist over de toewijzing aan de reserves en het tweede dividend in functie van de eigen noden van concluante, en de wet laat niet toe dat hij dit mee laat afhangen van een eigen beoordeling van een passend winstsaldo voor de Staat. ”
De Ondernemingsrechtbank heeft geweigerd dit standpunt te volgen, maar het geeft minstens een indicatie dat het beleid van de Regentenraad omtrent de winstbestemming sedert 2009 NIET was afgestemd op “het passend winstsaldo voor de Staat”, zijnde uitsluitend het surplus van de seigneuriage?!

Meer nog: de Nationale Bank van België bevestigt op die manier, in haar eigen slotconclusies, dat de bestemming van de jaarwinst in de vierde stap, waarbij het aandeel van de Belgische Soevereine Staat in ‘de seigneuriage’ van de centrale bank (en niets meer dan dat) moet worden bepaald en toegekend, sedert 2009 in TOTALE WILLEKEUR is gebeurd!
Het laat weinig twijfel: ” (..) Zij doet dit (bepaling winstreservering en dividend) NIET in functie van wat zij meent dat aan de Staat als overheid zou moeten toekomen als winst uit monetaire en andere opdrachten van algemeen belang. Of dit winstdeel voor de Staat-overheid al dan niet toereikend is, staat niet ter beoordeling van de Regentenraad en mag hem niet leiden in zijn beslissingen over de winst (…)” (slotconclusies van 7 augustus 2023, pagina 17).

Op de algemene vergadering van 15 mei 2017 had directeur Dechaene reeds de volgende belangrijke informatie voor de aandeelhouders: ” Er bestaat geen enkele koppeling tussen het saldo van de winst die de Nationale Bank van België uitkeert aan de Staat, en de omvang van de omloop van de bankbiljetten. ” Nu blijkt het dat de Nationale Bank van België, bij de bepaling van het aandeel van de Soevereine Belgische Staat in de jaarwinsten van de vennootschap, zij niet alleen GEEN ENKELE rekening houdt met de winsten gerealiseerd uit haar bankbiljettenomloop, maar ook GEEN ENKELE rekening houdt met het gerechtvaardigde aandeel uit het monetair inkomen !?!

Hypothese: Wanneer de Regentenraad de jaarwinsten bestemt “in functie van de eigen noden”, en de financiële buffers zouden toereikend worden bevonden om alle financiële risico’s op te vangen, dan wordt er niet bijkomend gereserveerd en kan de volledige jaarwinst integraal als ‘SUI GENERIS SEIGNEURIAGE’ naar de Belgische Soevereine Staat ..?
Zonder enige verantwoording noch transparantie, zonder enig respect voor de statutaire rechten van de private aandeelhouders? Het begrip ‘seigneuriage’ wordt gelijkgesteld met “de inkomsten die voortvloeien uit de uitoefening van alle opdrachten van algemeen belang” ?? Zonder het te hebben over “de verliezen die voortvloeien uit de uitoefening van diezelfde opdrachten van algemeen belang”??
De Nationale Bank van België :

In synthese:

‘de seigneuriage’ als zijnde de opbrengsten uit de activa die de tegenpost uitmaken uitsluitend van de bankbiljettenomloop is een achterhaalde invulling van dit begrip. Met de ‘seigneuriage’ wordt nu, algemeen aanvaard, niets anders dan het volledige netto-monetair inkomen bedoeld.

” (..) seigneuriage is een economische term die verwijst naar de inkomsten die voortvloeien uit de uitoefening van opdrachten van algemeen belang, waaronder in het bijzonder (monetaire) functies van het staatsgezag, (..) ”

De Ondernemingsrechtbank :

Deze visie van de Nationale Bank van België is bij te treden. “

En, naast nog enkele andere beoordelingen:

De ‘seigneuriage’ beperkt zich niet tot opbrengsten uit de uitgifte van bankbiljetten (..) ” , en ook

” (..) naar het oordeel van de rechtbank blijkt afdoende dat het begrip ‘seigneuriage’ alle opbrengsten van de activa omvat die een centrale bank in het kader van haar monetaire beleidsopdrachten als tegenwaarde van de monetaire basis aanhoudt.

