Res~Pe(c)t voor het vraagrecht

De Raad van Bestuur van de Nationale Bank van België, de Regentenraad dus, gedraagt zich alsof deze naamloze vennootschap op “een sui generis” manier noteert op de beurs van Euronext Brussels. Elke regel van goed bestuur werd naast zich gelegd, men stelt zelf een financiële communicatie te mogen voeren volgens “een eigen boekhoudkundig sui generis referentiekader”, het lijkt hen logisch te zijn dat deze verslaglegging door geen enkele onafhankelijke toezichthouder moet worden gecontroleerd, en dat de externe revisor niet ter beschikking moet staan om toelichtingen en info te verstrekken aan de aandeelhouders.

Ik wijs er hier nadrukkelijk op dat onafhankelijke geschiedkundigen hebben beschreven dat eerdere besturen van deze vennootschap in het verleden (en bij herhaling) zich schuldig hebben gemaakt aan flagrante schriftvervalsing, van het bedrieglijk en fout voorstellen van het vermogen van de vennootschap. Het ontbreken van elke controle bij recidivisme van de feiten is een absoluut verzwarend feit.

De eigenaars van de vennootschap werd elke evidente bevoegdheid als de goedkeuring van de jaarrekeningen, de winstverdeling, keuze en benoeming (en ontslag) van bestuurders, ontnomen. En bovenop de voorgaande feiten acht men het nu ook nog normaal dat de aandeelhouders van deze naamloze vennootschap geen vraagrecht meer zouden hebben?

De keuze om de Algemene Vergadering van 18 mei 2020 te laten doorgaan volgens de mogelijkheden geboden door het KB van
9 april 2020 (Covid-19 pandemie) werd door het bestuur misbruikt om het standpunt van het jaar ervoor ook effectief uit te voeren:

” Het bestuur zal niet langer communiceren over het vermogen van de vennootschap in termen van eigen en vreemd vermogen. “

Het is zelfs nog erger geworden. De Covid-19 pandemie werd misbruikt om de aandeelhouders (maar ook elke andere stakeholder) van deze vennootschap de laatste transparantie te kunnen ontzeggen. Op deze manier werd nu ook nog het laatste recht van een aandeelhouder miskend:

Het bestuur van de Nationale Bank van België nv ontzegt de eigenaars van deze beursgenoteerde vennootschap de uitoefening van hun

absolute en onbeperkte vraagrecht !!

We zijn ruimdenkend, (reeds 20 jaar) heel geduldig en bereid tot heel veel inschikkelijkheid.
Maar wees nu eerlijk:

Het bestuur vraagt bij elke jaarlijkse algemene vergadering om de vragen schriftelijk in te dienen, en bepaalt ook zelf de uiterste datum waarop die vragen moeten ingediend zijn. En er zijn elk jaar opnieuw heel veel vragen geweest vanwege de particuliere minderheidsaandeelhouders van de NBB.

Het kan dan ook niet worden aanvaard dat de zogezegde “Antwoordenlijst” begint met excuses vanwege het bestuur dat er 1) een hoog aantal vragen zouden zijn, 2) die soms “technisch” van aard zijn, en dat 3) de beschikbare tijd te kort is om ze “in de uitzonderlijke arbeidsomstandigheden die met de pandemie gepaard gaan (?)” nauwkeurig en correct te beantwoorden.
Wanneer er toch veel vragen zijn, dan zegt dit alles over de kwaliteit van de financiële communicatie vanwege het bestuur van de Nationale Bank van België.

Als aandeelhouder heb ik, inleidend bij mijn vragenlijst, expliciet gevraagd om mijn vragen individueel te beantwoorden, 1) mijn eigen vragen niet te groeperen en 2) deze zeker niet te groeperen ofwel “per thema” ofwel met andere vragen vanwege andere aandeelhouders.

Het is niet efficiënter (en al helemaal niet duidelijker) om vragen van verschillende aandeelhouders per thema te gaan groeperen. De lectuur door elke belanghebbende kan enkel dan op een duidelijke, gemakkelijke en vooral correcte manier gebeuren wanneer elke individuele vraag (met haar werkelijke bedoelingen en nuances) samen kan worden gelezen met het gegeven antwoord.

Door het toepassen van de mogelijkheden welke het KB van 9 april 2020 biedt, ontneemt men de aandeelhouders de mogelijkheid om op interactieve wijze vragen te stellen, en aan de hand van de verkregen antwoorden met het bestuur verder in discussie te gaan. Ook (en vooral) wanneer de juiste bedoeling van individuele vragen eventueel niet correct werd begrepen door het bestuur.
Op zich is dit belangrijke nadeel reeds voldoende grond voor aandeelhouders van andere genoteerde vennootschappen om een procedure voor het Grondwettelijk Hof in te stellen. Het bestuur mag deze ongevraagde situatie niet nog erger maken door de vragen op deze manier te gaan behandelen.

ALLE gestelde vragen houden verband met het jaarverslag, zelfs al worden deze regelmatig (historisch of vergelijkend met andere Nationale Centrale Banken) gekaderd en/of ingeleid.

Dit gebeurt slechts om één reden: de Nationale Bank van België maakt onderdeel uit van het Europees Stelsel van Centrale Banken, EN is aandeelhouder van de ECB. Bij de verplicht te volgen boekhoudprincipes, vervat in de Richtsnoeren van de ECB, zijn transparantie en vergelijkbaarheid bij de financiële administratie en verslaglegging (tussen de NCB’s van het ESCB) van werkelijk groot belang. Immers: wanneer de ECB, een belangrijke participatie van de NBB, op een welbepaalde manier een boekhoudkundig inzicht geeft in haar activa en vermogen, dan moet men verwachten dat de NBB op een zelfde manier boekhoudkundig rapporteert?! En wanneer hier flagrante verschillen worden vastgesteld moet een vraagstelling aan het bestuur en revisor niet worden naast zich gelegd …

Net zoals de bij vorige drie Algemene Vergaderingen werd ook nu weer aangedrongen op de aanwezigheid van de externe revisor. Aandeelhouders moeten in staat worden gesteld om hun vraagrecht volledig uit te oefenen, en het verslag van de revisor is een onderdeel van het jaarverslag.

Het bestuur van de NBB discrimineert tussen de aandeelhouders van de vennootschap bij het verstrekken van de (financiële) informatie. Waarom dringt de Belgische Staat, als meerderheidsaandeelhouder, niet aan op de aanwezigheid van de externe revisor op de algemene vergadering? Waarom heeft de vertegenwoordiger van de Belgische Staat nog nooit ook maar één vraag gesteld op de algemene vergadering?

Omdat de Belgische Staat elke Regent zelf mag verkiezen, en bij elke bijeenkomst van de Regentenraad zijn “vertegenwoordiger van de Minister van Financiën” aan de bestuurderstafel heeft! Wanneer de externe revisor zijn jaarverslag inlevert aan de Regentenraad, dan staat deze ter volledige beschikking van de vertegenwoordigers van het personeel van de vennootschap EN van de vertegenwoordiger van de meerderheidsaandeelhouder om elke vraag te beantwoorden, om elke gewenste informatie te geven.

De externe revisor blijft echter weigeren aan de Algemene Vergadering deel te nemen, zogezegd omdat de goedkeuring van het jaarverslag geen bevoegdheid zou zijn van de Algemene Vergadering. De goedkeuring is echter ook geen bevoegdheid van het personeel, en de rechten en belangen van de minderheidsaandeelhouders zijn zeker niet lager in te schatten dan die van het personeel?

Bovendien heeft de Ondernemingsrechtbank in een recent vonnis (van 25 juni 2020) een opmerkelijk standpunt ingenomen in verband met de bevoegdheden van een Algemene Vergadering, zoals deze ook gelden bij “de gewone naamloze vennootschappen”.

Wat echter onbetwistbaar blijft: wanneer het bestuur van een beursgenoteerde vennootschap zelf mag bepalen op welke manier zij voldoet aan haar verplichtingen inzake financiële rapportering (het eigen sui generis boekhoudkundig referentiekader), en er blijken flagrante tekortkomingen te zijn in die rapportering waardoor “het waarheidsgetrouwe beeld van het vermogen van de vennootschap” in het gedrang komt, en de revisor weet dat de financiële rapportering door geen enkele onafhankelijke toezichthouder wordt gecontroleerd (en er dus niemand anders zal kunnen ingrijpen),

dan is het zijn onbetwistbare verantwoordelijkheid om de taken te vervullen welke de diverse Wetgevers hebben vooropgesteld door externe revisoren in te schakelen.

In deze hele procedure heeft de advocaat van de Nationale Bank van België dit werkelijk belangrijke onderdeel op geen enkele manier behandeld. Het moet zijn dat dit voor een rechtbank moeilijk (geargumenteerd) te verdedigen valt?

Het vraagrecht sluit nauw aan bij de verantwoordingsplicht van het bestuursorgaan: wie vanwege de vennootschap bestuursverantwoordelijkheid ontvangt en aanvaardt, is verplicht hierover verantwoording af te leggen.

Het is niet omdat de eigenaars van deze naamloze vennootschap veel van hun beslissingsbevoegdheden werd ontnomen, dat het bestuur hen geen verantwoording meer zou moeten geven omtrent het beleid welke zij voeren. De NBB heeft beroep gedaan op het openbaar spaarwezen, staat genoteerd op de beurs van Brussel.
Het uiteindelijke eigendomsrecht over het vermogen van de vennootschap ligt nog steeds bij haar aandeelhouders. En die willen onverminderd weten hoe dat vermogen wordt beheerd.

Hoe zou men kunnen stellen dat de Algemene Vergadering van de NBB niet zou beschikken over een controlefunctie? Omdat men totaal onverantwoord de beslissingsbevoegdheid voor het goedkeuren van de jaarrekeningen heeft gelegd bij de Regentenraad, dus … bij de Raad van Bestuur zelf?!?

Lopende gerechtelijke procedures zijn GEEN excuus om het vraagrecht te beperken. Er bestaat slechts één waarheid, toch?

Vragen niet willen beantwoorden omdat men ervan uit zou gaan “dat een individuele aandeelhouder in het kader van hangende juridische procedures tegen de vennootschap het bestuur in de val zou willen lokken” is totaal misplaatst. Het bestuur erkent fout wanneer zij dezelfde vragen verschillend zou beantwoorden op de Algemene Vergadering of bij gelegenheid van een gerechtelijke procedure.

Bovendien: 1) Mits het verkrijgen van correcte en waarheidsgetrouwe antwoorden op de Algemene Vergadering waren die juridische procedures er nooit gekomen? 2) in die procedures beweegt het bestuur van de NBB hemel en aarde om … die rechtbanken onbevoegd te verklaren! (waardoor er ook daar dan geen antwoorden komen) 3) komen het overgrote deel van die vragen niet aan bod in deze procedures.

Tot slot de belangrijkste vraag toch:
welk probleem kan een beursgenoteerde centrale bank, zelf toezichthouder (met een onbetwistbare voorbeeldfunctie) nu toch hebben met totale transparantie?
Waarom worden vragen niet gewoon eerlijk en volledig beantwoord?

De opmerking van Hans Hoogervorst indachtig: ” Ben je niet bereid transparantie te leveren, dan trek je beter niet naar de beurs. ” Of, als je er toch noteert en transparantie leveren wordt “als hinderend” ervaren, om welke reden dan ook, dan kan je beter wegtrekken van de beurs!

En dus werden wij als aandeelhouders van deze naamloze vennootschap gedwongen om via de rechtbank onze rechten te laten respecteren.
Opnieuw …

Een procedure in kort geding voor de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank, gepleit op 18 juni 2020.

In deze procedure heeft de Nationale Bank van België opnieuw haar werkelijk lage niveau en verwerpelijke tactische ingesteldheid getoond. Werkelijk elk middel lijkt haar geoorloofd te zijn om de discussie weg te houden van de werkelijke feiten.

Bij zijn slotconclusies heeft de advocaat van de NBB een simpele tweet van mezelf toegevoegd, waarbij een bedenking werd gegeven rond het lang uitblijven van een vonnis in een andere procedure. De advocaat van NBB vindt deze tweet de moeite waard om toe te voegen aan het dossier, en te gebruiken in zijn pleidooi:

de eiser zou totaal geen respect hebben voor de rechterlijke macht, zou zelfs totale minachting tonen voor het Hof.

Met dank toch voor de Voorzitster van het Hof, die mij in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren:

De Nationale Bank van België heeft, op aangeven van de ECB, aangedrongen opdat geen enkele Belgische bank of verzekeraar een deel van hun jaarwinsten zouden uitkeren onder de vorm van dividenden of andere. Dit om de buffers bijkomend te versterken teneinde de waarschijnlijk dramatische gevolgen van Covid-19 op te vangen. Elkeen heeft dit advies moeten opvolgen, zelfs de BIB (centrale bank der centrale banken) toonde zich hierin consequent met volgende toelichtingen: wie anderen iets oplegt, geeft beter zelf ook het goede voorbeeld?!
Nagenoeg elk politiek boegbeeld veroordeelde (ook via Twitter) elke Belgische bank of verzekeraar die hieromtrent enige twijfel zou hebben getoond, chanteerde hen dus en maakte hen met de grond gelijk.

De Nationale Bank van België heeft dit jaar een bedrag van 364 miljoen euro van de jaarwinsten onteigend, gebruik makend van drogargumenten EN ondanks mijn voorafgaandelijke argumentering om (op het moment van de winstverdeling) te handelen in overeenstemming met de bedoelingen van de Wetgever. Dit enorme bedrag werd WEL uitgekeerd aan de meerderheidsaandeelhouder de Belgische Staat, ondanks mijn schrijven om consequent met zichtzelf te blijven (wanneer men anderen adviseert om de buffers te versterken).

Ik heb als betrokken aandeelhouder deze selectieve verontwaardiging aangeklaagd, rechtstreeks bij het bestuur van de NBB en bij die partijvoorzitters, schriftelijk en ook via talloze tweets.
Deze feiten waren ook voorwerp van mijn vragenlijst aan de Algemene Vergadering.
Ik heb dus enkel aan de Voorzitster en de advocaat van de tegenpartij mijn verwondering kunnen laten blijken dat slechts één dergelijke (niets ter zake doende) tweet WEL moet worden behandeld voor een rechtbank (met als onderwerp een totaal andere zaak), terwijl de tientallen tweets omtrent de aangeklaagde feiten in deze zaak zelf NIET werden toegevoegd en behandeld.

Na talloze andere voorbeelden van een dergelijke houding in andere zaken wordt de strategie van NBB nogmaals treffend geïllustreerd.

De NBB meent het overgrote merendeel van de gestelde vragen NIET te moeten beantwoorden ” omwille van de sereniteit van het debat en uit respect van de gerechtelijke instanties van ons land. “

Schriftelijk ingediende vragen waarheidsgetrouw eveneens schriftelijk beantwoorden: veel andere manieren om nog serener tewerk te gaan zijn er hoogstwaarschijnlijk niet?

In het slot van de pleidooien komt de Voorzitster van het Hof terug op het onbetwistbare feit dat de financiële communicatie vanwege het bestuur van de vennootschap door geen enkele onafhankelijke instantie wordt gecontroleerd. Het wordt al te technisch, en de advocaat schakelt over naar de aanwezige jurist van de NBB zelf. Deze stelt met heel veel overtuiging dat de financiële verslaglegging vanwege de Nationale Bank WEL degelijk onder de controle van het FSMA valt !!

Dit terwijl wij aan het dossier stukken toevoegen waarin een Minister van Financiën (Koen Geens) dezelfde schriftelijke verklaring aflegt, maar de voorzitter van het FSMA van zijn kant in verschillende brieven uitdrukkelijk en gedocumenteerd stelt dat dit absoluut NIET het geval is. De NBB is zonder enige twijfel totaal ongecontroleerd!

Op een dergelijk leugenachtige manier proberen de meubelen te redden?
Van een werkelijk respect voor het Hof en de gerechtelijke instanties van ons land gesproken …


Het bestuur van de Nationale Bank van België heeft er alles voor over om de vragen van de aandeelhouders niet te moeten beantwoorden.

Het bestuur geeft hiertoe voor de rechtbank volgend “standpunt van belang”, om bij de Voorzitster van het Hof te benadrukken dat:

De Nationale Bank van België is een rechtspersoon sui generis, en de Algemene Vergadering is geen orgaan van de Nationale Bank van België. Krachtens Artikel 17 van de Organieke Wet bestaan de organen van de Bank uit de Gouverneur, het Directiecomité, de Regentenraad, de Sanctiecommissie en het Afwikkelingscollege.

De NBB benadrukt dat: “de Algemene Vergadering van de NBB geen bevoegdheid heeft tot goedkeuring van de jaarrekening, geen bevoegdheid heeft tot kwijting, geen bevoegdheid heeft tot aanstelling of afzetting van de leden van het Directiecomité. Dit in tegenstelling tot de gemeenrechtelijke naamloze vennootschap”.
De Algemene Vergadering heeft dus een veeleer beperkte rol te vervullen, zij beschikt nauwelijks over daadwerkelijke beslissingsbevoegdheden.

De NBB stelt dat dit trouwens geen vrije keuze van de Wetgever zou zijn:
“Zij is ingegeven door de Europeesrechtelijke onafhankelijkheidsvereiste binnen het ESCB. Het risico dat de eigenaars van een centrale bank de besluitvorming met betrekking tot met het ESCB verband houdende taken zou kunnen beïnvloeden, hetzij via de rechten van aandeelhouders of anderszins, kan de onafhankelijkheid van nationale centrale banken aantasten en dient derhalve bij wet ingeperkt te worden.”
(Slotconclusies NBB, pagina’s 22 en 23, met verwijzing naar het convergentieverslag van mei 2018 van de ECB – pagina 22).

Dit standpunt vanwege NBB toch enigzins kaderen, EN relativeren.
Gewoonweg omdat ik vermoed dat het “sui generis rechtskader” meer wil regelen dan dit aspect …

De besluitvorming beïnvloeden tot met het ESCB verband houdende taken? ”
Via de rechten van aandeelhouders van de Nationale Centrale Banken?

Binnen het ESCB erkent men dus dat de aandeelhouders van de NCB’s rechten hebben, als eigenaars van de centrale bank. Stemrecht, beslissingsbevoegdheden, (uiteindelijk) eigendomsrecht over het vermogen van de centrale bank, …

De rechten van aandeelhouders mogen de besluitvorming van het ESCB niet beïnvloeden, de uitvoering niet verhinderen. En dus is de Belgische oplossing:
we nemen de aandeelhouders van de Nationale Bank van België hun evidente rechten ALLEMAAL af ??

Hun rechten om jaarrekeningen goed te keuren, de winstverdeling, directie en Regenten te benoemen en te ontslaan, de revisor te kiezen en benoemen? En nu hen zelfs ook nog het vraagrecht ontnemen?
En het statutair bepaalde uiteindelijke eigendomsrecht, maar ook dat grondwettelijke recht wordt reeds vele jaren niet meer gerespecteerd …

GEEN VRIJE KEUZE VANWEGE DE WETGEVER ??

De Banca d’Italia is eveneens een Nationale Centrale Bank, met overwegend privé aandeelhouders.

Wat zeker is: die aandeelhouders van de Banca d’Italia hebben al deze bevoegdheden WEL behouden!
De aandeelhoudersvergadering is WEL een orgaan van de Banca d’Italia, haar bevoegdheden zijn statutair bepaald (en omvatten WEL de goedkeuring van de jaarrekeningen en winstuitkeringen, benoemingen van directeurs en externe auditors). Hun eigendomsrecht over het vermogen van de centrale bank is, net als bij NBB, heel duidelijk statutair bepaald.

De simpele inlassing van slechts 1 onderdeel in het Artikel 6 van de Statuten van de Banca d’ Italia lost alles op:
” 2. The Shareholders’ Meeting shall not interfere in any way in matters pertaining to the exercise of the public functions entrusted by the Treaty, the statute of the ESCB and of the ECB, by European Union law and by law to the Bank of Italy or to the Governor for the pursuit of the Bank’s institutional purposes


De Voorzitster van het Hof (Mw. Annelien Verschaeve) laat hier een enorme kans liggen om het geloof en vertrouwen van de aandeelhouders van de NBB in “het Gerecht” van ons land enigzins te herstellen.

Een jurist van de tegenpartij, die het Hof recht in het aangezicht voorliegt, over een werkelijk belangrijk element in deze zaak: het maakt haar allemaal niet zoveel uit …

De vordering tot opschorting van de algemene vergadering van 18 mei ll. werd door de kortgedingrechter ontvankelijk, maar ongegrond verklaard.
De Ondernemingsrechtbank maakte hierbij hiernavolgende overwegingen:

Met betrekking tot de toelaatbaarheid van de vordering tot opschorting van de algemene vergadering van 18 mei ll., vorderde de NBB in haar besluiten de onontvankelijkheid van de dagvaarding, met dien verstande dat de kortgedingrechter de vordering niet zou moeten behandelen.

De Ondernemingsrechtbank wijst deze ontoelaatbaarheidsvordering van de NBB evenwel af. Volgens de Rechtbank waren zowel de onderliggende feiten als de vordering in de dagvaarding voldoende duidelijk voor de NBB en beschikte de NBB over voldoende informatie om een adequaat verweer te voeren.

De evaluatie van de miskenning van het vraagrecht wordt door de kortgedingrechter beoordeeld uitsluitend in het licht van de beperkte bevoegdheden van de algemene vergadering.

De algemene vergadering van de NBB kan niet worden gelijkgesteld met een algemene vergadering uit een “gewone” naamloze vennootschap nu zij geen controlebevoegdheid heeft en slechts over een beperkte beslissingsbevoegdheid beschikt.
Zo haalt de Rechtbank aan dat de algemene vergadering van de NBB “geen bevoegdheid heeft om de jaarrekeningen goed te keuren, kwijting te verlening of de leden van het directiecomité te benoemen. Haar belangrijkste bevoegdheid is de aanstelling van de regenten en ook hier is haar rol beperkt, nu de kandidaat-regenten door diverse instanties worden voorgedragen”. Bijgevolg concludeert de kortgedingrechter dat het vraagrecht in de NBB beperkter is dan in een “gewone” naamloze vennootschap, nu de bevoegdheden van de algemene vergadering beperkter zijn.

Op basis van mijn vragenlijst en de antwoordnota van de NBB oordeelt de Rechtbank dat de gestelde vragen op het eerste zicht door de NBB “toereikend en voldoende duidelijk en concreet” werden beantwoord, minstens in de ruime zin. 

Zo besluit de Rechtbank dat de NBB niet steeds verplicht was concreet te antwoorden op vragen die niet voldoende precies zouden zijn geformuleerd.

De beoordeling van deze beschikking:

Het persbericht vanwege de Nationale Bank van België is opnieuw heel triomfantelijk, en het bestuur bevestigt dat 1) dat de kortgedingrechter in deze beschikking heeft bevestigd dat “de NBB haar aandeelhouders afdoende informeert”, ja zelfs “uitdrukkelijk stelt dat de antwoorden die de Bank tijdens de algemene vergadering heeft gegeven toereikend en voldoende duidelijk en concreet zijn”.
Vooral ook: “De rechter voegt daaraan toe dat het feit dat een aandeelhouder het niet eens is met de gegeven antwoorden niet betekent dat zijn vraagrecht wordt miskend.”

Daarnaast zou het 2) zo zijn dat “Alle eerdere arresten en vonnissen in het voordeel van de Nationale Bank zijn geweest, en dat deze consequente rechtspraak aantoont dat de Nationale Bank de op haar toepasselijke regelgeving correct toepast en dat er een fundamenteel probleem is met de wijze waarop sommige aandeelhouders het specifieke rechtskader van de Nationale Bank interpreteren.

Beurskoersen zijn hoofzakelijk het resultaat van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële communicatie vanwege het bestuur van een vennootschap.

De Nationale Bank van België heeft (op datum van de beschikking in dit kortgeding) een boekhoudkundig eigen vermogen van een 50.000,00 euro per aandeel. Het aandeel wordt op hetzelfde moment verhandeld tegen 1.900,00 euro per aandeel. Daar waar aandelen op Euronext Brussel tegen gemiddeld 1,3 x dit eigen vermogen noteren, is dit voor NBB dus slechts een onwaarschijnlijke x 0,04 !!

De markt zelf geeft het enige juiste rapport aan de Regentenraad omtrent “haar toereikende en afdoende informatie”, en bewijst ook dat het niet alleen de procederende aandeelhouder is die “een fundamenteel probleem heeft met de correcte interpretatie van het specifieke rechtskader”.

NBB: “De kortgedingrechter stelt uitdrukkelijk dat de antwoorden die de Bank tijdens de algemene vergadering heeft gegeven toereikend en voldoende duidelijk en concreet zijn. “

Het gaat hem om de antwoorden die de NBB dus WEL zou hebben gegeven. Hoogstens en alleen om die vragen dus, NIET over de tientallen andere vragen die het bestuur NIET heeft willen beantwoorden! Omdat zij, bij gelegenheid van de vorige jaarvergadering, reeds had gesteld niet meer op vragen omtrent haar eigen en vreemd vermogen te zullen antwoorden, en nu ook stelt dat vragen NIET moeten worden beantwoord omdat de Algemene Vergadering geen orgaan is van de vennootschap, geen bevoegdheden meer zou hebben! Of omdat er gerechtelijke procedures lopen.

Mijn vraag hierna, als kleine test voor eenieder ook: mijn vragenlijst is terug te vinden op deze webpagina, de verkregen “concrete en toereikende” antwoorden vanwege NBB eveneens. Elke ervaren belegger, econoom, revisor of wie dan ook die er in slaagt om aan de hand van het document vanwege de NBB mijn vragen voldoende duidelijk en correct te beantwoorden, deze duidelijk en bruikbaar aan te vullen en mij het resultaat van zijn werkstuk door wil sturen, wacht een mooie beloning …

Ik zal hierbij niemand uitsluiten: ook niet de kortgedingrechter, noch de advocaat van de NBB, mochten deze nu wel eens de antwoorden op de volledige vragenlijst proberen terugvinden …

HET fundamenteel probleem is echt NIET de interpretatie van het specifieke rechtskader! Of eigenlijk: toch WEL !

Niet dat we dat specifiek “eigen sui generis rechtskader” niet correct zouden kunnen begrijpen, maar wel omdat we er een fundamenteel probleem mee hebben. Omdat het niets meer of niets anders is dan een instrument en een schaamlap voor het bedrog en de misleiding vanwege een bestuur handelend in het uitsluitende belang van de meerderheidsaandeelhouder.

De simpele vergelijking met de vergelijkbare Nationale Centrale Banken van het ESCB tonen de problemen overduidelijk aan, net zoals de feitelijke geschiedenis van deze vennootschap. Het is aan de bestuurders om transparant en duidelijk toe te lichten, opdat niet “sommige” doch wel alle aandeelhouders en stakeholders kunnen begrijpen hoe het nu werkelijk zit met de bestaansreden van dat rechtskader.


De Regentenraad zou in volledige transparantie en middels de vergelijking te maken met de andere NCB’s (zoals DNB, de ECB, Deutsche Bundesbank, Banca d’Italia) haar specifieke “eigen sui generis rechtskader” duidelijk kunnen uitleggen. Voorzien en aangevuld met correcte argumenten, pro en contra. Mijn vragenlijst was een rechtstreeks uitnodiging hiertoe, mijn twee andere documenten welke ik ter beschikking van het Parlement heb gesteld zijn elk een bijkomende leidraad …

Het vraagrecht wordt beperkt, omdat de Algemene Vergadering geen orgaan van de NBB is? Geen werkelijke bevoegdheden zou hebben?

Dus de vennootschap doet beroep op het openbaar spaarwezen, laat haar aandelen op de beurs noteren. De Wetgevende meerderheidsaandeelhouder ontneemt (onnodig) de eigenaars hun bevoegdheden, en als gevolg hiervan kunnen en mogen zij ook niets meer kunnen controleren wat er met hun belegde middelen gebeurt? Wordt de laatste mogelijkheid om enige controle uit te oefenen hen ontnomen?

In een procedure omtrent het respect voor genderquota voor de leden van de Raad van Bestuur werd onze vordering onontvankelijk verklaard omdat: “goedkeuringen van jaarrekeningen in gemeenrechtelijke naamloze vennootschappen een bevoegdheid is van de Algemene Vergadering”.
De Ondernemingsrechtbank van Brussel lijkt in haar vonnis dd. 25 juni ll. WEL te erkennen dat de Algemene Vergadering van de Nationale Bank een orgaan is van de NBB, nu de Rechtbank de vennootschapsrechtelijke regels aanvullend toepast op zowel de Regentenraad als de Algemene Vergadering van de NBB.

Maar de vordering om het vraagrecht van de Algemene Vergadering van diezelfde vennootschap te laten respecteren zou dan weer ongegrond zijn, uitsluitend omdat … deze niet over de werkelijke bevoegdheden zou beschikken? Laat ons enigzins consequent en redelijk blijven, a.u.b.

Een onwaarschijnlijke en onverantwoorde blufpoker vanwege NBB

Deze beschikking aangrijpen als een bevestiging vanwege een rechtbank dat er geen enkel probleem zou zijn inzake de informatieverplichtingen vanwege het bestuur, zelf uw eigen beoordeling toevoegen als conclusie voor de lezers van een persbericht dat de antwoorden toereikend en voldoende duidelijk en concreet zijn, is werkelijk elke gebruiker van de financiële informatie en lezer van de gestelde vragen voor een idioot nemen! Alsof niemand in staat wordt geacht om mijn vragenlijst erbij te nemen en deze naast het “werkstuk” vanwege de Regentenraad te leggen, om de toereikende en concrete antwoorden te vinden?

Wat meer is:
al deze vragen, omtrent fundamentele aspecten, welke manifest NIET werden beantwoord, verdwijnen NIET als vanzelf.

Zij worden opnieuw gesteld, allemaal! Tot ze duidelijk en waarheidsgetrouw werden beantwoord!
Weze het op de volgende Algemene Vergaderingen, weze het in het Parlement, weze het in een volgende gerechtelijke procedure ten gronde !!

Dergelijke fundamentele problemen lossen zich nooit vanzelf op. Men gaat hier voorbij aan verschillende wettelijke verplichtingen inzake transparante, consequente, waarheidsgetrouwe en volledige informatie. Het bestuur van de Nationale Bank van België is nu werkelijk het criminele pad ingeslagen, en lijkt te beseffen nu al te ver en al te lang dit foute pad te hebben bewandeld. De terugkeer lijkt hen moeilijk te zijn, en daarom volhardt men in de strijd en … maakt men de feiten alleen maar erger. Het aantal schadeclaims en de bedragen ervan alleen maar groter.

Nochtans: al loopt de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.
De advocaten analyseren de twee recente uitspraken, en wij gaan ons beraden omtrent de verdere mogelijkheden die … de talrijke leugens het snelst zullen achterhalen!

De Belgische Wetgever heeft heel veel herstellend wetgevend werk op de plank liggen … Dringend !!

“De arbeidsomstandigheden die met de corona-pandemie gepaard gingen”, of “de tijd die tekort zou zijn geweest om al die technische vragen te kunnen beantwoorden” zijn excuses, die nu niet langer gelden. Ondertussen heeft men bij NBB, ook om zich te verdedigen in deze procedure, alle vragen nog eens grondig moeten doornemen. En heeft men verschillende maanden extra tijd gehad.
Wanneer men echt respect heeft, voor de eigen aandeelhouders, voor alle andere stakeholders, voor de rechtbanken van dit land ook: kan men als werkelijk transparante centrale bank de vragenlijst alsnog, vraag per vraag, behandelen zoals dit werd gevraagd? En de resultaten op de eigen webpagina plaatsen?

Wij maken deze vragenlijst ook over aan de Minister van Financiën en het Parlement, in aanvulling op de twee documenten welke hen reeds werden toegestuurd. Er gelden geen excuses: er werd beloofd dat kleine beleggers op elke manier zouden worden beschermd. Hier kan, op eenvoudige wijze, een duidelijk voorbeeld worden gesteld!