ZWARE FOUTEN, EN …

Fout 1 : ” Seigneuriagewinst ” verschilt grondig van de totale jaarwinsten van een centrale bank …

Wat “seigneuriagewinsten” kunnen inhouden werd elders op deze pagina duidelijk toegelicht.

Dat het bestuur van de NBB probeert om ook omtrent dit begrip absolute verwarring te zaaien is verwerpelijk, maar gezien het doel welke ze wil bereiken enigzins te begrijpen.

Op de algemene vergadering van 22 mei 2018 meent directeur Tom Dechaene zijn kwaliteiten van centraal bankier te bewijzen door te stellen dat “ de seigneuriage-inkomsten veel meer omvatten dan de opbrengst van de uitgifte van bankbiljetten. “

De ” inkomsten van een centrale bank ” natuurlijk wel, maar ” de seigneuriage-inkomsten ” op zich ?
Ik laat het tegendeel bewijzen door anderen.

Bron:  Seigneuriage et bénefice  de la banque centrale”
door  Ernst Baltensperger (professor economie  politiek aan de universiteit van Bern) en  Thomas J.Jordan (wetenschap-pelijk adviseur , directie economische studies SNB —  de zwitserse centrale bank).     BNS 42 dd. 04/1998

Enkele standpunten en toelichtingen uit dit werk:

@ Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen ” de winsten van een centrale bank ” en ” de seigneuriagewinst ” zelf;
@ De winsten van een centrale bank worden dikwijls gelijkgesteld met de seigneuriagewinst. Dit is slechts zo in bepaalde specifieke gevallen; 

@ Een centrale bank kan de totaliteit van het centrale bankgeld aanwenden voor de investering in staatsobligaties van het eigen land, om zo elk wissel-, krediet– en renterisico uit te schakelen. Waardoor de opbrengst verbonden aan het uitgiftemonopolie duidelijk en gerechtvaardigd is

@ De winsten van een centrale bank stemmen slechts in uitzonderlijke gevallen overeen met de seigneuriage (de opbrengsten bekomen uit het uitgiftemonopolie).  Oorzaken van de verschillen:

1. De omvang van de balans van de centrale bank: nagenoeg altijd is het balanstotaal groter dan het uitgegeven centrale bankgeld.  Omdat de centrale bank werkt met eigen vermogen ter beschikking gesteld of gelaten door de eigenaars van de bank;

2. De aard van de activa welke een centrale bank in portefeuille neemt.
Om de seigneuriage-winst  te berekenen vertrekt men van het principe dat de centrale bank enkel belegt in totaal risicoloze activa (zoals obligaties van de eigen Staat). 
In werkelijkheid houden centrale banken een gemengde portefeuille aan met naast (staats)obligaties ook vreemde deviezen, goud, andere.
Beleggingen zoals in goud en deviezen zijn niet gevrijwaard van risico’s en verliezen. Deze verschillen in rendementen en risico’s verklaren het verschil tussen de winst van een centrale bank en de seigneuriage.

@ De seigneuriage houdt strictu sensu geen opbrengst in, noch voor De Staat noch voor de centrale bank.
Het gaat hem hier uitsluitend over “een pseudo-winst”.

Bron:  CEPS  –  Negative rates and Seigniorage
(Daniel Gros, CEPS policy brief no. 344, july 2016)

“ De seigneuriage (of monetair inkomen te verdelen tussen de NCB’s) is ongeveer gelijk aan de bankbiljettenomloop vermenigvuldigd met de binnen het eurogebied geldende rentevoet voor het verstrekken van kredieten (n.v.d.r. de basisherfinancieringsrentevoet).
Deze rentevoet was in maart 2016 gelijk aan nul percent, wat moet leiden tot nul seigneuriage-inkomsten. “

