SITUERING


De Nationale Bank van België nv werd in 1850 opgericht. Uitsluitend met privékapitaal, en het duurde nagenoeg 100 jaar vooraleer hierin verandering kwam. De Belgische Staat trad pas in 1948 toe tot het kapitaal van deze vennootschap, via een inbeslagname van “de oorlogswinsten” van de NBB en tegen de nominale waarde van de aandelen.
Zonder enige eigen inbreng van kapitaal en zonder verrekening van enige premie werd de NBB op deze wijze dus voor 50 % genationaliseerd! 
Volledig in het nadeel van de bestaande aandeelhouders.


Een centrale bank is een vennootschap met een onbetwistbaar privaatrechterlijke rechtsvorm, met haar eigen afgeschermd vermogen.
Gezien de specifieke taken van openbaar belang (die gedurende haar bestaan enkel maar zijn toegenomen) hebben de aandeelhouders nagenoeg geen inspraak met betrekking tot het beheer van dat vermogen.

Getuige hiervan is het recente voorbeeld van Cyprus, waar een failliete Staat de centrale bank (tevergeefs) een verkoop van haar goudvoorraad wou opleggen om, als enige aandeelhouder bovendien, de meerwaarden op dat goud te kunnen opstrijken en aanwenden ter delging van haar schulden.
De “officiële goud- en deviezenreserves van een land” behoren (meestal) tot het vermogen van de centrale bank van dat land.
De eigendomsrechten van die vennootschappen zelf horen echter zonder enige twijfel toe aan hun aandeelhouders!
Deze principes worden bevestigd door instellingen als het IMF, de ECB en de BIB, en werden overgenomen in hun boekhoudregels. (zie “Standpunten”)

Om die eigendomsrechten te verkrijgen heeft nagenoeg elk ander land belastinggeld aangewend, om de oorspronkelijke aandeelhouders uit te kopen tegen “een passende vergoeding”.
In België probeert de Staat over diezelfde eigendomsrechten te beschikken via een herhaald misbruik van haar wetgevende macht. Zo heeft zij o.a. in 1989 en 1998 de Organieke Wet van de NBB gewijzigd en werden (in 2009) de regels voor de winstverdeling van de NBB aangepast (gevolgen: zie “Standpunten”).

Beide ingrepen houden een feitelijke onteigening in van de particuliere minderheidsaandeelhouders, zonder passende compensatie.

De Organieke Wet werd gewijzigd om de overdracht van de meerwaarden op goudverkopen aan de Staat mogelijk te kunnen maken. Niet aan de Staat als aandeelhouder, maar aan “de Soevereine Staat” (vergelijk dit echter met Cyprus e.a.).
En niet alleen van de goudverkopen gedaan bij toetreding van België tot het EMU, maar ook van alle meerwaarden van de toekomstige goudverkopen!
(Voor verdere info en mening: zie “Standpunten”).


Vooral voor een centrale bank met een gemengd aandeelhouderschap, met talrijke particuliere aandeelhouders, is het van primordiaal belang dat de vennootschap volledige transparantie toont omtrent het eigen vermogen van de vennootschap. Op welke manier dit ontstaan is, bij elke wijziging duidelijk aangeven waarom en in welke mate dit evolueert. De aandeelhouders moeten duidelijk kunnen inschatten hoe hun vermogensrechten liggen, waar en in welke mate zij risico’s lopen.
Voor een centrale bank met enkel haar Staat als aandeelhouder liggen de belangen hiervan helemaal anders. In België werd echter de keuze gemaakt voor een gemengd aandeelhouderschap, en werden de aandeelhouders alle mogelijkheden ontnomen om zelf verantwoordelijkheid op te nemen voor de mogelijke negatieve gevolgen van het beleid van de vennootschap.

Zowel de Staat als de bestuurders van de NBB moeten de gevolgen van deze keuze dragen, en hier ten volle hun passende verantwoordelijkheden nemen!

De activiteit van NBB is niet zonder risico’s, sedert haar toetreden tot de ECB nemen die in tegendeel zelfs voortdurend toe. Die verantwoordelijkheden t.o.v. de particuliere aandeelhouders evolueren in dezelfde zin en verhouding
(zie hiertoe de tab “Aandachtspunten”).


De minderheidsaandeelhouders van de NBB hebben alles behalve de wens zich rechtstreeks te mengen in het beleid van de centrale bank.  We willen enkel aandringen op het respecteren van  ONZE GRONDWETTELIJKE EIGENDOMSRECHTEN !

Op het moment dat de NBB autonoom beslist (een deel van) haar activa te verkopen, moet het zo zijn dat zij, in navolging van alle andere vergelijkbare centrale banken,  die transacties verwerkt via haar resultatenrekening en deze resultaten bestemt: ofwel als een toevoeging aan haar reserves, ofwel als een uitkering onder de vorm van een dividend.

Eender hoe zij haar winsten bestemt, doch uitsluitend op deze manier worden de eigendomsrechten van de aandeelhouders gerespecteerd!

 

1923_belgische_grondwet_in_het_nederlands

In 1989 en 1998 heeft de Staat, met medewerking van de verantwoordelijken van de NBB, onze Grondwet naast zich gelegd.
In hun verdediging bij diverse rechtszaken heeft zij verkeerde keuzes gemaakt, en probeert zij nu onze monetaire geschiedenis te herschrijven door te stellen dat het goud niet de NBB toebehoort doch wel de Soevereine Staat. En wil zij ons doen geloven dat er beperkingen in die vermogensrechten zouden bestaan (“fiduciaire eigendom” e.a.).

Een onmogelijk verhaal, waarvoor ik graag (in “Standpunten”) diverse argumenten aanbreng, gedocumenteerd met historisch en ander materiaal.


 

De NBB is nu in een situatie gekomen waarbij zij de regels van haar eigen Statuten niet meer volgt, en bovendien haar boekhouding (de balans) niet meer in overeenstemming is met (de gevolgen van) het verhaal dat zij hardnekkig blijft verdedigen.

Waarschijnlijk tegen beter weten in, doch om de hoofdaandeelhouder te vrijwaren van zware financiële gevolgen.

De Statuten hebben hun reden van bestaan, en de balans moet op elk moment de spiegel zijn van de vennootschap.

Verder op deze webpagina licht ik toe op welke manier men aan een ” TWEEDE SCHANDAAL van de NBB “  aan het schrijven is.


Uitgangspunt:

Het staat eigenlijk onweerlegbaar vast dat de goudvoorraad de NBB toebehoort, en dat het volledige vermogen van de vennootschap NBB op haar beurt haar aandeelhouders toebehoort.
De NBB betwist dat, in verschillende eerdere rechtzaken: “het goud is eigenlijk van niemand en van iedereen”, “de goudvoorraad hoort eigenlijk (?) De Belgische Staat toe”, en dergelijke meer. Zij past deze stelling toe bij het opmaken van haar balans, doch op niet consequente wijze:

  • (TERECHT):  de goudvoorraad wordt op het actief van de balans geplaatst,

  • (TERECHT): ongerealiseerde meerwaarden op de goudvoorraad worden tot uiting gebracht als toebehorend tot het eigen vermogen,

  • (FOUT):  bij realisatie van de meerwaarden worden deze echter als een schuld op de balans opgenomen (verhuizen ze naar het “vreemd vermogen”), en worden de verdere opbrengsten ervan rechtstreeks aan de Belgische Staat toegekend.
    (Waardoor een tegenstrijdigheid ontstaat met voorgaande punten).

Op deze manier worden aandeelhouders misleid en onteigend!
Immers: de goudvoorraad, haar meerwaarden en hun verdere opbrengsten worden aan het eigen vermogen van de vennootschap onttrokken. En uiteindelijk ook aan het vermogen van de aandeelhouders.

We stellen vast dat de NBB hierbij:

  • de regels van het Richtsnoer van de ECB niet toepast,

  • er een andere zienswijze lijkt op na te houden dan die van andere vergelijkbare centrale banken (vb DNB, Deutsche Bank) en de ECB zelf,

  • zich laat leiden door de bepalingen van haar Organieke Wet (door de Wetgever bepaald), maar hierbij nagelaten heeft zich op passende wijze te verzetten tegen de kwalijke gevolgen ervan,

  • en ook nooit enige actie ondernomen heeft om deze fouten te herstellen
    (wel integendeel, ze heeft zich herleid tot een gewone medeplichtige van de hoofdaandeelhouder). Ook niet op het moment dat de betreffende bepalingen van die Organieke Wet werden gewijzigd (in 1998) !!

  • (zie hiervoor een volgend punt)

Deze feiten maken het voorwerp van mijn klacht uit (3 januari 2014).

2) Is mijn actie gegrond, of niet?

    1. Het jaarverslag 2001, de omschrijvingen zoals ze sedert oprichting van de NBB aan duidelijkheid niets te wensen overlieten (onverdachte periode);

    2. Het jaarverslag 2002, na het starten van de gerechtelijke procedures, en de noodingreep via de wet van 2 augustus 2002 (het inlassen van het Artikel 9bis): anders, doch op dat moment nog met de correcte omschrijving: ” de officiële externe reserves van België “.
      Maar wat belangrijk is: met de nobele en oprecht gemeende bedoeling om ” de informatie NOG meer te verduidelijken, steviger te onderbouwen, ten behoeve van de aandeelhouder “. 

    3. De daarop volgende jaren, tot op vandaag: en wat altijd “van de bank” is geweest, dat is nu “van de Belgische Staat“).
      Ondanks vonnissen dat de eigendom nooit is gewijzigd?

Jaarverslagen
Laat dit interpretatie of twijfel toe ?? Omtrent de uiteindelijke bedoelingen ??


EconomistActivisme

 

%d bloggers liken dit: