SYNTHESE


 

samenvatting-112x112

 

Wegwijs

 

 

 

 

 


FEIT: De Nationale Bank van België nv werd opgericht uitsluitend met privé kapitaal, en heeft voor meer dan 100 jaar op die manier gewerkt.
FEIT: Zij verkreeg de exclusiviteit voor het emissierecht van bankbiljetten.
FEIT: Om dit recht te verkrijgen werden steeds alle afgesproken vergoedingen aan de Belgische Staat betaald. Andere voorwaarden of contractuele bepalingen (specifiek met betrekking tot de goudvoorraad) werden nooit opgelegd. De bankbiljetten zijn eigen schulden van de vennootschap NBB.

STANDPUNT (EISER):
Het verstrekken van het emissierecht (op zich) kan op geen enkele manier worden ingeroepen als een motief voor het claimen van preferente rechten op de opgebouwde goudvoorraad van de NBB. Andere vennootschappen (RTT, De Post, NMBS, ..) hebben ook een eigen vermogen opgebouwd dankzij een door de Belgische Staat verstrekt monopolie. Ook daar kan de Belgische Staat geen andere vermogensrechten doen gelden dan die waar zij als aandeelhouder over beschikt.


FEIT: De goudvoorraad werd opgebouwd omdat een bij wet opgelegde “dekkingscoëfficiënt” diende te worden gerespecteerd.
FEIT: Als gevolg van deze wet diende de NBB haar bankbiljettenvoorraad (haar eigen schulden) volgens een bepaalde verhouding in te dekken met goud. Ofwel: een deel van het aangetrokken (vreemd) vermogen diende zij (bij wet) te beleggen in goud.
FEIT: Ook dit gegeven maakt de goudvoorraad onbetwistbaar tot een eigen actief van de Nationale Bank van België nv.
   


FEIT: De NBB boekt haar goudvoorraad dus absoluut terecht op het actief van haar balans.
FEIT: De NBB boekt de ongerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad dus absoluut terecht in de balanspost “Herwaarderingsmeerwaarden”. Dit is een rubriek op het passief van haar balans, welke altijd tot het eigen vermogen van een vennootschap dient te worden gerekend.
FEIT: De NBB stelt (terecht) dat de goudvoorraad een eigen activum is, dat zij er eigenaar van is in de betekenis van het burgerlijk wetboek. Alle resultaten op het aanhouden en het beheren van dit activum zal een invloed hebben op haar eigen vermogen!


FEIT: Gedurende bepaalde periodes heeft de Belgische Staat voor eigen rekening bepaalde coupures van bankbiljetten uitgegeven.
FEIT: Ook deze omlopen aan bankbiljetten werden toen ingedekt met een goudvoorraad.
FEIT: Deze eigen schulden van de Belgische Staat, zowel als die eigen goudvoorraad van de Belgische Staat, stonden op perfect transparante wijze boekhoudkundig geregistreerd op de balans van de Nationale Bank van België nv (als “de goudvoorraad VAN DE OVERHEID“).

STANDPUNT (EISER):
De balans van een vennootschap moet op elk moment op transparante wijze een waarheidsgetrouw beeld geven omtrent de (vermogens)toestand van die vennootschap.
Hier wordt aangetoond dat dit, tot de wijziging van de Organieke Wet in 1998, ook bij de NBB het geval was.



HET INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS (IMF):

” International reserves and Foreign Currency Liquidity – Guidelines for a data template “:

  • Punt 64: reserve-activa zijn “externe activa die onmiddellijk beschikbaar en gecontroleerd zijn door de monetaire autoriteit om de financiering van de betalingsbalans te verzekeren, om interventies in de wisselmarkten te kunnen uitvoeren en de wisselkoersen te kunnen sturen, en voor andere aanverwante doeleinden (zoals het vertrouwen in de economie en de munt te kunnen verzekeren);

  • Punt 75: reserve-activa omvatten monetair goud, de deviezenvoorraad, speciale trekkingsrechten, reserveposities in het IMF, andere reservebestanddelen;

  • Punt 68: in het algemeen worden UITSLUITEND EXTERNE TEGOEDEN, DIE DAADWERKELIJK EIGENDOM ZIJN VAN DE MONETAIRE AUTORITEIT, IN AANMERKING GENOMEN ALS OFFICIËLE EXTERNE RESERVEBESTANDDELEN;

  • Punt 76: deze activa worden beschouwd als reserve-activa OMDAT ZIJ VOOR DE MONETAIRE AUTORITEIT (1) ONMIDDELLIJK BESCHIKBARE ACTIVA ZIJN (2) WELKE TOT HUN EIGENDOM BEHOREN EN (3) WAAROVER ZIJ ZONDER ENIGE VOORWAARDE KUNNEN BESCHIKKEN.

Onder de ” officiële externe reserves van een land “ dient dus begrepen: de goud-en deviezenvoorraden in volstrekte eigendom van de monetaire entiteit van een land.
Dus met uitsluiting van diezelfde activa in eigendom van haar burgers of andere rechtspersonen
.

FEIT: Het IMF stelt dat “de monetaire entiteit” eigenaar moet zijn van de officiële externe reserves van een land. Voor België is de monetaire autoriteit uitsluitend de NBB.

De NBB treedt hierbij op als principaal voor de officiële externe reserves welke zij zelf heeft behouden, en als agent (van de ECB) voor die welke zij heeft overgedragen aan de ECB (en waarvoor zij over rentedragende vorderingen op de ECB beschikt);
FEIT: Ook de ECB eist dat de NCB’s eigenaar moeten zijn van de officiële externe reserves van hun land;
FEIT: De NBB stelt (nu) zelf ook dat ze eigenaar is van de officiële externe reserves van België;
FEIT: De Nationale Bank van België heeft altijd aangevoerd dat we haar niet mogen vergelijken met “een gewone naamloze vennootschap”. Wel, dat doen we inderdaad NIET !!
Zie hiervoor het laatste punt in deze synthese (het standpunt van NBB inzake vermogen).

STANDPUNT (EISER):

  • zich gewoon beperkend tot de definitie van wat men onder “de officiële externe reserves” van een land dient te begrijpen, wordt elke verdere discussie omtrent de eigendomsrechten uitgesloten:
    MOCHT DE NBB GEEN VOLWAARDIG EIGENAAR ZIJN, DAN KAN MEN ZELFS NIET SPREKEN OVER DE OFFICIËLE EXTERNE RESERVES VAN BELGIË !!!

  • De officiële externe reserves van België zijn zonder betwisting eigendom van de Nationale Bank van België nv,

  • volgens het Artikel 4 van de Statuten hoort het maatschappelijk vermogen van de NBB haar aandeelhouders toe.


FEIT: De officieel externe reserves van België zijn het geheel van: 1) de goudvoorraad; 2) de buitenlandse deviezenvoorraad; 3) de vorderingen op het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
FEIT: Men laat uitschijnen dat de officiële externe reseves van België eigenlijk de Belgische Staat toebehoren. (Alweer) Via misbruik van de wetgevende macht heeft men het Artikel 9bis in de Organieke Wet ingevoerd, en op deze manier gesteld dat “de officiële externe reserves van de Belgische Staat zijn, en een doelvermogen zijn”.
Van de Belgische Staat, en zonder daarbij enig onderscheid te maken tussen de reserves;

FEIT: De resultaten op de buitenlandse deviezenvoorraad (winsten en verliezen) worden gewoon via de resultatenrekening verwerkt. En komen op die manier dus WEL voor rekening van de aandeelhouders !
FEIT: De eventuele (gerealiseerde zowel als ongerealiseerde) verliezen op de goudvoorraad worden eveneens via de resultatenrekening verwerkt (wanneer zij niet via een toereikend saldo op de onbeschikbare reserverekening kunnen worden opgevangen).
Deze verliezen worden dus eveneens door de aandeelhouders gedragen !
FEIT: Alle meerwaarden op de goudvoorraad echter zouden (volgens de NBB) exclusief aan de Belgische Staat toekomen?
FEIT: De Belgische Staat heeft zich, via (misbruik van) wetgevende macht en het invoeren van het Artikel 20bis in de Organieke Wet, uitsluitend op de goudvoorraad preferente rechten toegekend
.


STANDPUNT (EISER):
Niets rechtvaardigt dit onderscheid tussen de verschillende componenten van de officiële externe reserves. Of is de goudvoorraad “een meer officieel reservebestanddeel”?
Dit onderscheid maakt de standpunten en argumenten vanwege de NBB totaal ongeloofwaardig.


HET INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS (IMF) :

De herziene richtlijnen voor het beheer van officiële externe reserves (1 februari 2013):                                                                                  

  • Punt 61: ” In ieder geval is het belangrijk dat de eigendom van de officiële externe reserves duidelijk vastgelegd en publiek bekend is “.

FEIT: Het IMF stelt in dit hoofdstuk dat TRANSPARANTIE in deze materie heel belangrijk is;
FEIT: Het Artikel 9bis van de Organieke Wet stelt echter dat de officiële externe reserves van de Belgische Staat zijn;
FEIT: In het kader van eerdere rechtszaken ondersteunde en verdedigde de NBB dit standpunt (of heeft in ieder geval deze vonnissen niet aangevochten), in deze rechtszaak daarentegen stelt zij dat de goudvoorraad tot het vermogen van de NBB behoort;

STANDPUNT (EISER):

  • door het invoeren van het Artikel 9bis is er van de essentiële transparantie totaal geen sprake meer;

  • in haar eigen communicatie, zowel bij gelegenheid van vonnissen waarin zij partij was, als op haar webpagina als in haar jaarverslagen (en andere communicatie) verergert zij deze situatie enkel nog;

  • het resultaat is een totaal foute en bedrieglijke informatie en misleiding van de aandeelhouders.
    Net datgene wat o.a. het Internationaal Monetair Fonds absoluut wil vermijden !!


 

FEIT: In 1989 wordt de Organieke Wet van de Nationale Bank van België nv gewijzigd, en werd het Artikel 20bis ingevoerd, waardoor:

  1. de meerwaarden op de goudvoorraad, bij hun realisatie, op een onbeschikbare reserverekening dienen geboekt te worden,

  2. een reserverekening die, bij vereffening van de Nationale Bank van België nv, aan de Belgische Staat dient te worden overgemaakt,

  3. en waarvan alle verdere opbrengsten (van de activa die er de tegenpost van vormen) eveneens aan de Belgische Staat dienen overgemaakt. 

FEIT: Door de impact van deze wettelijke ingreep kan de NBB deze onbeschikbare reserverekening onmogelijk nog boeken als een post toebehorend aan het eigen vermogen (waar de ongerealiseerde meerwaarden, tot hun effectieve realisatie, altijd hebben gestaan. En ook altijd zouden moeten bljven staan).
De NBB wordt door de diverse bepalingen van dit artikel 20bis dus gedwongen deze onbeschikbare reserverekening te boeken als een schuld, onder “Overige passiva – Diversen”.

FEIT: Eigen vermogen van de vennootschap is door Artikel 20bis een schuld aan de Belgische Staat geworden: in de Wet werd de begunstigde van die schuld benoemd, en deze ontving alle verdere opbrengsten van die schuld.

STANDPUNT (VERWEERSTER)
:
“Door de meerwaarden op de goudvoorraad, bij hun realisatie, te boeken in een onbeschikbare reserverekening en deze reserverekening te boeken als een schuld , heeft de NBB de geldende rechtsregels (de lege lata) correct toegepast.
Indien men deze rechtsregels zelf in vraag wil stellen, dient men dat te doen in een daartoe geëigend forum”.

STANDPUNTEN (EISER):

  1. Met deze stelling heeft de NBB absoluut gelijk: de wet dient te worden gerespecteerd;

  2. Alleen gaat zij voorbij aan het feit dat zij, als centraal bankier, zich altijd tot het uiterste had moeten verzetten tegen het tot stand komen van deze wijziging van haar Organieke Wet (het zijn immers haar eigen reserves, en het is haar uitdrukkelijke opdracht al het nodige te doen opdat De Staat NOOIT invloed op de officiële reserves van het land kan uitoefenen, of er zelfs beslag kan op leggen – cfr Cyprus, Duitsland, en anderen);

  3. de Wetgever had enerzijds de eigenaars van de vennootschap hun stemrecht en inspraak ontnomen, en anderzijds alle macht bij de Directie- en Regentenraad gelegd.
    Omdat de goudvoorraad een eigen actief is en de meerwaarden op dit actief tot het eigen vermogen van de vennootschap behoren, en deze vennootschap voor de helft eigendom is van haar privé aandeelhouders, hadden de bestuurders van deze vennootschap er alles moeten aan doen opdat de eigendomsrechten van de vennootschap (en de belangen van haar eigenaars) gevrijwaard bleven;

  4. In plaats van zich achter De Belgische Staat te scharen en hardnekkig te blijven helpen dit totaal foute initiatief van de Wetgever (met catastrofale gevolgen voor de particuliere aandeelhouders) te helpen toedekken, past nu maar één houding: op een duidelijke en ondubbelzinnige manier communiceren wat de juiste status is van haar goudvoorraad !