@ “ Gezien de banken verwacht worden het meeste van hun krediet van de ECB te verplaatsen naar de TLTRO-faciliteit, en gezien de depositorentevoet momenteel op minus 0,40 % staat, zou de theoretische seigneuriagewinst wel eens negatief kunnen worden dit jaar (2016 dus). “
@ “ De theoretische seigneuriageopbrengsten zouden dus verdwijnen, en zelfs verder negatief worden wegens de negatieve rentevoeten. “

“ De negatieve rentevoeten hebben het traditionele businessmodel van de centrale banken vernietigd, waardoor zij overgeschakeld zijn naar een andere activiteit:
die van looptijdtransformatie, activiteit gewoonlijk gedaan door de investeringsbanken. “

“ Men moet de balans van een centrale bank dus opsplitsen in twee conceptueel totaal verschillende delen:  ” het uitgiftedepartement ” en ” de investeringsbank “:

1)  het UITGIFTEDEPARTEMENT: de opbrengsten komen overeen met de theoretische seigneuriage;

2) De INVESTERINGSBANK: de winsten zijn het resultaat van het verschil wat de centrale bank betaalt voor haar schulden (korte termijndeposito’s van commerciële banken) en wat zij verdient op de effecten waarin zij investeert.
De winsten van dit departement zijn niet zeker: wanneer de korte termijnrentevoeten gaan stijgen kunnen verliezen heel snel opduiken. “

“ De opbrengsten van het uitgiftedepartement corresponderen grotendeels met wat het eurosysteem “het monetaire inkomen” noemt, welke verdeeld wordt over de NCB’s “

@ “ Het investeringsbankdepartement is nu de werkelijke winstbron in de eurozone. “

@ “ De balans van de ECB is voortdurend aan het aanzwellen. De winsten van het investeringsbankdepartement zouden dus opnieuw verder moeten toenemen.   ….  Ervaringen leren dat investeringsbankieren een inherent onstabiele activiteit is. “

NCB’s hebben altijd meer werkmiddelen op korte termijn ingezet dan de “gratis” omloop van hun bankbiljetten, en deze belegd in diverse (niet altijd rentegevende) activa. Nu zijn zij echter geëvolueerd naar werkelijke investeringsbanken, met enorm opgelopen balansen. De activa belopen veelvouden van hun bankbiljettenomloop, die activa op steeds langere termijn zijn tegen steeds lagere rentevoorwaarden in de diverse portefeuilles gekomen (en zullen dus nog voor jaren laag liggen), de rentevoeten van de passiva op korte termijn daarentegen  ….

De zelf in omloop gebrachte bankbiljetten en de toebedeelde omloop binnen het ESCB.
En de overige vermogensbronnen van de centrale bank.

Deze grafiek geeft eveneens aan wat de evolutie en belang van de bankbiljettenomloop is, binnen het totaal van de ingezette werkmiddelen van de NBB.

Het is duidelijk dat de evolutie van de “gratis werkmiddelen” welke de bankbiljettenomloop is voor een centrale bank jaarlijks verder afneemt, en over 2018 nog slechts een goeie 20 % bedraagt. Toch meent het bestuur van de NBB te moeten stellen dat “het emissierecht het leeuwedeel van de inkomsten van de NBB” oplevert.

Alhoewel, de attente en kritische lezer kan het bestuur op onsamenhangende verklaringen betrappen. En men moet soms niet al te ver zoeken. Men begint toelichtingen te geven, om aansluitend onder dezelfde passage 2.1.2.1.2 , zich zelf tegen te spreken: “

Wat de inkomsten van de Bank betreft, zijn die welke voortvloeien uit de emissie van bankbiljetten veruit de belangrijkste.
Voor de centrale banken zijn bankbiljetten passiva waarover geen rente wordt vergoed. Als tegenpost houden ze rentegevende of productieve activa aan. De inkomsten uit die activa worden ‘seigneuriage-inkomsten’ genoemd. Zij worden samengevoegd op het niveau van het Eurosysteem en herverdeeld tussen de centrale banken van het Eurosysteem op basis van hun respectieve aandeel in de emissie van de eurobiljetten. ”
Waarna:

Inderdaad, “een groter wordend gedeelte van de actiefzijde van de balans” van de Bank heeft geen gratis bankbiljetten meer als tegenpost. Het relatieve voordeel van “gratis” werkmiddelen verkleint dus voortdurend, en wordt dan nog eens aangetast omdat men, in omstandigheden van negatieve rente:

@ deze “gratis” werkmiddelen zou kunnen inruilen voor het aantrekken van meer deposito’s.
Immers: over 2018 leverde een bedrag van 107,0 miljard euro passiva een bedrag van 412,7 miljoen euro rente op!

@ deze “gratis” werkmiddelen heeft moeten beleggen in activa die negatieve rente hebben gekost ! (in 2018 leverden 23,93 miljard euro activa een negatieve rente op van 90,5 miljoen euro!).

Toelichting 24. Nettorentebaten
Door de huidige negatieve rentetarieven genereren bepaalde activa (langerlopende herfinancieringstransacties, overige vorderingen op kredietinstellingen van het eurogebied, luidende in euro) rentelasten en leveren bepaalde passiva (rekeningen-courant, depositofaciliteit) rentebaten op.
Bron:  Jaarverslag NBB 2017  (pag. 81)

Wanneer de NBB (over 2018) zelf voor 33,39 miljard euro bankbiljetten uitgeeft, waarvan 23,93 miljard euro overeenstemmende activa een bedrag van 90,5 miljoen euro negatieve rente KOST, en de overige 6,48 miljard euro toebedeelde bankbiljetten leveren GEEN ENKELE euro rente op:

Wat is dan voor de Nationale Bank van België de werkelijke waarde van het emissierecht?

Een bedrag van 317,39 miljoen euro welke de onafhankelijke Regentenraad aan de Soevereine Staat heeft toebedeeld ??

Om aan te geven dat ook de Nationale Bank van België niet langer “een emissiebank” is, doch wel “een investeringsbank” is geworden:

Het moet zonder meer duidelijk zijn dat de enorme toename van de effectenportefeuilles alles behalve gefinancierd worden met gratis werkmiddelen die bankbiljetten zijn?

Per eind 2018 staan er 1) 122 miljard euro effecten op de balans van de NBB die nog vele jaren nagenoeg geen rente meer zullen opleveren (globaal minder dan 1%), 2) loopt de Bank risico op 22 miljard euro officiële externe reserve-activa, 3) heeft zij 132 miljard euro werkmiddelen welke vergoed worden tegen de korte termijnrentevoeten (en waarvan een deel over 2018 zelfs een bedrag van 412,7 miljoen euro opbrengst gaven), 4) draagt zij mee de risico’s welke op de balans van de ECB staan, 5) …..

Een terugkeer naar een “nulrente” zou het resultaat van 2018 reeds met minstens een 323 miljoen euro lager doen uitkomen. Wanneer de rentevoeten gaan stijgen …..
Het zou niet meer dan gepast zijn om, in het belang van de vennootschap, en vooral in het belang van haar particuliere aandeelhouders, de jaarlijkse miljoenencadeaus aan de Soevereine Staat te stoppen !?!



Fout 2 : en … wanneer er GEEN seigneuriagewinsten zijn ??

De ENIGE WERKELIJKE bedoeling van de Wetgever met de invoering van het Artikel 32 was
” de Staat, als vertegenwoordiger van de collectiviteit van burgers, de correcte vergoeding te laten ontvangen voor de seigneuriagewinsten van haar centrale bank ”.

En dus:
GEEN seigneuriagewinsten …
ook GEEN winstafdrachten aan De Staat ?!

