
Mijn schriftelijke vragen aan de directie van de NBB, gesteld op de Algemene Vergadering van 17 mei 2016:
Het Artikel 30 van de Organieke Wet van de NBB bepaalt dat meerwaarden, gerealiseerd als gevolg van arbitrages van goud tegen andere externe reservebestanddelen, dienen geboekt te worden in de onbeschikbare reserverekening.
- Vraag 4.7 )
Wanneer de NBB goud verkoopt tegen euro’s, dus wanneer van een arbitrage geen enkele sprake is: welke behandeling zal de NBB in dat geval geven aan de gerealiseerde meerwaarden? - Vraag 4.8 )
Worden deze meerwaarden, vergelijkbaar met de bepaling van het Artikel 55 van de Statuten, rechtstreeks overgemaakt aan de Belgische Staat?
Om elk misverstand te vermijden:
De Nationale Bank van België is de monetaire autoriteit van België, in de hoedanigheid van principaal. Volgens de voorwaarden van het IMF:
de NBB moet de volstrekte en onbetwistbare eigenaar zijn van de officiële externe reserves van België (waarvan de goudvoorraad slechts één component is)
Daarnaast moeten alle inkomsten en kosten, meerwaarden of minwaarden verbonden aan deze activa, rechtstreeks voor rekening komen van de centrale bank zelf om, volgens de bepalingen van de Richtsnoeren van de ECB, deze activa zelfs maar te MOGEN opnemen haar balans.
Sedert haar oprichting boekt de Nationale Bank van België nv haar goudvoorraad wel degelijk ALS EEN EIGEN ACTIEF OP HAAR BALANS.
Eigenlijk is alles hiermee reeds gezegd. Toch?
Alle verdere info hieromtrent wordt uitgebreid besproken en toegelicht op de andere pagina’s.

In navolging van haar Organieke Wet:
De Nationale Bank van België boekt:

- haar goudvoorraad op het actief van haar balans (gewaardeerd tegen de marktwaarde)
- de ongerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad in de passiefpost “Herwaarderingsmeerwaarden” van haar balans (het verschil tussen de marktwaarde en de historische aankoopprijs)
Op het moment van effectieve realisatie worden de meerwaarden op de goudvoorraad geboekt ofwel:
- 1) in een onbeschikbare reserverekening
(welke de NBB tot uiting brengt onder haar “Overige Passiva” (rubriek 10.3), op het passief van haar balans)
Deze boeking zal gebeuren wanneer de verkopen van goud kaderen in “een arbitragetransactie” naar andere componenten van de officiële externe reserves, vb. naar de deviezenvoorraad (bepalingen welke werden vastgelegd in het Artikel 30 van de Organieke Wet)
- 2) als inkomsten rechtstreeks verschuldigd aan de Belgische Staat
(geboekt via de resultatenrekening dus)
Deze rechtstreekse afstand van de gerealiseerde meerwaarden aan de Belgische Staat worden bepaald in het Artikel 55 van de Statuten, waarbij de NBB de meerwaarden moet afstaan welke het gevolg zijn verkopen van goud aan de Koninklijke Munt (in het kader van het slaan van herdenkingsmunten).

Vandaar de eigenlijk logische vraag aan de Directie van de NBB:
” Op welke manier zal de NBB een verkoop van een deel van haar goudvoorraad boekhoudkundig verwerken
- wanneer deze verkoop NIET kadert binnen dit Artikel 55,
- en zonder dat er een arbitrage gebeurt (naar laat ons zeggen de deviezenvoorraad) ? “
Het gaat immers om een eigen actief, waarvan de meerwaarden de NBB zelf moeten toekomen?
Wat zijn dus de boekingen als de NBB dit actief gewoon verkoopt, tegen euro’s?
Net zoals wanneer zij een ander eigen actief (vb. een gebouw) zou verkopen.

Het antwoord op deze schriftelijk ingediende vraag, geformuleerd door Tom Dechaene, Directeur

- ” Bij dergelijke transacties is het Artikel 30 NIET van toepassing, en zullen de gerealiseerde meerwaarden worden opgenomen in het lopende resultaat. “
- ” Die meerwaarden worden dus NIET geboekt in de onbeschikbare reserverekening.“

Op het vervolg van mijn bijkomende vraag:
” Worden de meerwaarden dan rechtstreeks overgemaakt aan de Belgische Staat, in navolging van de bepalingen van het Artikel 55 ? “

” Negatief ! Zoals daarnet gesteld: de dan gerealiseerde meerwaarden zullen worden opgenomen in het lopende resultaat! “
N.v.d.r.: “NIET” en “NEGATIEF” werden in hoofdletters geplaatst omdat de woorden ook met nadruk werden uitgesproken.
De duidelijke vertaling van deze belangrijke antwoorden:
De vrijheid van beschikking over de eigen activa van de vennootschap, net zoals over de gerealiseerde meerwaarden op deze eigen activa, werd beslist door de tussenkomst van de Wetgever.
Deze meerwaarden horen de Nationale Bank van België nv zelf toe te komen. Wanneer de NBB goud (een eigen actief) verkoopt en hierbij meerwaarden (eigen vermogen) realiseert, dan bepalen de tussenkomsten vanwege de Wetgever:

dat de NBB vrij over dat eigen vermogen kan beschikken
wanneer zij haar activapost goud verkoopt tegen euro’s (in alle andere gevallen dan de volgende punten 2) en 3) dus);

dat de NBB dit eigen vermogen verplicht moet reserveren
wanneer zij goud arbitreert tegen andere officiële externe reservecomponenten, wanneer Artikel 30 van de Organieke Wet van toepassing is;

dat de NBB dit eigen vermogen verplicht moet afstaan aan de Belgische Staat
wanneer zij goud verkoopt aan de Koninklijke Munt, Artikel 55 van de Statuten.
De meerwaarden op de goudvoorraad, gerealiseerd of niet, verplicht gereserveerd of niet, behoren aldus ALTIJD tot het eigen vermogen van de naamloze vennootschap Nationale Bank van België !!
Per 31/12/2015 bedragen deze meerwaarden op de goudvoorraad 7,44 miljard euro (ofwel 18.602,54 euro per aandeel NBB). En bij afwezigheid van enige geldende wettelijke bepaling die dit anders zou kunnen regelen:
de uiteindelijke eigendomsrechten over dit volledige eigen vermogen van de vennootschap, dus zeker ook over de goudmeerwaarden, liggen bij de eigenaars van de vennootschap: de aandeelhouders van de NBB !
Directeur Dechaene bevestigt dus een derde mogelijke verwerking van meerwaarden op de goudvoorraad van de NBB: eveneens via de resultatenrekening, doch:

waarbij deze meerwaarde effectief in het globale jaarresultaat van de vennootschap wordt opgenomen
en door de Regentenraad zal worden bestemd in de gewone winstverdeling.
Deze boeking zal gebeuren wanneer de bank haar eigen actief verkoopt, en de Wetgever de normale verwerking van een resultaat NIET verhindert. Waarbij met hetzelfde antwoord ook volgend besluit moet worden gemaakt:
Elke overdracht van goudmeerwaarden aan de “Soevereine Belgische Staat”,
weze het onder toepassing van het Artikel 55 van de Statuten weze het via “lex specialis” om de saldi van de onbeschikbare reserverekening over te hevelen naar de staatskas,
zijn niets anders dan zuivere onteigeningen van eigen vermogen van de vennootschap !!En uiteindelijk dus ook van haar eigenaars !!

Dit antwoord is echter tegelijkertijd een nieuwe en belangrijke bevestiging dat het bestuur van de NBB zich totaal verliest in haar eigen web van leugens !!
Logisch toch? Wie kan deze onmogelijke spreidstand blijven volhouden? (Zie verder ook de pagina ” Alles duidelijk ! – Absoluut “)
Dit antwoord van de Directie van de NBB laat geen verdere twijfels toe.
Het is een heel duidelijke bevestiging dat de goudvoorraad een volwaardig eigen actief van de NBB is, in de betekenis van het burgerlijk wetboek.
En alle meerwaarden voor haar eigen rekening zijn.
Hierdoor kunnen we samenvatten:

De ongerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad, goed voor 7,44 miljard euro (per 31/12/2015), worden op die manier terecht in de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” als EIGEN VERMOGEN van de Nationale Bank van België opgenomen,

Bij een verkoop van dit eigen actief, zonder belemmeringen vanwege de Wetgever, BLIJVEN die gerealiseerde meerwaarden ook EIGEN VERMOGEN van de vennootschap.
Er kan dan geen enkel geldend wettelijk argument worden ingeroepen waardoor het Artikel 4 van de Statuten niet van toepassing zou zijn !!

Ook bij een verkoop passend in een arbitrage (het Artikel 30 is van toepassing) BLIJVEN deze meerwaarden eveneens EIGEN VERMOGEN van de vennootschap:

omdat de NBB dit, in het kader van een lopende gerechtelijke procedure, ook uitdrukkelijk op die manier heeft bevestigd (zie elders),
omdat de NBB nadrukkelijk stelt dat “de Onbeschikbare Reserverekening” GEEN onderdeel uitmaakt van haar vreemd vermogen, GEEN schulden zijn,

in het Artikel 30 de bepaling werd geschrapt dat het saldo van deze balanspost, op moment van vereffening van de NBB, aan de Belgische Staat diende overgemaakt (en dat de schrapping van deze clausule absoluut een gegronde reden moet hebben gehad),
omdat voorgaande verklaring vanwege directeur Dechaene van de NBB (op de Algemene Vergadering) ook inhoudt dat de resultaten op een verkoop van een zelfde eigen actief onmogelijk de ene keer wel en de andere keer niet aan die vennootschap zelf kunnen toekomen.

Dat dit eigendomsrecht afhankelijk zou kunnen worden gesteld van het karakter van het actief waarin de vennootschap herbelegt?
Immers, ook het nieuw verkregen actief werd verkregen met eigen vermogen, en zal op zijn beurt eveneens een eigen actief van de vennootschap uitmaken,
omdat een simpele vergelijking met andere nationale centrale banken, waarnaar de NBB zelf verwijst dat deze op identieke manier hun goudvoorraad boekhoudkundig verwerken, aantoont dat ook in die landen gerealiseerde goudmeerwaarden ten allen tijde EIGEN VERMOGEN blijven,
Omdat de oorspronkelijke bedoeling van het invoeren van een Artikel 20bis (nu het Artikel 30) was:
de meerwaarden op goud bij hun effectieve realisatie verplicht laten reserveren.
Waardoor het eigen vermogen van de centrale bank intact zou blijven!

Het belangrijkste blijvende verwijt op dit punt:
- de NBB brengt dit gerealiseerde eigen vermogen verkeerdelijk en op een misleidende manier tot uiting op haar balans (de reden: zie hierna),
- de verdere opbrengsten van eigen vermogen horen altijd de vennootschap zelf toe te komen! En mogen nooit zo maar worden weggeschonken aan de Belgische Staat!
Het bestuur van de NBB moet er bij de Wetgever op aandringen dat deze wet wordt aangepast.
Blijven enkel de goudverkopen aan de Koninklijke Munt, in het kader van het slaan van herdenkingsmunten .
De NBB dient hierbij de bepalingen van het Artikel 55 van haar Statuten te volgen. Als gevolg van de bepalingen opgenomen in deze wet:

kan het bestuur van de NBB de eigendomsrechten over het afgescheiden eigen vermogen van de vennootschap niet doen respecteren,
zoals dit in Duitsland voor de Bundesbank wel het geval is, eveneens voor transacties in het kader van herdenkingsmunten

wat in de feiten wil zeggen dat de NBB, bij elke verkoop van goud, verplicht wordt een deel van haar eigen vermogen aan de Belgische Staat zo maar weg te schenken,
een wettelijke bepaling dus perfect vergelijkbaar met de jaarlijkse overdracht van 24,4 miljoen euro “conversieschuld”.
Feit welke de NBB wel erkent dat dit een foute maatregel betreft, en zegt dat ze deze opgeheven wil zien.
De NBB stelt in haar jaarverslag hiertoe nog 9 ton (!!) goud ter beschikking te hebben.
Minimaal 282 miljoen euro (tegen de marktprijs op balansdatum 31/12/2015) herwaarderingsmeerwaarden worden dus absoluut foutief getoond, want bij effectieve realisatie zullen deze nooit eigen vermogen blijven !!
Het bestuur van de NBB moet er bij de Wetgever op aandringen dat deze Wet wordt gewijzigd, waardoor haar vermogensrechten worden gerespecteerd.
In afwachting hiervan dient zij de gevolgen van deze wettelijke bepaling transparant en correct in beeld te brengen op haar balans.

Een eigen mening:
Wie alles doet zoals het werkelijk hoort, heeft nooit enig probleem met totale transparantie !!
Elders geef ik een overzicht dat er zich bij de NBB consequent, op elk van de volgende punten, belangrijke problemen stellen:
Een waarheidsgetrouwe en consequente (financiële) communicatie zijn de inzet van mijn rechtszaak.
Wanneer geeft deze beursgenoteerde toezichthouder passend gevolg ?