De private minderheidsaandeelhouders van de NBB noteren alvastniets anders dan vragen !!
  • de Ondernemingsrechtbank heeft ons voorstel om een deskundige te willen aanstellen naast zich gelegd. Totaal onterecht stelt de rechtbank haar volledige vertrouwen in de vermeende deskundigheid van (de advocaten van) de centrale bankier van ons land.
  • Telkens opnieuw stellen de advocaten de rechtszoekende particuliere aandeelhouders in een slecht daglicht, terwijl de Nationale Bank van België “uit respect voor de gerechtelijke instanties van ons land en in het belang van de discussie” er in de feiten alles aan doen om geen feitelijke discussie en argumentatie te moeten voeren.
  • Nu is dat respect voor de Ondernemingsrechtbank zo groot dat men, als centraal bankier, de Rechtbank heeft willen overtuigen dat de begrippen ‘de seigneuriage’ en ‘het monetair inkomen’ aan elkaar gelijk zijn, en dat de NBB die ‘seigneuriage’ met de Belgische Soevereine Staat deelt NIET omdat er een voordeel verbonden aan het emissiemonopolie van bankbiljetten werd verstrekt, doch WEL omdat aan de Nationale Bank van België opdrachten van algemeen belang werden toegewezen.
  • Een deskundige had kunnen vermijden dat de Ondernemingsrechtbank hier een verkeerde beoordeling maakt met werkelijk belangrijke financiële gevolgen voor duizenden kleine beleggers.
Deze pagina heeft niet de bedoeling om een volledige tegenargumentatie uit te werken. Die volgt zonder enige twijfel op een andere pagina. Enkel de volgende aandachtspunten en opmerkingen op de beoordeling door de Ondernemingsrechtbank:
  • Gaat de Ondernemingsrechtbank zo maar voorbij aan het nochtans vaststaand feit dat ‘de seigneuriage’ sedert het boekjaar 2000 wordt verdiend door het Europees Stelsel van Centrale Banken, en dat het uitsluitend de Europese Centrale Bank is die kan bepalen wat de werkelijke invulling is van het begrip ‘de seigneuriage’ ?

Ondanks alle beweerde “evoluties in het monetair instrumentarium” is het uitsluitend de Europese Centrale Bank die bepaalt wat ‘de seigneuriage van het ESCB’ exact inhoudt, hoe deze wordt verdiend en zal worden berekend, en op welke manier die seigneuriage (sedert het boekjaar 2000 onveranderd) zal worden verdeeld over elke NCB van het ESCB. Waaronder aan de Nationale Bank van België. Wanneer die ‘seigneuriage’ van het ESCB sedert haar oprichting werd bepaald en ongewijzigd is: komt het dan de Ondernemingsrechtbank toe om “een andere invulling” te bevestigen?

  • De Belgische Wetgever zelf zowel als het Grondwettelijk Hof hebben in 2009 bevestigd welke de ‘seigneuriage’ is die in aanmerking komt voor een verdeling tussen de Nationale Bank van België en de Belgische Soevereine Staat: het aandeel van de Nationale Bank van België in de seigneuriage van het ESCB. En NIET in het aandeel van de NBB in het monetair inkomen van het ESCB.
    De Ondernemingsrechtbank wijzigt nu zelf de invulling van het begrip ‘de seigneuriage’, en legt de oorspronkelijke ‘ratio legis’ naast zich.
  • Zelfs wanneer “evoluties in het monetair instrumentarium” een aanpassing van de invulling van het begrip ‘seigneuriage’ zouden rechtvaardigen, dan komt het NIET de Regentenraad en ook NIET de Ondernemingsrechtbank maar WEL uitsluitend de Wetgever toe om de basis voor de te verdelen winsten te wijzigen. En dan zou deze aanpassing in wet worden doorgevoerd en door het bestuur van de vennootschap VOORAF aan de aandeelhouders worden gecommuniceerd.

De Ondernemingsrechtbank heeft haar beoordeling niet beperkt tot de bedoelingen die de Wetgever voor het Grondwettelijk Hof duidelijk heeft verdedigd, en maakt haar eigen beoordeling door te stellen dat ‘de seigneuriage’ zich niet beperkt tot de winsten uit de bankbiljettenomloop maar dat het naar haar eigen oordeel afdoende blijkt dat seigneuriage nu alle opbrengsten van de activa omvat die een centrale bank in het kader van haar monetaire beleidsopdrachten als tegenwaarde van de monetaire basis aanhoudt.
Daarnaast wordt het gewoon overgenomen dat ‘de seigneuriage’ verbonden is aan het feit dat de Nationale Bank van België opdrachten van algemeen belang mag uitvoeren, in tegenstelling tot het feit dat de seigneuriage gelinkt is aan het verkregen emissiemonopolie.

  • De Ondernemingsrechtbank gaat volledig voorbij aan het onbetwistbare feit dat de Nationale Bank van België, als een volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB, al haar opdrachten (ook die in het algemene belang) NIET uitvoert met het vermogen van de gemeenschap doch WEL met het afgescheiden eigen vermogen van een beursgenoteerde naamloze vennootschap.
    ALLE financiële risico’s worden gedragen met dat eigen vermogen, ingebracht door de aandeelhouders (waaronder voor slechts 50% de Belgische Staat). Het simpele feit dat een klant een beursgenoteerde vennootschap opdrachten toekent die de uitsluitende belangen van die klant moeten dienen, geeft die klant geen enkel recht op de winsten uit die opdrachten. Laat staan een recht op alle winsten van de vennootschap, gerealiseerd uit al haar andere activiteiten.
  • De Nationale Bank van België is een beursgenoteerde naamloze vennootschap, die als volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB diverse activiteiten en opdrachten van algemeen belang uitvoert. Is de Ondernemingsrechtbank van mening dat zij zich, in haar beoordeling van “wat logisch en correct is” met betrekking tot de bestemming van de winsten uit de “opdrachten van algemeen belang” van de Nationale Bank van België, in voldoende mate met alle elementen en feiten van belang EN met de speciale situatie van de beursnotering, heeft rekening gehouden?
  • De Ondernemingsrechtbank heeft het over: Terugvloeien “?
    En ook over ” het is logisch en correct dat de netto-inkomsten uit wettelijke opdrachten van algemeen belang naar de Belgische Staat en dus naar de gemeenschap terugvloeien, en niet naar de private aandeelhouders van de NBB. “
  • Vooraleer er iets kan terugvloeien van de centrale bank naar de gemeenschap, mag er dan niet worden verondersteld dat er eerst iets van die gemeenschap richting de centrale bank is gevloeid? Om te worden beoordeeld als “logisch en correct”? Iets anders dan een bij wet opgelegde opdracht om risicovolle opdrachten uit te voeren dan …

    Wanneer het begrip ‘de seigneuriage’ wordt ingevuld als zijnde de winsten verkregen uit het beleggen van de gratis (en renterisico-loze) werkmiddelen die bankbiljetten zijn, dan is het zo dat er van de Soevereine Staat (de gemeenschap) eerst een emissiemonopolie naar de centrale bank is gevloeid. Het terugvloeien van een deel van die winsten richting gemeenschap is dan inderdaad ” logisch en correct “,
  • De centrale bankreserves, als referentiepassiva van het monetair inkomen van elke NCB van het ESCB, zijn alles behalve gratis en renterisico-loze werkmiddelen voor de Nationale Bank van België. Het enige wat er richting de centrale bank is gevloeid zijn alle financiële risico’s die de aandeelhouders op zich nemen, dit in de plaats van de gemeenschap?!
    Onbeperkte renterisico’s en kredietrisico’s, die zich nu effectief manifesteren en het ingezette vermogen van de vennootschap en haar aandeelhouders volledig zal doen wegvloeien
  • Wanneer private aandeelhouders GEEN ENKELE aanspraak mogen maken op de winsten uit de opdrachten van algemeen belang (de private aandeelhouders zouden de gemeenschap niet mogen beroven van de winsten uit de activa die een centrale bank in het kader van haar monetaire beleidsopdrachten als tegenwaarde van de monetaire basis aanhoudt), acht de Ondernemingsrechtbank het dan niet even logisch dat er van die gemeenschap (de Belgische Soevereine Staat) een passende compensatie voor alle verliezen richting de beursgenoteerde vennootschap terugvloeit? Om niet te kunnen spreken van een beroving van de gemeenschap op de private aandeelhouders van de Nationale Bank van België?
    Waar in het vonnis van 11 oktober 2023 werden de Regentenraad en de Belgische Soevereine Staat met deze – totaal ontbrekende – logica geconfronteerd?
  • Werd het door de Wetgever in 2009 gewaarborgde respect voor het fundamentele onderscheid tussen de eerlijke vergoeding voor het verleende emissiemonopolie van bankbiljetten (het surplus van de seigneuriage) enerzijds, en de vergoeding voor het kapitaal anderzijds, door de Ondernemingsrechtbank gerespecteerd?

Heeft een bevoegde en verantwoordelijke Regentenraad, door zelf het initiatief te nemen om (vanaf een onbekend boekjaar) de te waarborgen ‘seigneuriage’ gelijk te stellen aan ‘het monetair inkomen’, en voor een rechtbank te beweren dat zij als basis voor de seigneuriage niet langer de winsten uit activa als tegenpost van gratis werkmiddelen heeft weerhouden doch wel uit die activa die de tegenpost uitmaken van de volledige monetaire basis (ook van alle centrale bankreserves), de belofte voor dit fundamentele onderscheid tussen deze vergoedingen niet gewoonweg genegeerd?

Is het monetair instrumentarium werkelijk geëvolueerd en gewijzigd? Bestonden centrale bankreserves niet in 2009? Of is de mate van aanwending gewijzigd? Waarom heeft de Wetgever in 2009 niet onmiddellijk het netto monetair inkomen als te waarborgen seigneuriage benoemd? En nog zovele andere vragen, waarvoor de private aandeelhouders verduidelijkende antwoorden gaan moeten krijgen …