2.1.2.1.2 Rentevoetrisico’s en risico’s verbonden aan het volume van de rentegevende activa:
(…) Voor de centrale banken zijn bankbiljetten passiva waarvoor geen rente wordt vergoed. Als tegenpost houden ze rentegevende of productieve activa aan. De inkomsten uit die activa worden ‘seigneuriage-inkomsten’ genoemd.
Zij worden samengevoegd op het niveau van het Eurosysteem en herverdeeld tussen de centrale banken van het Eurosysteem op basis van hun respectieve aandeel in de emissie van de eurobiljetten.
Bron: Jaarverslag NBB 2018 pag. 60-61

Inderdaad:
– Het Eurosysteem geeft de bankbiljetten in euro uit. Van de totale bankbiljettenomloop wordt verondersteld 8% te zijn uitgegeven door de ECB (die zelf geen bankbiljetten uitgeeft);
– Voor elke NCB wordt berekend wat haar rechtmatig aandeel is in die totale omloop.
Dit bedrag herneemt die NCB op het passief van haar balans (1. Bankbiljetten in omloop)
– Is het zelf uitgegeven bedrag kleiner dan de toegewezen omloop, dan wordt het verschil op het actief van de balans geboekt als een vordering op het ESCB (8.3 Nettovorderingen uit hoofde van de toebedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem)
– Is het zelf uitgegeven bedrag groter dan de toegewezen omloop, dan wordt het verschil op het passief van de balans geboekt als een schuld aan het ESCB (9.2 Nettoverplichtingen uit hoofde van de toebedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem)

Over deze (als vordering of als verplichting) geboekte bedragen wordt een rente vergoed, berekend tegen de “basisherfinancieringsrentevoet”.
– Deze binnen het ESCB vergoede en herverdeelde rente wordt door elke NCB geboekt in haar resultatenrekening:
als een rentebaat (in geval een saldo geboekt onder rubriek 8.3 Nettovordering) of als een rentelast (in geval van een saldo geboekt onder rubriek 9.2 Nettoverplichting).

Nvdr: De werkwijze is logisch: wanneer een NCB een hoger bedrag als bankbiljettenomloop (als eigen schulden) op het passief van haar balans moet opnemen dan zij in werkelijkheid zelf heeft uitgegeven, moeten daar voor dit verschil ook activa tegenover staan.
Dit verschil aan (renderende) activa staat immers op de balansen van de andere NCB’s, en wordt dus vervangen door een overeenstemmend bedrag in 8.3 Nettovordering.
De seigneuriage over deze verschillen worden over het hele ESCB onderling vereffend tegen een rentevoet, in het verdrag bepaald: de basisherfinancieringsrentevoet.

De ECB benoemt deze vergoede rente als haar seigneuriagewinsten.

Zij boekt deze seigneuriagewinsten onder de rubriek “Rentebaten uit de toebedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem”.
Deze winsten evolueerden van een  2,2 miljard euro in 2008 naar nul euro over 2018. De ECB brengt de evolutie van deze post van haar resultatenrekening  grafisch in beeld.

In haar eigen jaarverslag (onder de rubriek 7. Langetermijn-ontwikkelingen in de jaarrekening van de ECB ):
“ … De nettowinst van de ECB werd in dezelfde periode beïnvloed door onderstaande factoren:

de rente op de basisher-financieringstransacties daalde, en daardoor liepen de SEIGNEURIAGE-
inkomsten van de ECB sterk terug.

De dalende evolutie van de donkerblauwe blokjes is overduidelijk. Het belang van de “seigneuriage-inkomsten” van de ECB daalt voortdurend, naar 0,00 euro in 2017.

” In 2016 bedroeg de gemiddelde rente 0,01 %, vergeleken met 4 % in 2008. Daardoor daalden de rentebaten uit de bankbiljetten in omloop van 2,2 miljard in 2008 naar 0,01 miljard in 2016. “
Bron: Jaarverslag van de ECB 2016, pagina A 19

“ Deze rentebaten waren nihil in 2017, als gevolg van het feit dat de rentevoet op de basisherfinancieringstransacties gedurende het hele jaar 0 % bedroeg. “
Bron: Jaarverslag van de ECB 2017, pagina A 58:

De seigneuriage als belangrijke inkomstenbron van de ECB

Occasional paper series nr 111 (may 2010)

De ECB neemt deze “seigneuriagewinst” op in haar globale inkomsten (rentebaten, een rubriek in haar resultatenrekening), om deze vervolgens (als onderdeel van de eventuele winst) uit te keren … aan haar aandeelhouders (de nationale centrale banken), de eigenaars van de ECB !!
Zij keert deze INKOMSTEN (let wel: inkomsten zijn iets anders dan winst) dus niet uit aan de ene of de andere “soevereine staat “ of de “soevereine Europese commissie” !!
Kwestie van het respect van de eigendomsrechten?

De ECB geeft aan dat haar seigneuriagewinsten reeds jaren sterk teruglopen, om over 2017 en 2018 volledig onbestaand te zijn.

Gezien de NBB eveneens lid is van  het ESCB (en dezelfde Richtsnoeren moet volgen) verwacht men een zelfde evolutie van de seigneuriagewinsten bij de NBB.
En dat de Regentenraad dezelfde berekeningswijze en criteria hanteert zoals de ECB dit doet.
Een zelfde begrip seigneuriage kan bij centrale banken, horend tot hetzelfde Europees Stelsel van Centrale Banken, toch niets anders betekenen? Immers:

De totale bankbiljettenomloop van de NBB is de som van
1) de zelf in omloop gebrachte bankbiljetten en
2) de door het ESCB haar toebedeelde omloop biljetten.

Voor de haar toebedeelde omloop ontvangt de NBB immers de overeenstemmende seigneuriagewinst vanuit het ESCB, berekend op deze omloop en met toepassing van dezelfde rentevoet zoals deze geldt voor de ECB zelf en elke andere NCB !!

Hoe zou de NBB op het gedeelte van haar bankbiljettenomloop welke zij zelf in omloop brengt WEL een seigneuriagewinst realiseren, wanneer elke andere NCB van het europees stelsel stelt GEEN ENKELE winst te realiseren op hun eigen biljettenomloop?

Waarom zou de Regentenraad een ander criterium en/of methode moeten toepassen dan deze welke het hele ESCB toepast ?

Zou de Soevereine Staat het een werkelijk onafhankelijke Regentenraad kwalijk kunnen nemen wanneer zij, als EERLIJKE EN CORRECTE VERGOEDING voor het ontvangen emissierecht (gedeeld met het hele ESCB), hetzelfde criterium toepast als dat hele ESCB ?

En dus moet men van een totaal onafhankelijke Regentenraad verwachten dat zij haar “ correcte vergoeding “ aan de Soevereine Belgische Staat in overeenstemming brengt met de werkelijkheid.

De bankbiljettenomlopen van de Europese Centrale Bank en van de Nationale Bank van België

Men zou dus voor twee vergelijkbare nationale centrale banken niets anders verwachten dan een zelfde toepassing van het begrip “seigneuriagewinst”. Volgende werkelijke cijfers echter:

Voor een bankbiljettenomloop welke nooit meer dan de helft van die van de ECB bedraagt, blijft de Regentenraad gul seigneuriagevoordelen uitdelen aan de Belgische Soevereine Staat.

Had de Regentenraad WEL dezelfde methode en criteria gehanteerd als de ECB:

De seigneuriage had BEREKEND, over haar biljettenomloop en tegen de basisherfinancieringsrentevoet.

In plaats van de blauwe staafjes had de NBB dan slechts de groene staafjes aan de Staat afgestaan.

Misbruik van wetgevende macht, en misplaatst vertrouwen in “een onafhankelijke” Regentenraad.
De factuur van het bestuur van de NBB aan de vennootschap en haar eigenaars …

Toelichtingen:
· De eerste kolom herneemt de bedragen welke de Regentenraad sedert 2009 effectief “als saldo van de winst” heeft overgemaakt aan de Soevereine Staat,
· De tweede kolom herneemt de bedragen welke zij had overgemaakt  indien zij de methode en criteria van de ECB had toegepast (doch ook uitgekeerd vanuit de winst),
· In het jaarverslag vermeldt de NBB de rendementen welke de statutaire portefeuille werkelijk heeft gerealiseerd,
· In haar berekening van het tweede dividend houdt de Regentenraad rekening met de jaarlijkse gemiddelde belastingvoet. In de berekening van de gederfde aangroei van de statutaire portefeuille (de twee laatste kolommen) wordt rekening gehouden met deze aanslagvoet, waardoor inderdaad netto aangroei werd berekend.
· In deze berekeningen houden we ook rekening met het feit dat de werkelijk overgemaakte “seigneuriagewinst” vrijgesteld is van alle belasting. Wanneer deze bedragen niet waren uitgekeerd aan de Staat, had de vennootschapsbelasting van toepassing geweest. De werkelijke resultaten worden dus vermeld in de laatste rij “Netto”.

Gezien de Nationale Bank van België zelf instaat voor alle gelopen risico’s op verliezen op haar eigen activa, geen enkele staatswaarborg geniet,

is ELKE afstand van winst, eigen vermogen van de vennootschap, niets anders dan een onteigening!

De ECB berekent dan wel haar seigneuriage-inkomsten, zij keert ze echter wel uit aan de eigenaars van deze centrale bank!

Van 2009 tot en met 2018 bedraagt deze onteigening 9.899,82 euro per aandeel NBB !!


Bron: CEPS Policy Brief no 344 July 2016:
“Negative rates and seignoriage – Turning the central bank business model upside down? The special case of the ECB

” Vele centrale banken verdienen nu een negatieve rente op hun activa. In werkelijkheid zal de seigneuriage in het eurogebied negatief worden. ”

” De activiteit van centrale banken was simpel en winstgevend: zij gaven bankbiljetten uit en belegden die middelen in de gewenste activa. Hoe hoger de bankbiljettenomloop, hoe hoger hun winsten.
Bankbiljetten uitgeven wanneer rentevoeten negatief worden zal dan een verliesgevende handel worden. “  (pagina 2)

” De ECB’s basisherfinancieringsrente situeert zich reeds een hele tijd dicht bij nul (0,05% sedert 2014) doch werd tot exact 0% herleid in maart 2016.
Dit moet leiden tot nul seigneuriage-opbrengsten. “   (pagina 2)

” De theoretische seigneuriagewinsten zouden dus gaan verdwijnen, en zelfs negatief worden, naarmate de rentevoeten verder evolueren naar een negatieve rente. “  (pagina 3)

” Er bestaat geen enkele koppeling tussen het saldo van de winst die de NBB uitkeert aan De Staat, en de omvang van de omloop van de bankbiljetten. ”
En wanneer men dan ook het effect van rentevoeten negeert en de effectieve winstmogelijkheden van die activa buiten beschouwing laat ….

dan bekomt men niets anders dan totale willekeur in de enorme cadeau die men jaarlijks doet aan de Belgische Staat.

“ Het gaat er dus om, en slechts om, de Staat verlener, en aldus, de collectiviteit van burgers die hij vertegenwoordigt, de correcte vergoeding te verzekeren voor het zo aan de centrale bank verleende privilege, waarvan de uitoefening specifieke inkomsten genereert, seigneuriage genaamd. “

Bron: Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pagina 6

Wanneer de ingreep door de Wetgever werkelijk tot enige doel had de collectiviteit van burgers , de Soevereine Staat dus (en niet de Staat als aandeelhouder), een correcte vergoeding te garanderen  voor het verstrekte emissieprivilegie, en gezien het feit dat dit privilegie wettelijk bij het ESCB ligt (en dus door de NBB gedeeld wordt met alle andere NCB’s), bestaat er geen enkel argument om:

1) Een seigneuriagevergoeding uit te keren aan een soevereine Staat, wanneer geen enkele andere NCB noch de ECB zelf dit ook doet,

2) Een seigneuriagevergoeding uit te keren (zelfs al werd die berekend) tegen andere criteria dan de ECB dit zelf zou doen,

3) Om uiteindelijk zelfs maar een seigneuriagevergoeding uit te keren aan de Belgische Staat, wanneer de ECB en elke andere autoriteit  de stelling innemen dat er helemaal geen seigneuriagewinsten meer zijn voor centrale banken!



FOUT 3 : en … wanneer de Wetgever het heeft over “specifieke activa”, zonder enige omschrijving noch definitie voor “specifiek” ??!!

De Nationale Bank van België heeft, als Nationale Centrale Bank en lid van het ESCB meerdere opdrachten:

 @ Het (met het ESCB) gedeeld emissierecht van bankbiljetten in euro,
 @ Het beheren van de activa welke omschreven worden als “de officiële externe reserves van België” (waaronder een goud– en deviezenvoorraad, en andere),
@ Het bepalen en ten uitvoer leggen van het monetair beleid van het eurogebied,
@ Het verrichten van valutamarktoperaties,
@ Het bevorderen van een goede werking van het  betalingsverkeer,
@ Bijdragen tot de financiële stabiliteit en het financieel toezicht, diensten verleend aan De Staat en ondernemingen,  opmaken van studies en statistieken, ….

Al deze activiteiten genereren werkingskosten, hebben een impact op het resultaat (en dus op het vermogen) van de vennootschap, impliceren –  steeds groter wordende –  risico’s. Voor de  centrale bank zelf, en dus ook voor haar eigenaars!
Als resultaat van al haar activiteiten heeft de centrale bank, over haar hele bestaansgeschiedenis en na het betalen van alle verschuldigde belastingen en andere verplichtingen, een eigen vermogen uitgebouwd.

De uiteindelijke eigendomsrechten over dit eigen vermogen liggen, net als bij elke andere Nationale Centrale Bank, uitsluitend bij de eigenaars van de centrale bank.
Voor de NBB zijn deze eigendomsrechten verankerd in het Artikel 4 van de Statuten.

Bron: Wetsontwerp DOC 1793/001 Memorie van toelichting (pagina 8):

” De Regentenraad bepaalt eveneens het bedrag dat dient te worden toegevoegd aan de reserves.
De beleidsvrijheid van de Regentenraad inzake reserverings- en dividendbeleid moet het dit orgaan tevens mogelijk maken erover te waken dat de gerealiseerde meerwaarden op specifieke activa, te weten het vastgoed en de statutaire portefeuille, in dezelfde mate als onder de oude regeling, toekomen aan de aandeelhouders. “

” SPECIFIEKE ACTIVA ” ??

“… de gerealiseerde meerwaarden op specifieke activa” ???

Wat zijn dan wel “specifieke” activa? Welke activa zijn “specifiek”, en welke activa zijn dit niet? Zijn dit uitsluitend de statutaire portefeuille en het vastgoed?
Heeft de onafhankelijke Regentenraad, om aan de gestelde voorwaarden van transparantie en billijkheid te voldoen, een inventaris van die “specifieke activa” opgemaakt, en deze openbaar gemaakt ?
En waarom zou een Regentenraad “beleidsvrijheid” moeten krijgen om zelf te kunnen bepalen welke gerealiseerde meerwaarden op welke activa zij wel of niet toevoegt aan de reserves van de vennootschap?

Heeft deze naamloze vennootschap niet zoiets als Statuten?

Is het Artikel 4 niet overduidelijk?
” Elk aandeel NBB geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten. “

ALLE activa, tot uiting gebracht op de balans van de vennootschap, zijn eigen activa van de vennootschap.
Alle meerwaarden gerealiseerd op AL deze activa zijn toe te rekenen tot de winsten, en dus tot het eigen vermogen van de vennootschap.
De Wetgever geeft hier de indruk dat de eigenaars NIET over de uiteindelijke eigendomsrechten zouden beschikken over AL die activa, hun rechten beperkt zouden zijn tot de meerwaarden gerealiseerd uitsluitend op de gebouwen en “de statutaire portefeuille”, wat pertinent NIET overeenstemt met de waarheid.

Opnieuw werd hier de ruimte gecreëerd, dit keer benoemd als “beleidsvrijheid”, om de Regentenraad de macht te geven om in totale willekeur af te wijken van de eigen statutaire bepalingen en het grondwettelijke eigendomsrecht. De Regentenraad heeft reeds op elke mogelijke manier bewezen NIET onafhankelijk te zijn, het gestelde vertrouwen OP GEEN ENKELIJKE manier waard te zijn!

Een voorbeeld:
De NBB heeft een goudvoorraad van 227 ton, goed voor een marktwaarde van 8,20 miljard euro (per balansdatum 31/12/2018).
We veronderstellen een bijkomende opvraging door de ECB van officiële externe reserves, waarbij de NBB nogeens 100 ton goud moet overdragen:

Tegen de marktwaarde van 31/12/2018 realiseert de NBB dan een boekwinst van 3,47 miljard euro. Gezien dergelijke transactie niet geregeld wordt door het Artikel 30 van de Organieke Wet (want geen arbitrage naar de deviezenvoorraad) zal deze meerwaarde worden opgenomen in het jaarresultaat, en (in het geval van jaarwinst) zich toevoegen aan het door de Regentenraad te bestemmen en te verdelen bedrag.

De vraag stelt zich dan op welke manier de Regentenraad zal omgaan met de fundamentele basisprincipes van de balans van een centrale bank:

Zal de gerealiseerde meerwaarde op de goudvoorraad worden beschouwd als een meerwaarde op een “specifiek actief” ?

De Regentenraad heeft immers totale beleidsvrijheid gekregen, en zou in totale onafhankelijkheid kunnen oordelen dat de centrale bank 1) reeds over voldoende reserves beschikt (omdat zij bijvoorbeeld reeds meerdere jaren 50% van de winsten heeft gereserveerd) en 2) de risico’s volledig verdwenen en/of onder controle zijn. En zou dus kunnen beslissen geen bijkomende reserveringen te doen en haar dividendpolitiek ongewijzigd te laten.

Gezien de speciale opvattingen van de Regentenraad omtrent de uiteindelijke eigendomsrechten van de aandeelhouders, en op welke manier zij “het evenwicht tussen de belangen” benadert:

Wordt deze 3,47 milljard euro meerwaarde beschouwd als
“een eerlijke vergoeding voor het emissierecht”, of zal ze worden uitgekeerd als een dividend aan de aandeelhouders?

Mag het risico worden genomen dat de Regentenraad bij dergelijke omstandigheden opeens wel voldoende onafhankelijk zou worden ??

De Wet immers geeft haar immers totale vrijheid, en haar track-record tot nu toe …..



  • Wanneer men opeens geen berekeningen meer wenst te maken,
  • Wanneer men opeens als enige een eigen invulling geeft aan het begrip “seigneuriage” (welke men tot op dat moment altijd zelf heeft toegepast),
  • en niet langer aanneemt dat dit de winst is (kan zijn) van uitsluitend die activa welke de tegenpost zijn van de bankbiljettenomloop,
  • dat men het standpunt inneemt dat seigneuriage eigenlijk de totale winst betreft gerealiseerd via alle activiteiten van de centrale bank (met als enige uitzondering de opbrengsten van de statutaire portefeuille en “specifieke activa”,
  • waardoor er dus zelfs seigneuriage (voor enorme bedragen) zal zijn wanneer iedereen stelt dat deze realiseren onmogelijk is,
  • wanneer men elke transparantie weigert te brengen en geen enkel respect meer toont voor de vooropgelstelde evenwichten tussen de belangen van de verschillende partijen,
  • net zo min als voor de statutair bepaalde uiteindelijke eigendomsrechten,
  • dan kan men werkelijk slechts één mogelijk besluit maken:

De Wetgever had ook met de invoering van het Artikel 32 slechts één echte bedoeling:

De Belgische Staat,
als aandeelhouder,
in een bevoorrechte positie te plaatsen t.o.v. de andere eigenaars van de vennootschap.