STANDPUNTEN OMTRENT HET EIGEN VERMOGEN VAN DE NBB

Sedert de oprichting van de centrale banken zijn hun opdrachten en taken enorm gewijzigd, sterk in aantal en belang toegenomen. Ze zijn daarbij geëvolueerd van instellingen die hoofzakelijk bankbiljetten uitgaven tot nu eigenlijk “bewakers van het openbaar belang en de algemene welvaart”.
Een verlengde van De Staat eigenlijk, doch opgericht en functionerend als een van die Staat totaal onafhankelijk werkend en juridisch afgescheiden entiteit.

Zij werden bovendien overwegend opgericht uitsluitend door privé aandeelhouders. Gezien de hiervoor beschreven evolutie ook werden ze ondertussen nagenoeg allemaal genationaliseerd. Zo kunnen zij op een onafhankelijke manier hun opdrachten blijven uitvoeren, steeds meer in dat openbaar belang.

Zij bleven echter, sedert hun oprichting en tot op de dag van vandaag onveranderd, werken als afzonderlijke vennootschappen. Met hun “eigen vermogen ” welke door de oorspronkelijke aandeelhouders werd ingebracht, welke zij op een totaal onafhankelijke manier zelf beheren en steeds verder hebben uitgebouwd.

Ze blijven wat ze altijd zijn geweest:
vennootschappen, met hun volledige afgescheiden vermogen, toebehorend aan hun aandeelhouders.
De exclusieve eigenaars.

In de meeste landen zijn die aandeelhouders intussen enkel De Staat van dat land. Gezien de evolutie en de aard van de opdrachten van die centrale banken is dit de enige juiste situatie.
België is echter één van die uitzonderingen met een gemengd aandeelhouderschap: 50 % van de aandelen hoort de Belgische Staat toe, de andere 50 % hoort hoofdzakelijk particuliere aandeelhouders toe.

De feiten zijn dus wat ze zijn:

  • de eigendomsrechten (over dat afgescheiden vermogen) van de Nationale Bank van België nv zijn verdeeld,

  • nergens ter wereld kan een Souvereine Staat andere rechten laten gelden op het “eigen vermogen” van een centrale bank, dan diegene waar ze over beschikt als aandeelhouder,

  • met het “eigen vermogen” moet een centrale bank, net als om het even welke vennootschap, de nadelige gevolgen opvangen van de risico’s welke zij loopt bij de uitoefening van haar activiteiten en opdrachten,

  • een sterke uitbouw van dat “eigen vermogen”, een juiste definiëring en afbakening ervan, zijn essentieel om de overlevingskansen van de vennootschap te verzekeren. En op die manier dus te garanderen dat ze al haar opdrachten ook in de toekomst altijd zal kunnen blijven uitvoeren,  in alle noodzakelijke onafhankelijkheid,

  • het maakt hierbij een enorm verschil uit of een Staat de enige aandeelhouder is van haar centrale bank, of dat daar (zoals in België) ook nog andere aandeelhouders zijn.
    En al helemaal als die andere aandeelhouders particulieren zijn.


Het “eigen vermogen” van een centrale bank.

Beweren dat “eigen vermogen” voor een centrale bank geen enkel belang heeft kan slechts enig begrip krijgen in die gevallen waar een Staat de enige aandeelhouder is van die centrale bank.

Wanneer NBB dit echter stelt, in haar situatie, betekent dit een nieuwe harde kaakslag aan haar particuliere aandeelhouders, en is dit een nieuw bewijs dat men op geen enkele wijze rekening houdt met hun aanwezigheid in het aandeelhouderschap van de vennootschap !!

De risico’s welke centrale banken (moeten) aangaan nemen steeds belangrijker proporties aan.
Hun balansen zwellen aan, de activa zelf worden steeds risicovoller, en dit voor steeds hallucinantere bedragen. Niemand kan echt inschatten waar deze experimenten uiteindelijk zullen op uitdraaien.
Dit is ook het geval voor de Nationale Bank van België, die als aandeelhouder van de ECB en lid van het ESCB verplicht wordt deel te nemen aan haar diverse monetaire en andere steunprogramma’s waartoe deze beslist.
Deze programma’s van de ECB, te groeperen onder Quantitative Easing (QE), worden steeds verder uitgebreid met nieuwe lettercombinaties als afkorting (ABSPP, CBPP1 tot CBPP3, PSPP en begin 2015 nu ook een EAPP), worden verlengd in duur en hebben betrekking telkens 100-en miljarden euro’s bijkomend risico voor de verbonden nationale centrale banken. 

Zo was eind 2015 het totaal uitstaand bedrag (voor de NBB) van deze “monetairbeleidsportefeuilles” gestegen van 7,04 miljard euro (eind 2014) naar 23,65 miljard euro. Daar moet men dan nog een 7,7 miljard euro aan toevoegen voor de post “langerlopende herfinancieringstransacties”.
Deze meer dan 31 miljard euro activa betekenen risico’s voor de NBB, en dienen in verhouding te worden gesteld tot haar “erkend eigen vermogen” van 5,2 miljard euro!

De betreffende toelichtingen in de jaarrekening van de NBB verduidelijken:

” Ingevolge artikel 32.4 van de ESCB-statuten worden alle verliezen volledig door de NCB’s van het eurosysteem gedragen, in verhouding tot hun aandeel in het kapitaal van de ECB. “
Daarentegen worden de in de balans opgenomen risico’s op de CBPP1-, CBPP2- en PSPP-portefeuilles door de Bank gedragen.

De NBB draagt die risico’s dus volledig voor eigen rekening, en de particuliere aandeelhouders hebben (ook in deze) geen enkele inspraak!
Behalve voor dergelijke activiteiten staan zij ook in voor alle andere verliezen welke geen specifieke staatswaarborg genieten, waaronder het aanhouden en het beheren van de activa welke als de officiële externe reserves van België benoemd.

De vennootschap moet met haar eigen vermogen dus alle eventuele verliezen kunnen opvangen. Het moet zonder enige discussie zijn dat een correcte bepaling van alle bestanddelen van dat eigen vermogen, en het absolute respect voor het afgescheiden vermogen van die vennootschap, van levensbelang is voor haar verdere bestaan en de belangrijkste garantie betekent dat zij in alle onafhankelijkheid al haar opdrachten verder zal kunnen vervullen.

De ECB onderkent dit belang wanneer zij stelt dat een voldoende winstgevendheid en voldoende groot eigen vermogen voor de Nationale Centrale Banken als belangrijk wordt geacht. Enkel op die manier wordt vermeden dat deze vennootschappen beroep zullen moeten doen op hun aandeelhouders, meestal hun Staat.

Alle eventuele winsten, gevolg van de volledige bedrijfsactiviteit, moeten ofwel dat eigen vermogen verder versterken ofwel dienen als vergoeding voor het ingebrachte kapitaal!
En dat eigen vermogen moet inderdaad altijd eigen vermogen van de vennootschap (en haar eigenaars) blijven.

cropped-respect.jpg

Respect voor het eigen vermogen van de centrale bank, respect voor de eigendomsrechten van haar eigenaars !!

 

Op  22 januari 2015 heeft de ECB opnieuw het gebruik van “een bazooka” bekend gemaakt: 1.140 miljard euro, waarvan 80 % van de risico’s op verliezen rechtstreeks ten laste komt van de NCB’s, en 20 % voor rekening blijft van de ECB (waarvoor haar aandeelhouders, opnieuw de NCB’s, dan instaan).

bazooka2
De particuliere aandeelhouders kunnen absoluut niet lachen met dit beeld: de bazooka staat recht op hun hoofden gericht !!

 

In december 2015 heeft de Raad van Bestuur van de ECB besloten de looptijd van het EAPP te verlengen, en op 10 maart 2016 werd besloten het opkoopprogramma wederom qua omvang en scope verder uit te breiden!

Langzaam aan begint één en ander door te dringen:

  • de Nederlandse DNB ziet zich genoodzaakt de komende jaren een voorziening van zo’n 4 miljard euro op te bouwen (500 miljoen over 2015), dit “omdat de laatste twee besluiten een dusdanige stijging van de financiële risico’s veroorzaken”,

  • de Regentenraad van de NBB heeft, in alle onafhankelijkheid, haar reserveringsbeleid aangepast waardoor voortaan niet langer 25 % maar wel 50 % van de jaarwinsten worden gereserveerd. Over 2015 betekent dit een 137 miljoen extra reservering. 

Gezien de bepalingen van de Organieke Wet (het Artikel 30) kan de NBB, mocht zulks echt nodig blijken, de meerwaarden op haar goudvoorraad niet aanwenden om dergelijke verliezen op te vangen. Dit in tegenstelling tot de andere NCB’s.

De reserves, toebehorend aan de aandeelhouders, staan voor dit doel dus in de eerste lijn. Alle lusten zijn dus voor de meerderheidsaandeelhouder, alle lasten voor de particuliere minderheidsaandeelhouders.


warning_orig

 

Wij willen nadrukkelijk de aandacht vestigen op:

 

  1. het totaal van het kapitaal en de reserves van de NBB bedraagt (eind 2015) zo’n 5,2 miljard euro ,

  2. het zijn uitsluitend deze posten welke zij als haar echt “eigen vermogen” beschouwt, en als dusdanig ook tot uiting brengt op haar balans, 

  3. de (herwaarderings)meerwaarden op haar goudvoorraad KAN  zij niet tot haar volwaardig eigen vermogen rekenen:

    • alhoewel zij zelf stelt van haar goudvoorraad de eigenaar te zijn, in de betekenis van het burgerlijk wetboek (de meest absolute zin, waarbij ook alle opbrengsten van het goed de eigenaar toekomen),

    • moet zij deze meerwaarden, bij hun effectieve realisatie, in een “onbeschikbare reserverekening” boeken,

    • een post welke zij echter boekt als een schuld onder “Overige passiva” (als Vreemd vermogen dus),

      • waardoor zij expliciet aangeeft dat zij dit inderdaad niet als een component van het eigen vermogen kan beschouwen,

      • hetgeen ook blijkt uit haar andere communicatie : “verliezen van de vennootschap kunnen opvangen is een essentiële rol van het eigen vermogen”;

      • een communicatie die echter op geen enkele manier consequent te noemen is, gezien (wanneer NBB haar goudvoorraad in aanmerking neemt om de voordelen van de notionele interestaftrek te genieten, dan rekent zij die goudvoorraad wel  tot haar eigen vermogen?);

      • alle verdere opbrengsten van deze balanspost komen niet langer de vennootschap ten goede, doch worden (bij Wet) rechtstreeks toegewezen aan de Belgische Staat (waardoor het eigen vermogen van de vennootschap dus niet verder kan worden versterkt).
        De Wetgever heeft dit via de Organieke Wet (1989) opgelegd, en de NBB heeft zich hier nooit tegen verzet, wel integendeel.

      • de herwaarderingsmeerwaarden op de goudvoorraad bedragen eind 2015 zo’n 6,8 miljard euro (en per eind 2012 zelfs een bedrag van een 9,4 miljard euro), en zouden dus voor de vennootschap (en haar aandeelhouders) een substantieel verschil uitmaken,

    • in het verleden heeft de Belgische Staat reeds meerdere keren beslag gelegd op deze gerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad van de NBB, telkens gebruik makend van haar wetgevende macht (“lex specialis”),

    • door deze ingrepen heeft zij:

      • de reserves van haar centrale bank onteigend, en deze aan de bank onttrokken,

      • wat juist het tegenovergestelde was van wat zij als Wetgever wou bereiken bij de wijziging van de Organieke Wet in 1988,

      • de belangen van de vennootschap (en vooral ook van haar particuliere aandeelhouders) geschaad,

      • en al zeker wanneer deze meerwaarden inderdaad als eigen vermogen moeten worden beschouwd: vermits deze bedragen (en de activa zelf) niet langer in de vennootschap aanwezig zijn, en geen verdere opbrengsten hebben kunnen genereren (welke het eigen vermogen verder zouden hebben versterkt),

      • de totale impact van deze overdrachten aan de Belgische Staat van de goudmeerwaarden alleen (zonder de opbrengsten van hun verdere herbelegging gerekend en vanaf 1988) maken op zichzelf een verschil uit van 8,34 miljard euro. Minder eigen vermogen voor de NBB dus!

  4. deze houding omtrent de goudvoorraad (en haar meerwaarden) staat volledig tegengesteld op de opvattingen welke een vergelijkbare centrale bank zoals DNB er op na houdt (zie NBB versus DNB), die de gerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad rechtstreeks aan haar eigen vermogen toevoegt (een beschikbare reserverekening) en hun verdere opbrengsten via de resultatenrekening verwerkt en bestemt,

  5. net zoals deze houding totaal in strijd is met de bepalingen van de Richtsnoeren van de ECB (en dus ook met haar eigen opvattingen omtrent de eigendomsrechten van de goudvoorraden).


banken-gesloten-twitter

Deze aandachtspunten hebben hun absoluut belang:

  1. Voor een centrale bank met enkel haar Staat als aandeelhouder heeft (de omvang van) “eigen vermogen” inderdaad minder belang:

    • hoewel een belangrijk (of toereikend) eigen vermogen de onafhankelijkheid van een centrale bank garandeert (of bevordert),

    • is een steeds verdere uitbouw (door winstreservering) dan minder noodzakelijk,

    • wanneer de vennootschap op een bepaald moment belangrijke verliezen moet incasseren, en haar eigen vermogen volstaat niet om deze verliezen op te vangen, zal er beroep worden gedaan op de aandeelhouders om de continuïteit te verzekeren (de opdrachten van algemeen belang dienen immers verder te worden vervuld),

    • indien de Staat de enige aandeelhouder is kan deze er dus voor kiezen de jaarlijkse winsten van haar centrale bank gewoon te incasseren (en niet telkens bijkomend te reserveren),

    • en de risico’s welke haar centrale bank loopt in te dekken via het verstrekken van staatswaarborgen,

    • of, op een moment dat het kapitaal toch moet worden versterkt, gewoon op dat vereiste moment bijkomend kapitaal inbrengen,

    • die Staat heeft de (als aandeelhouder) ontvangen winsten dan telkens kunnen gebruiken voor haar eigen werking (in het openbaar belang), en moet dan enkel wanneer nodig die middelen opbrengen om de werking van (en het vertrouwen in) haar centrale bank te garanderen.
      In dergelijke situaties: vestzak-broekzak dus,

    • dit is de werkwijze bij DNB, waar: DNB

      • de pay-out  95 % van de winst bedraagt (en dus slechts 5 % wordt gereserveerd),

      • de Nederlandse Staat (als Staat) waarborgen vertrekt voor bijvoorbeeld de SMP en LTRO-programma’s,

      • de meerwaarden op de goudvoorraad in het eigen vermogen van DNB blijven (en enkel de opbrengsten ervan via de resultatenrekening worden verwerkt, en haar dus voor 95 % worden uitgekeerd).

      • Ter illustratie, een verslag voor de Nederlandse Commissie Financiën

  2. Voor een centrale bank met een gemengd aandeelhouderschap (zoals NBB) ligt dit echter totaal anders:

    • het respect voor het eigen vermogen van de vennootschap is daar van absoluut levensbelang, en niet in het minst voor de particuliere minderheidsaandeelhouders,

    • een Souvereine Staat:

      • mag geen eigen vermogen onttrekken aan de centrale bank van het land (wat de meerwaarden op de goudvoorraad in de feiten altijd zijn).
        Op geen enkele manier trouwens !!

      • noch mag zij zich (bij Wet) de verdere opbrengsten van dit eigen vermogen toekennen, wanneer zij dit vermogen binnen de vennootschap laat staan (de NBB boekt dit vermogen als een schuld van de vennootschap aan de Souvereine Staat),

      • mag niet ingrijpen in de algemeen geldende winstverdelingsregels van een vennootschap, wat de Belgische Staat via haar wetgevende macht herhaaldelijk (en laatst in 2009) bij NBB wel heeft gedaan,

        • de vergoeding voor het emissierecht mag hoogstens een (duidelijk te bepalen en te berekenen) kostenrubriek zijn voor de vennootschap (en geen excuus om beslag te leggen op meer dan wat haar normaal zou mogen toekomen),

        • alle resultaten van de vennootschap horen die vennootschap toe (zoals bij andere centrale banken, eenvoudig en transparant),

        • voor bepaalde activiteiten kan eventueel een Staatswaarborg worden gevraagd, welke dan (eventueel) een kostprijs heeft (en dus eveneens een kostenrubriek zou zijn),

        • wat de vennootschap eventueel over houdt uit haar werking, is de te bestemmen bedrijfswinst. En na de belastingen komt deze winst de aandeelhouders toe (als een toevoeging aan de reserves, of als dividend),

        • de winstverdelingsregels voor NBB laten willekeur toe en maken dat, indien de verdeling dient geregeld door politieke marionetten, de Souvereine Staat een onrechtmatig groot aandeel in de winst ontvangt, volledig ten koste van de aandeelhouders.

        • al deze ingrepen hebben tot gevolg dat het eigen vermogen niet optimaal kan aangroeien of vergoed wordt.

  3. Geen aandacht of respect hiervoor houdt in dat:

    • op het moment dat zich bij NBB ernstige ongelukken voordoen,

    • welke niet kunnen worden opgevangen via het beschikbare (te kleine) eigen vermogen,

    • omdat de Belgische Staat dit systematisch naar zich zelf heeft afgeleid (door zich een belangrijk deel van de jaarlijkse winsten toe te eigenen),

    • of omdat ze een belangrijk deel van het eigen vermogen “geherdefinieerd” heeft als haar toebehorend (de meerwaarden op de goudvoorraad), en bij herhaling deze enorme bedragen zelfs uit de vennootschap heeft gehaald,

    • men een beroep zal moeten doen op de aandeelhouders om de verliezen aan te zuiveren en bijkomend kapitaal in te brengen,

    • een inspanning waartoe de particuliere aandeelhouders niet toe in staat zullen zijn, en onder deze omstandigheden ook niet bereid zullen toe zijn,

    • maar welke voor de Belgische Staat geen enkel probleem zal stellen:

      • zij heeft immers vele miljarden euro’s uit de NBB gehaald,

      • door haar nieuwe kapitaalsinbreng zal zij de bestaande particuliere aandeelhouders uitdrijven, en op die manier haar belang in het kapitaal zien toenemen (of dit zelfs volledig verwerven),

      • waarna zij zich alle toekomstige winsten van de NBB volledig kan toeëigenen,

      • doch vanaf dat moment op de enige correcte manier: door in het bezit te zijn gekomen van alle aandelen van de vennootschap !!


cropped-economistactivisme1.jpg

%d bloggers liken dit: