Evoluties, opinies ..

Op deze analyse werden slechts enkele antwoorden en beoordelingen gegeven. Het resultaat zit werkelijk al te ver van wat een werkelijk onafhankelijke commissie van experts altijd zal besluiten. Meer dan zeven maanden van grondig onderzoek, doch zonder enige tussenkomst noch reactie vanwege de toezichthouder FSMA, betekent deze analyse niets meer dan een logische tussenstap met de vraag aan het nieuw samengestelde Parlement, om eindelijk te doen wat reeds heel lang had gemoeten …

Hoe lang nog zullen de bestaande aandeelhouders van de Nationale Bank van België moeten opdraaien voor de gigantische fouten gemaakt in het verleden? En voor het bedrieglijk en misdadig beleid dat er op volgde, opgelegd door een structureel armlastig meerderheidsaandeel-houder?

Wanneer een toezichthouder FSMA in een dergelijk dramatische situatie niet dringend zou optreden, met alle gevolgen van dien voor de weerloze minderheidsaandeelhouders en de efficiëntie van onze financiële markten, op deze wijze haar voorbeeldfunctie zou vervullen, hoe lang zou het dan nog duren vooraleer zowel de NBB zelf als de FSMA elke autoriteit en gezag zouden verliezen?

Of is het reeds te laat? Hebben malafide belangrijke aandeelhouders de mogelijkheden in ons land reeds goed begrepen? Nyrstar, …?

In 1998 ben ik minderheidsaandeelhouder geworden van de beursgenoteerde Nationale Bank van België. Als gevolg van misbruiken van wetgevende macht door de meerderheidsaandeelhouder (in 2002 en 2009) werd het mogelijk gemaakt om enerzijds onze rechtbanken bepaalde, onwaarschijnlijke vonnissen te laten vellen, en anderzijds het bestuur van de vennootschap ‘op sui generis wijze’ een beleid te laten voeren in het uitsluitende belang van die meerderheidsaandeelhouder. Een beleid zonder enige effectieve controle noch verantwoording, zonder een minimale transparantie noch enig respect voor de wettelijke informatieverplichtingen.

Om mijn statutair bepaalde vermogensrechten te kunnen uitoefenen werd ik er toe gedwongen om vanaf 2010 meerdere gerechtelijke procedures te voeren. Wanneer een Artikel 4 bepaalt dat elk aandeel recht geeft op een evenredig deel in het maatschappelijk vermogen en in de jaarwinsten, en een Artikel 7 bepaalt dat aandeelhouders bij de uitoefening van hun rechten zich moeten houden aan de inventarissen van de vennootschap zoals het bestuur deze in haar financiële verslaglegging publiceert, dan is de uitoefening van die rechten (en een controle op een correcte gang van zaken) nu toch wel totaal onmogelijk geworden.

Wat te denken van een bestuur dat, zowel in haar communicatie als in haar effectief beleid, het standpunt inneemt dat de beursgenoteerde naamloze vennootschap NBB gewoonweg “geen eigen en ook geen vreemd vermogen zou hebben”? WAT kan dan wel dat statutair bepaald, rechtmatig aandeel van de aandeelhouder in het maatschappelijk vermogen van de vennootschap zijn? Wanneer zelfs 15,5 miljard euro niet gerealiseerde meerwaarden op een eigen goud- en deviezenvoorraad (volgens het bestuur van de NBB) NIET tot het vermogen van de vennootschap moeten worden gerekend, maar WEL tot het vermogen van de gemeenschap zouden behoren?

Wanneer een bestuur een dergelijk onderscheid niet meer kan maken, dan moet het ook niet verwonderen dat het logisch wordt bevonden om alle financiële risico’s en verliezen, resultaat van alle opdrachten en taken (en van de in dat verband verworven activa) ten laste te nemen van “het niet eigen maar ook niet vreemd vermogen” van de vennootschap, en dat alle opbrengsten en winsten als resultaat van diezelfde opdrachten NIET als de vergoeding voor het kapitaal worden beschouwd maar WEL als “een eerlijke vergoeding voor het verkregen emissierecht”. En alle winsten zonder onderscheid als ‘de seigneuriage’ worden beschouwd en uitsluitend de gemeenschap (de Belgische Soevereine Staat) zouden toekomen …? Een gemeenschap die geen vermogen verschaft en geen enkel financieel risico loopt zou wel de gerechtigde van alle gerealiseerde meerwaarden en winsten zijn ..?

Het onderscheid tussen “eigen en vreemd vermogen” en tussen ‘de seigneuriage’ en de vergoeding voor het kapitaal is nochtans redelijk fundamenteel. In de eerste plaats gezien de statutair bepaalde vermogensrechten van de (private) aandeelhouders, maar vooral ook nu, omdat het aangeklaagde beleid resulteert in een situatie waarbij het vermogen van de beursgenoteerde vennootschap NBB jarenlang werd afgeleid naar de Schatkist van de meerderheidsaandeelhouder. En die vennootschap en haar aandeelhouders voor minstens 8 boekjaren zullen worden geconfronteerd met een negatieve kapitaalpositie van zo’n 4 miljard euro !!

Zonder bijkomende “misrekeningen” of volgende financiële schokken. De Europese Centrale Bank verbiedt een dergelijk lange periode met een dergelijk belangrijk negatief eigen vermogen, dit omdat zowel de financiële onafhankelijkheid van de NBB als het vertrouwen in het Eurosysteem niet langer gewaarborgd kan zijn. En, gezien binnen een volledig geïntegreerd Eurosysteem het uitsluitend bij de NBB is dat de herwaarderingsmeerwaarden op de goud- en deviezenvoorraden NIET tot het vermogen van de vennootschap kunnen worden gerekend, moeten de bestaande aandeelhouders zowel als de markt er rekening mee houden dat de ECB een herkapitalisatie extern zal opleggen.

Opnieuw legt het bestuur een wettelijke informatieverplichting naast zich: na twee opeenvolgende boekjaren met miljardenverliezen werd het jaarverslag over boekjaar 2023 opgesteld volgens de continuïteitsveronderstelling, doch zonder enige toelichting noch verantwoording voor het gewijzigde kapitaalbeleid te geven. Een toelichting naar het voorbeeld van “het eindrapport kapitaalbeleid van DNB“, waarin alle informatie en inzichten worden gegeven o.a. omtrent 1) de veronderstelde herneming van de winstgevendheid (en de bestemming van die winsten), 2) de kansen dat de ECB extern een herkapitalisatie van de vennootschap oplegt (en vooral ook de modaliteiten en procedure van een dergelijke herkapitalisatie, enkel door de bestaande aandeelhouders en/of gedeeltelijk ook via de bestaande beursnotering?), 3) een doorgerekend rapport wat de (financiële) gevolgen zijn van elke beleidsoptie, voor alle betrokken partijen (de vennootschap zelf, de – private – en publieke aandeelhouders, de Belgische Soevereine Staat), 4) enz.. . Complete becijferde informatie, als antwoord op vragen of een onmiddellijke herkapitalisatie (via een beroep op de beursnotering) bepaalde nadelige financiële gevolgen kan vermijden voor de bestaande private aandeelhouders en de vennootschap …?

Zonder enige transparantie, zonder enige voorafgaande verantwoording en dus ook zonder enig mogelijk verzet (vanwege private aandeelhouders en/of parlement), hebben de Directie- en de Regentenraad het kapitaalbeleid gewijzigd. De dramatische (financiële) gevolgen van de beleidskeuze voor de private minderheidsaandeelhouders liggen vast, met een extra (vermijdbaar) financieel verlies van zo’n 900 miljoen euro erbovenop! Een vermijdbaar verlies, te delen met elke burger van dit land. Het parlement blijft wegkijken, net zoals de externe toezichthouder en de FSMA (als strenge beurswaakhond).

De toezichthouder FSMA treedt consequent en hard op tegen elke genoteerde vennootschap die te laat een jaarverslag ter beschikking stelt. ” Die aandeelhouders kunnen zich geen correct beeld vormen van de vermogenstoestand van hun vennootschap! Name and shame !!
De bij de FSMA aangeklaagde feiten omtrent de (financiële) communicatie van de NBB, in niets vergelijkbaar met de tekortkomingen bij andere genoteerde vennootschappen, vergen geen maanden van onderzoek. Reeds in december 2023 heeft een werkgroep van DNB een studie afgerond, en een modelrapport publiek gemaakt. Een perfect voorbeeld volgen, het kan niet zo moeilijk zijn voor een instelling die elke dag zware studies afrondt en kwaliteitsvolle rapporten publiceert …? Minderheidsaandeelhouders en financiële markten hebben NIETS aan een dergelijke houding van de toezichthouder, welke argumenten kan de FSMA inroepen om dit blijvend wegkijken van een misdaad te rechtvaardigen?

Bij de toezichthouder FSMA werd op 21 februari 2024 een klacht omtrent marktmisbruik ingediend: na de publicatie van de jaarverslagen van zowel de Europese Centrale Bank, van De Nederlandsche Bank als van de Deutsche Bundesbank kan het niet langer worden betwist dat het bestuur van de Nationale Bank van België haar aandeelhouders, de financiële markten en elke andere stakeholder reeds jaren op bedrieglijke en misleidende wijze informeert (minstens) omtrent het eigen vermogen van de vennootschap (en de uiteindelijke rechten over dat vermogen).

Na de publicatie van het jaarverslag van de NBB over het boekjaar 2023, na het uitsturen van een perscommuniqué omtrent een gewijzigd kapitaalbeleid (27 maart 2024) en na het versturen van het programma van de algemene vergadering van 21 mei 2024 werd de FSMA gevraagd om de algemene vergadering uit te stellen. Drie maanden na het indienen van de klacht werd geen gevolg gegeven aan deze vraag. De algemene vergadering heeft “zijn gewone verloop gekend”, er zijn belangrijke bijkomende tekortkomingen in de wettelijke informatieverplichtingen van de (beursgenoteerde) vennootschap vastgesteld. Dit naast een vermijdbaar bijkomend financieel verlies van zo’n 900 miljoen euro, slechts één van de dramatische financiële gevolgen van het op ‘sui generis wijze’ gewijzigde kapitaalbeleid !?! Op 23 juli 2024 werd onze oorspronkelijke klacht uitgebreid.

Wanneer in een land alle machten falen, dan is er … alvast in België ook geen vierde macht meer !?!

We vermelden hier enkel de gespecialiseerde media van ons land, ook omdat zij nevenstaand antwoord met hun duidelijk standpunt hebben gegeven. Passende en kritische aandacht geven aan de klacht, en aan de achterliggende feiten die er de aanleiding toe zijn, moeten precies vermijden dat het bedrog, de fraude en andere aangeklaagde feiten onmiddellijk worden gestopt en NIET in een volgende fase kunnen terecht komen!

Wat had men in de media dan graag gehad als “nieuwe fase” ? Een volgend ARCO-drama ? Nog eens een finale leegroof à la Nyrstar ? Heeft men liever dramatische toestanden, waarbij men met vette titels de totale verliezen van duizenden kleine beleggers kan gebruiken om dan de duidelijke misdaden van een bestuur en tekortkomingen van toezichthouders aan te klagen?

Is voorkomen niet altijd beter dan genezen ? Is het maanden uitblijven van enige passende tussenkomst vanwege een verondersteld onafhankelijk toezichthouder niet precies een belangrijke reden om zich onmiddellijk kritisch op te stellen?

Samen met de collega’s heb ik beslist er, met alle respect, voorlopig geen tekst aan te wijden. We wachten liever af tot de FSMA een beslissing neemt, het dossier een nieuwe fase ingaat of tot er een nieuwe procedure komt.

De Tijd (op 20 maart 2024)