  5. Alleen op die manier wordt het duidelijk dat het hier om een totaal foute wet gaat, dat de toenmalige volksvertegenwoordigers zich hebben vergist met het invoeren van het Artikel 20bis !! En zal de NBB deze foute wet niet langer dienen te respecteren !! Alleen op die manier wordt zij opnieuw de autonoom en onafhankelijk handelende beheerder van de officiële externe reserves van België.

  6. Als men het advies geeft om de discussie op het juiste forum te voeren, moet men dan niet zelf al het mogelijke doen opdat dergelijke besprekingen inderdaad mogelijk worden ?!  Immers, door deze onverantwoorde houding van de NBB gaan onze volksvertegenwoordigers ervan uit dat de bestaande wetgeving correct is en er zich geen problemen stellen? 


FEITEN: door de invoering van het Artikel 20bis kan

  • de NBB niet langer vrij beschikken over een belangrijk deel van haar eigen vermogen:
    de gerealiseerde meerwaarden op haar goudvoorraad kunnen niet worden aangewend om verliezen (andere dan op haar goudvoorraad) op te vangen;

  • het eigen vermogen ook niet langer op een normale manier verder evolueren:
    de verdere opbrengsten van “de onbeschikbare reserve”  worden immers rechtstreeks aan de Belgische Staat uitgekeerd. De Staat legt bij Wet rechtstreeks beslag op de totale opbrengsten van het eigen vermogen van een vennootschap, naast het beslag op dat eigen vermogen zelf !

FEIT: Door dit wetgevend initiatief onderscheidt de Belgische Staat zich van de andere Europese lidstaten, die hun centrale bank als een afzonderlijke juridische entiteit (met haar eigen afgescheiden vermogen) respecteren.
De enige rechten die deze Staten (eventueel) kunnen laten gelden zijn deze waarover zij beschikken als aandeelhouder, als eigenaar van die vennootschappen dus.

De vergelijking met De Nederlandsche Bank illustreert op treffende wijze de foute handelswijze van onze Wetgever.


FEIT: Via het artikel 141 §2 in de wet van 2 augustus 2002 (de wet betreffende het toezicht op de financiële sector !?!) werd het begrip”doelvermogen” ingevoerd. Via deze ingreep werd het Artikel 9bis (4 jaar later) in de Organieke Wet van 1998 ingelast.   
FEIT: Dit artikel werd ingevoerd omdat aandeelhouders een rechtsprocedure waren gestart aangaande de overdacht van de goudmeerwaarden aan de Belgische Staat;                                                                                                                                                                           
STANDPUNTEN (VERWEERSTER):
het handige spel van woorden, heen en weer springend tussen “van België”, “van de Belgische Staat”, “bestemd voor haar opdrachten van algemeen belang”, terug verwijzen naar eerdere vonnissen waarin dit zelfde spel al tot resultaten heeft geleid.


FEIT: wanneer de Nationale Bank van België haar vermogensrechten moet toelichten over de goudvoorraad, als onderdeel van de officiële externe reserves van België, gebruikt zij meestal de omschrijving dat zij ” de officiële externe reserves van het land beheert “, ” de reserves van België dus “. En veelal voegt zij daar aan toe dat ” zij die reserves aanhoudt en beheert “.

FEIT: In het wetsartikel 9bis zelf wordt uitdrukkelijk gesteld: ”  .., worden de officiële externe reserves van de Belgische Staat aangehouden en beheerd door de Bank. Deze tegoeden vormen een doelvermogen dat bestemd is voor de taken en verrichtingen die onder dit hoofdstuk vallen (artikelen 30 en 31 van het protocol betreffende de Statuten van het ESCB), evenals voor de andere opdrachten van algemeen belang die door de Staat aan de Bank zijn toevertrouwd. “

FEIT: uit het verslag van de bespreking van het wetsontwerp in De Kamer blijkt dat ” sommige bepalingen aanleiding gaven tot uiteenlopende interpretaties, en dat het in het belang van de rechtszekerheid nuttig was dat de correcte interpretatie ervan bevestigd werd. ”
FEIT: In het wetsartikel 9bis, welke uitdrukkelijk rechtszekerheid moest brengen, stelt men dat het de Belgische Staat is die de eigenaar is van de officiële externe reserves. En dat de NBB ze slechts ” aanhoudt en beheert ” !!

” Aanhouden en beheren “ kan niet onbetwistbaar worden geïnterpreteerd als ” eigendom van “ , en ” van de Belgische Staat “ is totaal verschillend aan ” van België “ !!
Deze omschrijving creëert (minstens) verwarring, onduidelijkheid.

FEIT: de NBB herneemt deze standpunten in haar jaarverslagen, licht voortdurend toe dat het gaat om eigendom van de Belgische Staat. Zij speelt bewust met deze omschrijvingen, en levert op deze manier bewust verkeerde informatie aan haar aandeelhouders.
Het is haar opzet haar aandeelhouders te misleiden, op het verkeerde been te zetten, hen te doen geloven in een andere waarheid;

FEIT: dat het de Belgische Staat zou zijn die eigenaar is van de officiële externe reserves gaat in tegen de algemeen geldende voorwaarden om over officiële externe reserves te kunnen spreken, gezien het de Nationale Bank van België nv is die de monetaire autoriteit is, en niet de Belgische Staat,

FEIT: dit gaat in tegen de actuele standpunten van de NBB zelf (zie elders op de webpagina ook), waarbij zij uitdrukkelijk stelt dat het de NBB zelf is die de volwaardige eigenaar is van de reserves, en niet de Belgische Staat !!

FEIT: bij oprichting van de ECB hebben de aandeelhouders (de NCB’s) een belangrijk deel van hun officiële externe reserves overgedragen aan de ECB. Deze overdrachten betroffen:

  1. overdrachten van een deel van het eigen vermogen van de centrale banken,

  2. om (de oorsprong van) deze overdrachten boekhoudkundig tot uiting te brengen werden, op (het passief van) de balans van de ECB, rentedragende schuldvorderingen geboekt in het voordeel van die NCB’s,

  3. Dergelijke schuldvorderingen (met betrekking tot haar eigen “doelvermogen”) ontbreken op het passief van de balans van de Nationale Bank van België nv.
    Om evidente reden: zij heeft haar goudvoorraad zelf opgebouwd. Deze voorraad hoort haar toe, in volwaardige eigendom.

STANDPUNTEN (EISER):

  1. het artikel 9bis werd (in 2002) in de Organieke Wet van 22 februari 1998 (?!) ingelast om rechtszekerheid te bieden. Op dit moment kan ik enkel concluderen dat er “een totale tegenstrijdigheid” bestaat tussen de meningen van de NBB zelf en die van de Wetgever omtrent de juiste eigendomsrechten van de officiële externe reserves van België?

  2. de beoogde “rechtszekerheid” werd in ieder geval niet gerealiseerd voor de particuliere aandeelhouders;

  3. het begrip “doelvermogen”:

    1. de inhoud en reikwijdte van dit begrip wordt door de NBB (noch door de Wetgever) op geen enkel moment toegelicht. Zij doet dit bewust;

    2. wat betekent dit begrip (minstens volgens haar zelf), vooral met betrekking tot de eigendomsrechten?

    3. een ” doelvermogen ” is een overdracht van eigen vermogen, waarmee de begunstigde een bepaald doel moet realiseren.
      Dit begrip is volledig van toepassing op de overdrachten van officiële externe reserves door de NCB’s aan de ECB. Doch absoluut niet op de feitelijke situatie van de NBB. (voor uitgebreide toelichtingen: zie “Standpunten”);

    4. Als men het heeft over de bestemming en het gebruik van dat doelvermogen, uitsluitend dienstig voor taken en opdrachten van algemeen belang, dan kadert dit in de opdrachten van de NBB: wisselkoersen en rentevoeten sturen, de monetaire politiek ten uitvoer brengen zodanig dat het algemeen welzijn gemaximaliseerd wordt. Net zoals voor de ECB, en elke andere centrale bank;

  4. Conclusies inzake het Artikel 9bis, en het begrip doelvermogen:

    1. het begrip werd ingevoerd in het kader van de oprichting van de ECB, om de overdrachten van eigen vermogen door de NCB’s aan die ECB te regelen;

    2. Als die ECB uit die officiële externe reserves verkoopt verwerkt zij de gerealiseerde resultaten via haar resultatenrekening. Ook wanneer dit om haar goudvoorraad gaat. Met andere woorden: deze resultaten komen haar aandeelhouders toe ! Haar eigenaars !!

    3. Als het precies voor die instelling waarvoor het begrip werd ingevoerd, geen enkel argument inhoudt om, wanneer zij een deel van dit doelvermogen verkoopt, aan de eigendomsrechten van haar aandeelhouders voorbij te gaan, dan kan dit toch onmogelijk wel het geval zijn voor de NBB ?!
      Waarvoor het begrip “doelvermogen” bovendien ten onrechte (en met foute bedoelingen) in haar Organieke Wet werd ingelast !!

    4. Het doelvermogen is onderdeel van het  eigen vermogen!
      Om het even op welke manier en voor welke redenen men dit doelvermogen moet gebruiken. En of men de gerealiseerde meerwaarden ervan (tussentijds) niet zou mogen uitkeren maar verder dient te gebruiken voor het realiseren van “het gestelde doel” (als gevolg van een bepaling in de Organieke Wet, Artikel 30).
      Maar op het moment dat deze gereserveerde meerwaarden niet langer dienstig worden bevonden om dit doel te realiseren, en men beslist ze wel uit te keren, dan dient men het statuut van eigen vermogen (en dus de eigendomsrechten) te respecteren. En ze uit te keren aan de eigenaars van de vennootschap: de aandeelhouders !!
      Net zoals bij de ECB, en elke andere centrale bank !!
       

    5. Het komt daarbij zeker niet de Wetgever toe het eigen vermogen van een vennootschap, waarvan De Staat niet de enige aandeelhouder is (de NBB heeft – voor 50 % – particuliere aandeelhouders), in beslag te nemen om “het openbaar belang” te dienen.
      Dergelijke ingreep heeft een naam:  een onteigening !!

      Het hier bedoelde algemene belang is de uitvoering van de monetaire politiek, en niet de aanleg van wegen, het bouwen van rusthuizen, het afbouwen van de schuld van de Belgische Staat !?!

    6. Elke poging vanwege de NBB om de bepalingen van het Artikel 9bis in te roepen om de eigendomsrechten voor haar zelf (of voor haar aandeelhouders) te beperken, kan niet anders worden omschreven als bedrog !!


FEIT: In 1998 wordt de Organieke Wet nogmaals aangepast, en wordt het Artikel 20bis geschrapt en vervangen door het huidige Artikel 30.

FEIT: het ESCB/de ECB heeft zich ongetwijfeld verzet tegen het behoud van de bepaling van het Artikel 20bis waarbij het saldo van de onbeschikbare reserverekening, zij het bij vereffening van de NBB, toekwam aan de Belgische Staat;
FEIT:
1) Alle bepalingen van het artikel 20bis bleven behouden. Met uitzondering echter van de voorgaande bestemming van de onbeschikbare reserverekening, en
2) de regels om bepaalde bepalingen uit het Artikel 30 uit te voeren zouden worden vastgelegd in “overeenkomsten tussen de Staat en de NBB”, welke verplicht dienden gepubliceerd te worden in het Belgisch Staatsblad;
FEIT: Deze overeenkomst (voor de eerste keer pas in 2005 gepubliceerd) herneemt geen enkele regeling wat betreft de bestemming van deze onbeschikbare reserverekening;
FEIT: Door het wegvallen van de clausule welke het saldo van de onbeschikbare reserverekening aan de Belgische Staat toewijst, blijft er dus over:

  • dat gerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad in een onbeschikbare reserverekening dienen te worden geboekt;

  • er beperkingen gelden in de aanwending van de in deze rekening geboekte bedragen;

  • de verdere opbrengsten van deze reserverekening aan de Belgische Staat toekomen.

STANDPUNTEN (VERWEERSTER):

  1. “de NBB is altijd gewoon geweest deze onbeschikbare reserverekening te boeken in “Overige passiva”, een balanspost waarin vreemd vermogen wordt ondergebracht”;

  2. zij negeert totaal onze opmerking inzake het belangrijke verschil tussen Artikel 20bis en Artikel 30;

  3. de “beperkingen” van het Artikel 30 zouden voldoende reden zijn om de onbeschikbare reserverekening in het vreemd vermogen te behouden. De NBB is het nu éénmaal zo gewoon.

STANDPUNTEN (EISER):

  1. Ongerealiseerde meerwaarden worden in de “Herwaarderingsmeerwaarden” geboekt. Een rekening welke tot het eigen vermogen moet worden gerekend;

  2. Wanneer deze meerwaarden worden gerealiseerd bestaat er (ondanks Artikel 30) geen enkele reden meer waarom deze bedragen zouden dienen overgebracht naar het “vreemd vermogen”;

  3. Een vennootschap kan slechts een schuld boeken als de begunstigde van die schuld gekend is ?!  QUOD NON !!

  4. Dat er beperkingen gelden voor dit deel van het eigen vermogen (inzake aanwending, inzake de opbrengsten voor de Staat) is geen geldige reden.
    Immers, aan het Reservefonds, ook onderdeel van het eigen vermogen, is eveneens een beperking verbonden (bij het verstrijken van het emissierecht gaat eerst 20% naar de Belgische Staat);

  5. Rekening houdend met hierna volgend standpunt van de NBB, en de bepalingen van het Richtsnoer van de ECB:           

  6. WAT MEN ALS EIGEN VERMOGEN BOEKT, DIENT ALTIJD ALS EIGEN VERMOGEN GEBOEKT TE BLIJVEN !!!


Feit: De balans is de spiegel van de vennootschap !!  Op elk moment !!
Feit: Na elke gebeurtenis, wijziging in het vermogen van de vennootschap, is ACTIEF = PASSIEF !!
Feit: Het geheel van alle activa op de balans werd verworven met het vermogen vermeld op het passief van de balans,
Feit: Wanneer activa werden verworven met middelen die werden geleend, dan wordt die schuld tot uiting gebracht in het VREEMD VERMOGEN;
Feit: Wanneer activa werden verworven met het kapitaal van de aandeelhouders, of met de in de vennootschap gelaten winsten (reserves), dan vindt men de tegenpost in het EIGEN VERMOGEN;
Feit: Als men de vennootschap (theoretisch) vereffent, dient men enkel dat VREEMD vermogen terug te betalen aan hen die dit vermogen ter beschikking hebben gesteld: de schuldeisers,

Feit: Alles wat over blijft is EIGEN vermogen, en dat vermogen komt de eigenaars van die vennootschap toe,
Feit: De eigenaars van een vennootschap, dat zijn DE AANDEELHOUDERS !!
Feit: We vergelijken opnieuw de Nationale Bank van België nv met andere centrale banken: de eigenaars van DNB, Banque de France, de ECB, enz., zijn hun aandeelhouders.

Feit: Bij de start van de ECB werden door de NCB’s “officiële externe reserves” overgedragen aan de ECB:

  • op het ACTIEF van de balans van de ECB werd dit “doelvermogen” toegevoegd: goud, deviezen, vorderingen op het IMF;

  • op het PASSIEF van de balans werd voor dezelfde tegenwaarde een schuld (t.o.v. de NCB’s) tot uiting gebracht;

  • de oorsprong van het “doelvermogen” van de ECB is voor haar dus VREEMD VERMOGEN;

  • en ACTIEF = PASSIEF;

  • op het ACTIEF van de balans van de NBB is het actief “officiële externe reserves” afgenomen;

  • als tegenpost hiervoor schrijft zij (voor diezelfde waarde) een ander actief in: een vordering op de ECB;

  • enkel de samenstelling van de activa van de NBB is gewijzigd, de omvang niet. De omvang noch oorsprong van het vermogen is gewijzigd;

  • en ACTIEF = PASSIEF,

  • de verschuiving van dit vermogen werd perfect transparant in beeld gebracht;

Feit: Op het passief van de balans van NBB staan GEEN (specifieke) vorderingen ingeschreven, welke kunnen beschouwd worden als tegenpost voor de “officiële externe reserves van België”,

Feit: als die er ooit al zouden gestaan hebben (QUOD NON), en dat is nu niet langer het geval, dan kan dit enkel op volgende manier: die schulden werden terugbetaald met eigen vermogen, middelen toebehorend aan de aandeelhouders.
Immers: ACTIEF = PASSIEF.

Feit: zoals bij elke vennootschap, zoals bij elke andere centrale bank:

HET VERMOGEN VAN DE  NBB nv = VREEMD VERMOGEN  +  EIGEN VERMOGEN

Feit: De activa die bij een vereffening van de vennootschap NBB overblijven, na vereffening van alle schulden (het vreemd vermogen), horen tot het eigen vermogen van de vennootschap. En is onbetwistbaar de eigendom van haar eigenaars, de aandeelhouders !

Feit: Waar haalt men het dat, bij de vereffening van de vennootschap NBB, het aan de Wetgever zou toekomen te bepalen wat er met haar activa dient te gebeuren?

Als dit al zo zou kunnen zijn voor centrale banken met uitsluitend de Staat als aandeelhouder, kan het NOOIT zo zijn dat de Wetgever kan bepalen welke activa van een vennootschap aan haar particuliere eigenaars kan worden toegewezen of welke niet !!


FEIT: Bij de uitwisseling van de conclusies gedurende deze gerechterlijke procedure neemt de NBB op 30 april 2015 volgende duidelijke stellingen in:

  • ” .. het feit dat de goudreserves wel degelijk de juridische eigendom zijn van de Nationale Bank.”

  • ” .., vallen voornoemde goud- en deviezenreserves onder het autonoom beheer van de Nationale Bank en zijn de prijs- en wisselkoers-risico’s vandien voor haar rekening. ”

  • “Zolang de Wetgever aan die (in de onbeschikbare reserverekening geboekte) meerwaarden geen bijzondere bestemming van algemeen belang heeft gegeven, blijven die meerwaarden evenwel tot het vermogen van de Nationale Bank behoren, en zijn zij derhalve geenszins een schuld aan de Staat.
    Hun boeking op een onbeschikbare reserve heeft enkel tot gevolg dat zijn niet beschikbaar zijn voor courante winstuitkeringen aan de aandeelhouders.”

  • “Zolang de Wetgever niet specifiek is tussengekomen blijven de gerealiseerde meerwaarden op goudreserves in het vermogen van de Nationale Bank, en kunnen zij niet worden beschouwd als een schuld aan de Staat.”

Feit: De Nationale Bank van België heeft altijd aangevoerd dat we haar niet mogen vergelijken met andere, ” normale ” naamloze vennootschappen. Inderdaad, in de eerste plaats is zij een centrale bank !
Feit: Zij zegt dat de goudvoorraad en de (gerealiseerde) meerwaarden tot haar volwaardig VERMOGEN behoren, maar dat men niet echt kan stellen dat dit tot haar eigen vermogen behoort, zoals dit begrepen moet worden voor andere naamloze vennootschappen.
Blijkbaar wil zij nu zelf de vergelijking maken met “gewone naamloze vennootschappen”, en heeft zij het nu over “een bevroren vermogen”. Welnu:


STANDPUNTEN (EISER):

    1. deze duidelijke standpunten onderscheiden zich van de jarenlange communicatie door de Nationale Bank van België.
      Deze was nooit consequent, en liet telkens anders uitschijnen;

    2. (de oorsprong van) Het vermogen van een vennootschap, in beeld gebracht op het passief van de balans, kan slechts op deze manier worden opgesplitst:
      het gaat over VREEMD VERMOGEN, of het gaat over EIGEN VERMOGEN !!

    3. We vergelijken NIET met een gewone naamloze vennootschap, doch wel met VERGELIJKBARE centrale banken. Die met een zelfde historisch verloop bovendien, die welke dezelfde boekhoudkundige regels en principes onderschrijven en volgen: de Richtsnoeren van de ECB !!
      Zoals de ECB zelf en DNB !!

      1. deze centrale banken hanteren DEZELFDE opsplitsing (in oorsprong) van vermogen:
        VREEMD of EIGEN !

      2. deze centrale banken beschouwen de officiële externe reserves, waar zij eigenaar van zijn en welke zij autonoom beheren, eveneens als EEN DOELVERMOGEN,

      3. deze centrale banken rekenen deze officiële externe reserves uitdrukkelijk tot hun EIGEN VERMOGEN,

      4. hun EIGEN VERMOGEN bestaat uit: het kapitaal, de opgebouwde reserves, de HERWAARDERINGSMEERWAARDEN !!

      5. eigenlijk: zoals bij een “gewone naamloze vennootschap”.

    4. samen gelezen met het Artikel 30 (en het schrappen van de clausule uit Artikel 20bis) bestaat er GEEN ENKELE reden meer om de onbeschikbare reserverekening nog onder het “Vreemd vermogen” te boeken.
      Waardoor de gerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad geen eigen vermogen zouden blijven, zoals dit bij de ECB en DNB absoluut wel het geval is;

    5. het onroerend goed van de NBB behoort tot haar eigen vermogen, het is eigendom van de vennootschap en haar aandeelhouders. Volgens de gedachtengang van de NBB: zolang de Wetgever niet specifiek is tussengekomen. Zo geredeneerd kan het volledige kapitaal en de reserves worden overgebracht naar het vreemd vermogen?

    6. Als de NBB het over “een bevroren” eigen vermogen heeft, wel dan is dat uitsluitend de fout van de Wetgever !!

HET “BEVRIEZEN” VAN HET BELANGRIJK DEEL VAN DIT EIGEN VERMOGEN,  IS HET UITSLUITEND GEVOLG VAN HET ARTIKEL 30 !!

Een bevroren “eigen” vermogen”?
Of een bevroren “vreemd” vermogen?
Hebben andere centrale banken ook zo’n bevroren vermogen?

 


 

EconomistActivisme

%d bloggers liken dit: