
Wat valt er te leren uit dit vonnis van 22 mei 2015 ?
” de gerealiseerde meerwaarden werden geboekt conform Artikel 30 (lid 1), op een onbeschikbare reserverekening (passiefrubriek 10.3). De boeking is dus correct “ ;
de titel van deze rubriek is ” Overige passiva “, en niet ” Vreemd vermogen “;
” tot dat aan de (gerealiseerde) meerwaarden (op de goudvoorraad) een bijzondere bestemming is gegeven, zijn deze deel van het patrimonium van verweerster (de NBB dus) “.

In haar eigen conclusies van 30 april 2014 stelt de NBB het veel explicieter:
- ” Zolang de wetgever aan die meerwaarden geen bijzondere bestemming van algemeen belang heeft gegeven, blijven die meerwaarden tot het vermogen van de Nationale Bank behoren en zijn zij derhalve geenszins een schuld aan de Staat. “
- ” Hun boeking op een onbeschikbare reserve heeft enkel tot gevolg dat zij niet beschikbaar zijn voor courante winstuitkeringen aan de aandeelhouders. “
- ” Dit verandert evenwel niets aan het feit dat, zolang de wetgever niet specifiek is tussengekomen, de gerealiseerde meerwaarden op goudreserves in het vermogen van de Nationale Bank blijven en niet kunnen worden beschouwd als een schuld aan de Staat.
De Rechtbank neemt deze standpunten dus over in het vonnis.
Hiermee is het belangrijkste doel van deze rechtszaak in ieder geval bereikt:
Enerzijds toont de NBB de goudvoorraad en zijn ongerealiseerde meerwaarden op haar balans, als toebehorend tot haar eigen vermogen !!
En anderzijds erkent de NBB nu ook dat deze balansposten tot HAAR vermogen behoren, de vermogensbron van deze activa eigen vermogen is, en dat de gerealiseerde goudmeerwaarden GEEN SCHULD uitmaken voor de vennootschap !!
“Geen schulden” zijn onbetwistbaar eigen vermogen! Wat anders?
en de onbeschikbare reserverekening wordt dus niet correct op de balans tot uiting wordt gebracht.

De bekomen erkenningen zijn een eerste belangrijke stap naar een ondubbelzinnige en transparante financiële communicatie.

En wat valt er te leren uit het
De Nationale Bank van België stelt dat:
- de boeking van de gerealiseerde goudmeerwaarden conform de wet gebeuren, en dus correct is,
- het vonnis bevestigt dat die gerealiseerde goudmeerwaarden tot haar patrimonium behoren. Zij verwijst naar een eerder persbericht (van 16 maart 2007) waarbij zij stelt dat “de NBB al omstandig communiceerde over de goudeigendom en de verwerking van de goudmeerwaarden”.
- waarin zij stelt dat “het goud en de andere officiële externe reserves van de Belgische Staat zijn (1);
- en dat de eigendom over de goudvoorraad als “fiduciair” moet worden gekwalificeerd (2);
- en “we haar moeten vergelijken met centrale banken als DNB en Deutsche Bundesbank” (3)!
De inhoud van “deze omstandige communicatie” waar de NBB het over heeft, welke totaal tegengesteld is met de standpunten welke de NBB nu verdedigt in deze rechtszaak (in haar eigen conclusies van 30 april 2014) en met de lange lijst argumenten hernomen op deze webpagina (tab “Situering”), doen mij met veel aandrang stellen dat NBB nog heel veel werk heeft om tot een transparante en éénduidige communicatie te komen !!
In andere tabs op deze webpagina maak ik uitdrukkelijk wel de vergelijking (die NBB nalaat volledig te brengen) met die andere centrale banken (zie vooral “NBB versus DNB” en “NBB versus ECB”).

En het moet heel duidelijk gesteld worden dat:

de boekhoudkundige behandeling door de NBB van haar goudvoorraad en zijn meerwaarden OP GEEN ENKELE manier te vergelijken valt met die welke de geciteerde centrale banken hanteren !!

Net zo min als het respect voor het afgescheiden vermogen van die vennootschappen te vergelijken valt met dat van de NBB!
En voor de uiteindelijke eigendomsrechten over dat vermogen, welke bij die centrale banken, zonder enige uitzondering, onbetwistbaar en uitsluitend WEL bij de aandeelhouders van die vennootschap liggen !!
Door hier bij herhaling deze verwijzingen te blijven gebruiken, echter zonder zelf de volledige en juiste informatie te leveren, bewijst de NBB telkens weer haar slechte bedoelingen.
De NBB blijft haar traditie van bewust onvolledige, foute en misleidende communicatie getrouw.
Dit feit is een belangrijke aanleiding om mijn rechtszaak te voeren.
Als toezichthouder en beursgenoteerde vennootschap op dergelijke manier met zijn informatieverplichtingen omgaan kan, mag en zal niet ongestraft blijven.
Werd de gevraagde transparantie via deze rechtszaak en vonnis nu gerealiseerd?
Voor de eerste keer werd bekomen dat de NBB zekerheid brengt omtrent het statuut van haar goudvoorraad met zijn meerwaarden: deze zijn, net als de rest van de officiële externe reserves, componenten van het eigen vermogen van de NBB.
Ondanks een sluitende en sterk uitgebouwde argumentatie heeft de Rechtbank nagelaten het bestuur van de NBB te dwingen om volledige transparantie te brengen, in de eerste plaats via (de gevraagde correcties op) haar balans. Dit was een belangrijke reden om deze rechtszaak te starten;
Waarnaast de NBB ook nu nog de totaal ongepaste houding blijft aannemen om opnieuw persberichten te verspreiden waarin zij opnieuw twijfel zaait en verder verkeerde informatie geeft. En in de toelichtingen van haar jaarverslag blijft stellen dat “de officiële externe reserves de Belgische Staat toebehoren”;
Een beursgenoteerde vennootschap moet haar aandeelhouders correct, op ondubbelzinnige wijze en volledig informeren. Die aandeelhouders moeten niet zelf op zoek gaan naar die informatie, en zouden zich al helemaal niet tot een rechtbank moeten richten om deze informatie af te dwingen.
Volgende punten blijven onbehandeld:
- 1) Zelfs wanneer de NBB (het Artikel 30 van) de wet volgt, en de gerealiseerde goudmeerwaarden in een onbeschikbare reserverekening boekt,
- maar deze rekening op haar balans niet uitdrukkelijk onder haar EIGEN vermogen onderbrengt (wat die andere centrale banken uitdrukkelijk wel doen),
- Neen, deze reserverekening integendeel onder haar “Overige passiva” boekt,
- een balanspost waarvan alle andere rubrieken uitdrukkelijk uiting geven aan een bestaande schuld,
- en de vennootschap NBB keert alle inkomsten van deze onbeschikbare reserverekening uit aan de Belgische Staat (wat men voor eigen vermogen toch nooit zou doen?),
is het werkelijk niet relevant dat de benaming van deze rubriek niet “VREEMD VERMOGEN” is, doch wel “OVERIGE PASSIVA”,
Wanneer de NBB stelt dat de “Onbeschikbare reserverekening” tot haar vermogen behoort mag het niet anders zijn dan dat de vennootschap de opbrengsten van een component van haar eigen vermogen voor zich zelf kan houden.
En dus niet rechtstreeks aan de Staat moet uitbetalen? Net zoals men dat bij een schuld wel zou moeten doen?
- 2) “de NBB volgt de Organieke Wet”.
- En dat betekent dat de door NBB gevolgde werkwijze per definitie correct is? Dat de wet per definitie gegrond is en in overeenstemming met de grondwettelijke eigendomsrechten?
- Of blijft het mogelijk dat de Wetgever hier zijn boekje (ver) te buiten is gegaan? Dat de rechterlijke macht zich hier of daar vergist heeft?
- Dit werd in deze rechtszaak niet behandeld noch beoordeeld. Wanneer men de juiste vermogensrechten omtrent de goudvoorraad boekhoudkundig correct verwerkt zal dit echter onvermijdelijk het geval blijken te zijn.

Wanneer (het Artikel 30 van) de wet bepaalt dat die gerealiseerde meerwaarde in een (onbeschikbare) reserverekening moet worden geboekt,
- en de NBB bevestigt dat de goudvoorraad een eigen actief is, de meerwaarden tot het eigen vermogen van de vennootschap behoren (geen schuld uitmaken),
- en die vennootschap boekt die meerwaarden, tot op het moment van hun effectieve realisatie, in een rekening “Herwaarderingsmeerwaarden” (een eigen vermogen rubriek),
- een balanspost welke inderdaad tot doel heeft aan te geven in welke mate dat een eigen actief in waarde is gestegen (immers: actief van de balans = passief van de balans),
- zou het dan niet juister, transparanter en consequenter zijn om die onbeschikbare reserverekening ook op te nemen onder het eigen vermogen van de vennootschap (onder Kapitaal en Reserves dus)?
- net zoals die andere nationale centrale banken (als DNB en Deutsche Bundesbank) dit ook doen?

Waarom blijft de NBB het normaal vinden dat:
- de verdere opbrengsten van eigen vermogen rechtstreeks aan de Belgische Staat worden afgestaan, en niet aan de vennootschap zelf toekomen?
- Bij een eventuele vereffening van de vennootschap NBB, het aan de Wetgever zou toekomen om te bepalen wat er met een belangrijk deel van het eigen vermogen van die vennootschap zou moeten gebeuren?
- Het eigen vermogen van een vennootschap waarvan de uiteindelijke eigendomsrechten voor 50% bij privé aandeelhouders liggen?
- dit vermeende recht vanwege De Staat een voldoende reden is om “de onbeschikbare reserverekening” niet onder het eigen vermogen op haar balans te plaatsen?
- ook al omdat zij zelf stelt dat “een vereffening van de vennootschap hoogst onwaarschijnlijk is”.
De goudvoorraad vervult geen enkele monetaire rol meer.
In die zin is hij verworden tot een gewoon actief van een centrale bank, een actief welke niets meer dan “een ultieme vertrouwensfunctie” heeft.
Een actief op de balans van de vennootschap, net als de andere activa behorend tot haar vermogen.
Op welke basis kan het worden verantwoord dat aandeelhouders van de NBB uitsluitend op (de meerwaarden van) deze goudvoorraad geen enkel eigendomsrecht zouden kunnen laten gelden ??
Deze en verschillende andere punten maken het verkregen resultaat ontoereikend.

Het vooropgestelde doel werd onvoldoende bereikt:
- Er bestaat nu wel onbetwistbare duidelijkheid dat de goudvoorraad en zijn meerwaarden de vennootschap Nationale Bank van België zelf toebehoren;
- de NBB blijft echter de transparantie weigeren om dit feit op een correcte manier op haar balans (en in de verbonden toelichtingen) tot uiting te brengen;
- vooral omdat zij blijft verdedigen dat de aandeelhouders op geen enkel moment de uiteindelijke eigenaars zijn van deze component van het vennootschapsvermogen, ondanks het feit dat dit bij de andere centrale banken waarmee zij zich vergelijkt ontegensprekelijk WEL het geval is,
- en er op dit moment GEEN ENKELE wettelijke basis meer is waar zij zich hiertoe kan op baseren!
Daarom werd op 16 juli 2015 beroep aangetekend ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Brussel.
Wij hopen dat de voornoemde partijen de resultaten van deze procedure niet zullen afwachten om te doen wat van hen moet worden verwacht.

Kunnen de betrokken partijen nog veel langer de kop in het zand steken?

(1) Het FSMA
Toezichthouder over de beursgenoteerde vennootschappen
- De NBB is een beursgenoteerde naamloze vennootschap, welke beroep heeft gedaan op het openbaar spaarwezen,
- als centrale bank heeft de NBB verkregen dat verschillende van de informatieverplichtingen op haar niet van toepassing zijn (zoals tussentijdse rapportering, waarderingsmethodes als IFRS niet te volgen, e.d.m.);
- MAAR: kan het FSMA, gezien de belangrijkste opdrachten welke haar door de Wetgever werden toegewezen, passief aan de kant blijven toekijken wanneer:
- een genoteerde vennootschap haar bestaande aandeelhouders, maar ook “de markt” in zijn geheel, TOTAAL MISLEIDENDE EN BEDRIEGLIJKE informatie geeft omtrent het meest essentiële gegeven: het (eigen) vermogen van de vennootschap?!!
- naargelang het thema van een rechtszaak met veel overtuiging stelt (en blijft herhalen) dat de goudvoorraad “niet echt” (?) tot haar vermogen behoort, en in een volgende rechtszaak dan weer een totaal tegengesteld standpunt inneemt? Door te stellen dat deze wel degelijk toch tot haar vermogen behoort?
- doch nog altijd moeite heeft om het ook uitdrukkelijk als effectief eigen vermogen te benoemen? En tegelijkertijd in de toelichtingen van haar jaarverslag blijft stellen dat de goudvoorraad (en de andere externe reserve-activa) eigendom zijn van de Belgische Staat?!!
- Maar vooral: dat het bestuur blijft verkondigen “dat de aandeelhouders van de vennootschap GEEN ENKEL EIGENDOMSRECHT zouden hebben op dit eigen vermogen?
- Opnieuw: zonder dat het bestuur verplicht zou worden toe te lichten op welke (actueel geldende wettelijke) argumenten zij zich hierbij baseert?!!
Vindt het FSMA, als toezichthouder, dat de NBB hier zo maar om het even wat mag blijven verkondigen ??

De NBB heeft een totaal vernieuwde webpagina.
Een nieuwe verantwoordelijke voor haar communicatie ook.
Het allerbelangrijkste blijft echter totaal ontbreken: een uitgebreide en duidelijk geargumenteerde informatie informatie naar haar aandeelhouders toe omtrent:
- zijn de goudvoorraad en zijn meerwaarden een onderdeel van het eigen vermogen? Of niet?
- Een duidelijke argumentatie waarom de aandeelhouders geen enkel (eigendoms)recht kunnen laten gelden op dit eigen vermogen (of waarom eigenlijk wel?),
- een toelichting waarom de onbeschikbare reserverekening onder “Overige Passiva” wordt geboekt, en welke rol het Artikel 20bis hierin heeft gespeeld. En of het actuele Artikel 30 nog altijd voldoende wettelijke basis is om dezelfde werkwijze onveranderd te blijven hanteren?
- wanneer zij zelf aangeeft op identieke manier te handelen en boeken als DNB en Deutsche Bundesbank, op een eerlijke en vooral volledige manier zelf aan te tonen dat de werkwijzen inderdaad VOLLEDIG identiek zijn.
- Aandeelhouders moeten immers niet zelf op zoek gaan naar o.a. volgende informatie:
- Waarom koopt de Duitse overheid (tegen marktprijs) het goud aan van de Deutsche Bundesbank? Op welke manier verloopt dit in België? En met welke redenen?
- Op identieke wijze boeken de NBB en andere NCB’s hun goudvoorraad op het actief van de balans, en de ongerealisseerde meerwaarden onder het eigen vermogen op het passief van hun balans. Maar:
- op welke manier verwerken zij elk diezelfde meerwaarden, op het moment dat deze effectief worden gerealiseerd?
- eveneens op identiek dezelfde manier als de NBB dit doet?
- En waarom gaat men dan wel bij NBB op een fundamenteel andere manier te werk?
- Hoe liggen in die andere landen de verhoudingen tussen de centrale bank en De Staat? En wie kan er op welke manier welke eigendomsrechten laten gelden op het eigen vermogen van de centrale bank?
Wanneer je een informatieverplichting hebt tegenover je aandeelhouders: doe dit dan correct en volledig!!

(2) De Europese Centrale Bank
- Heeft Richtsnoeren uitgevaardigd welke door de aangesloten NCB’s verplicht dienen gevolgd te worden,
- Deze Richtsnoeren zijn gebaseerd op transparantie, het waarheidsgetrouw beeld, het “voorzichtigheidsbeginsel”, enz…,
- De ECB heeft de verantwoordelijkheid en de macht om in te grijpen wanneer er zich op het vlak van de strikte naleving van deze pricipes problemen voordoen. Dit is bij de NBB overduidelijk het geval.
- De ECB kan het zich echt niet permiteren in deze aan de kant te blijven staan, en op die manier haar eigen geloofwaardigheid op het spel te zetten. De ogen sluiten, wetende dat er zich een probleem stelt, maakt haar tot medeplichtige in deze bankroof.

(3) Het Internationaal Monetair Fonds
De NBB is de monetaire autoriteit van België. Zij vervult deze opdracht als principaal.
De NBB dient dus volstrekt eigenaar te zijn van al de officiële externe reserves (welke zij op haar balans plaatst).
Wanneer het IMF gedragcodes opstelt waarin zij zelf het hoogste belang geeft aan de absolute transparantie die er moet zijn omtrent de eigendomrechten van de officiële externe reserves van een land:
Dient het IMF hier dan niet in te grijpen? En de NBB te verplichten om deze transparantie eindelijk te verzekeren?
Kan het zijn dat het IMF niet op de hoogte is van dergelijke problemen bij één van haar aangesloten lidstaten?

(4) Onze vertegenwoordigers van het volk
Het invoeren van het Artikel 20bis in de Organieke Wet van de NBB had dezelfde bedoelingen als die welke de wetgevers in de ons omringende landen in dezelfde periode hebben gehad: bij verkopen van goud door hun centrale bank de gerealliseerde meerwaarden binnen het vermogen van die centrale bank houden. Dit door een verplichte reservering op te leggen,
De Belgische Wetgever is afgeweken van de maatregelen die de andere landen invoerden, en is een belangrijke stap te ver gegaan:
alle opbrengsten van de reserverekening dienden aan de Staat te worden overgemaakt, en bij vereffening van de centrale bank diende de onbeschikbare reserverekening eveneens aan haar te worden uitgekeerd.
Deze ingreep was niets anders dan een pure onteigening, waarbij aan de vermogensrechten van zowel de vennootschap zelf als aan die van haar eigenaars volledig werd voorbijgegaan !!
Wees intelectueel eerlijk en doe wat de NBB zelf vraagt: maak de simpele en grondige vergelijking met DNB en Deutsche Bundesbank, en stel vast dat deze fouten daar absoluut NIET werden gemaakt !!
Het huidige artikel 30 is een gedwongen afzwakking van het Artikel 20bis, het Artikel 9bis slechts een flauwe poging om een bepaalde verdediging te kunnen voeren in een totaal scheefgetrokken situatie.
Financieringsproblemen, begrotingstekorten, gemakzucht en onwetendheid maken dat men steeds verder durft te gaan. De wet van 2009 (die de winstverdeling “herschikt”) is een logische volgende stap onder het motto “aandeelhouders van de NBB kunnen geen enkel recht laten gelden, het zijn niet meer dan goudrovers”.
Opnieuw en ook hier: vergelijk met de andere landen als Nederland en Duitsland !!
Het is de Wetgever die aan de basis ligt van de ontstane problemen. Erken het bestaan van foute wetgeving, en verhelp met nieuwe wetgevende tussenkomsten aan deze rampzalige situatie!! Dringend!

(5) De (onafhankelijke) externe bedrijfsrevisor
Met ingang van het boekjaar 2017 werd de opdracht toegewezen aan Mazars Bedrijfsrevisoren Belgium, de periode ervoor door Ernst & Young.
De onafhankelijke externe bedrijfsrevisor levert jaarlijks een verslag af “zonder enig voorbehoud”, stelt dus ook dat de balans van de NBB een waarheidsgetrouw beeld geeft van haar vermogen.
Dit belangrijke feit wordt door de NBB juridisch misbruikt. Een eerste bedenking voor deze revisor alvast:
- Wanneer de NBB de ongerealiseerde goudmeerwaarden op haar volledige goudvoorraad boekt als eigen vermogen, en er per 31/12/2015 meer dan 9 ton goud in aanmerking komt voor verkoop aan de Koninklijke Munt,
- waarbij de dan gerealiseerde meerwaarden met zekerheid onderworpen zijn aan de wettelijke bepalingen van het Artikel 55 van de Statuten (en met zekerheid NIET tot het vermogen van de vennootschap zullen worden toegerekend, want aan de Belgische Staat over te maken):
In welke mate geeft de balans dan een waarheidsgetrouw beeld van het vermogen van de vennootschap?
Dient men voor dergelijk feit, goed voor honderden miljoenen euro’s, er bij de vennootschap niet op aan te dringen dit op een transparante manier te presenteren op de balans? Minstens te vermelden in een verslag?
Er zijn meerdere andere ernstige inbreuken. Dit maakt het verslag van de revisor zonder waarde voor de aandeelhouder, tenzij in een onvermijdelijk later stadium: als basis voor volgende rechtszaken om de zware schade vergoed te krijgen.
Het bestuur van de Nationale Bank van België levert (bewust) foutieve en misleidende informatie, op basis waarvan dagelijks aandeelhouders hun aandelen blijven verkopen.
En dit tegen minder dan 10% van de reële waarde van het aandeel. Welke correct geïnformeerde aandeelhouder zou dit doen?
Het aantal potentiële schadeclaims neemt dagelijks toe, advocatenkantoren en andere belangengroepen zullen deze aandeelhouders groeperen om hun schade te verhalen. Een miljardenfactuur dreigt !
Het bestuur moet onverwijld haar financiële communicatie aanpassen. Als beursgenoteerd bedrijf is zij hiertoe verplicht.
Het moet er bij de Wetgever op aandringen dat de obstakels worden weggenomen, opdat zij inderdaad kan handelen op dezelfde manier als die andere centrale banken dat wel kunnen doen.
De externe revisor heeft hierin een belangrijke rol te vervullen, gewoon door haar opdracht correct en nauwgezet uit te voeren. Te doen wat van een revisor moet worden verwacht.
Als de NBB in haar conclusies stelt dat “problemen met bestaande wetten” op een ander forum dan de rechtbank dienen besproken te worden, heeft zij deels gelijk. Zij heeft hierbij echter zelf ook een heel belangrijke rol te spelen, en moet minstens stoppen er alles aan te doen opdat het totstandkomen van dit forum onmogelijk blijft.