SEIGNEURIAGE ? NU ECHT …

” De Soevereine Staat heeft recht op een deel van de jaarwinsten van de centrale bank, in ruil voor het verleende emissierecht. ” (NBB).

Laat ons bekijken wat die “seigneuriage” werkelijk inhoudt.

Eén van de taken van de Nationale Bank van België is die van emissiebank.
Sedert haar oprichting in 1850 drukt zij de bankbiljetten welke het wettelijke betaalmiddel zijn in ons land. Zij heeft hiertoe nagenoeg altijd het monopolie gehad, en sedert 2002 drukt en geeft zij samen met de andere centrale banken van het Eurosysteem  (ESCB) de bankbiljetten in euro uit. Het eerdere monopolie is sedert 2002 een binnen het ESCB gedeeld emissierecht.

Aan deze emissie-activiteit zijn kosten en opbrengstmogelijkheden verbonden. Deze opbrengsten worden algemeen omschreven als de “ seigneuriage-winsten ” van een centrale bank.

Met uitzondering van de ECB zelf verwerkt elke centrale bank deze verbonden kosten en opbrengsten in haar resultatenrekening, zonder verder enige gedetailleerde of specifieke berekening noch uitsplitsing te maken.

Afhankelijk van de gehanteerde definitie voor seigneuriage-opbrengsten zijn er aan de uitgifte van bankbiljetten normaal gezien belangrijke winsten verbonden, al zijn verliezen  ook altijd mogelijk.

Seigneuriage : diverse definities en benaderingen

De Nationale Bank van België nv

1) “ Voor de centrale banken zijn bankbiljetten passiva waarover geen rente wordt vergoed. Als tegenpost houden ze rentegevende of productieve activa aan. De inkomsten uit die activa worden “seigneuriage-inkomsten” genoemd. “          
(Jaarverslag 2016, pag. 32)

2) “ Onder “seigneuriage” of “muntloon” verstaat men de inkomsten die de emittent verwerft door de emissie van bankbiljetten. De centrale banken boeken ze nog steeds als schulden op de passiefzijde van hun balans. Als tegenwaarde staan op de actiefzijde aan commerciële banken toegekende kredieten en deviezenreserves, die rente opleveren. De rente op deze activa, die de tegenpost vormen van niet vergoede passiva in de vorm van bankbiljetten, vormt de seigneuriage.“     
(Ondernemingsverslag 2009  pag. 12 – 13)

3) ” De winsten die aldus resulteren uit het aanhouden van rentende activa, als tegenpost voor niet-vergoede passiva in de vorm van bankbiljetten, worden bestempeld als winsten afkomstig van de seigneuriage, of kortweg seigneuriage. ”
(Webpagina NBB – FAQ : Waar komen de inkomsten van de Nationale Bank vandaan)

The Riksbank

(jaarverslag 2014)

“Bankbiljetten en munten betekenen een interestvrije schuld van The Riksbank tegenover het publiek.”

“Zonder het emissierecht zou The Riksbank een interestloze financieringsbron verliezen. Om haar activiteiten te financieren zou zij bij haar tegenpartijen een hoger bedrag aan deposito’s moeten aantrekken, en dus meer interesten betalen”.

De Europese Centrale Bank

(jaarverslag 2016)

De nationale centrale banken brengen de biljetten in omloop namens de ECB, en de ECB verdient seigniorage-inkomsten op die 8% door middel van de vordering die zij heeft op de nationale centrale banken.

De (omvang van de) seigneuriage-inkomsten van de ECB zijn functie van de rentevoet op de basisherfinancieringstransacties.

Literatuur

Bron:  de monetaire inkomsten van het eurosysteem als eigen middel van de EU (Auke Leen, Universiteit Leiden)

Er worden in de literatuur drie vormen van seigneuriage onderscheiden (Drazan 1985):

· De inkomsten van de overheid bestaan dan uit het verschil tussen het bedrag waarvoor de biljetten in omloop worden gebracht en de drukkosten ervan;
· De rente-inkomsten die jaarlijks worden verkregen uit de investeringen van de tegenwaarde van alle bankbiljetten in omloop;
· Het voordeel dat de overheid verkrijgt uit de waardedaling van een valuta door inflatie.

Banque de France

Bron:  webpagina Banque de France (Les billets au bilan de la Banque de France et le revenu issu de l’émission des billets)

De omloop  van de bankbiljetten in euro toegewezen aan de Banque de France laten toe de seigneuriage te berekenen afkomstig van het uitgiftemonopolie van bankbiljetten.
Dit monetair inkomen is gelijk aan de jaarlijkse opbrengsten verkregen van de activa aangehouden als tegenwaarde van de bankbiljetten in omloop. “   (nvdr: vertaald)

Bank of Canada

Bron:  Bank of Canada, “ Documents d’information ”, “ Le seigneuriage “ (2013)

“ De seigneuriage komt overeen met het verschil tussen enerzijds de interesten welke de Bank of Canada genereert uit een portefeuille samengesteld met uitsluitend effecten uitgegeven door de Canadese overheid (waarin de waarde van de totale bankbiljettenomloop is belegd), en anderzijds de kosten verbonden aan de uitgifte, de distributie en de vervanging van die bankbiljetten. “

“ De seigneuriage fluctueert in functie van de geldende rentevoeten en de waarde van de bankbiljetten in omloop. “

CEPS – Centre for European Policy Studies

Bron:  CEPS  –  Negative rates and Seigniorage (Daniel Gros, CEPS policy brief no. 344, july 2016)

· “ Economisten definiëren seigneuriage als het resultaat van “de” rentevoet toegepast op de uitstaande bankbiljettenomloop. “

· “ De seigneuriage (of monetair inkomen te verdelen tussen de NCB’s) is ongeveer gelijk aan de bankbiljettenomloop vermenigvuldigd met de binnen het eurogebied geldende rentevoet voor het verstrekken van kredieten (nvdr: de basisherfinancieringsrentevoet). Deze rentevoet was in maart 2016 gelijk aan nul percent, wat moet leiden tot nul seigneuriage-inkomsten. “

Banque Nationale Suisse

Bron:  Banque Nationale Suisse –  Bulletin trimestriel no 42 (4/1998)  Seigneuriage et bénéfice de la banque centrale

“ In een systeem van fiduciair geld zijn de opbrengsten verkregen via het monopolie van de uitgifte van bankbiljetten samengesteld uit de interesten over de activa verkregen als gevolg van de geldschepping, en van de opbrengsten als gevolg van de groei van het volume van deze bankbiljettenomloop. “

Literatuur

Bron:  Association Modernisation Monétaire (MoMo)  Explications sur le bénéfice de la création monétaire (seigneuriage) –  Mei 2016

· “ De winst welke ontstaat bij het creëren van nieuw geld wordt benoemd als “oorspronkelijke seigneuriage”. Tegenwoordig genereren bankbiljetten deze oorspronkelijke seigneuriage niet meer, enkel nog een minimale interestseigneuriage. “

· “ Gezien de bankbiljettenomloop continu aangroeit wordt de kredietverstrekking onbepaald herhaald en, bij normale interestomstandigheden, stemt de waarde gecreëerd voor de gemeenschap door de uitgifte van bankbiljetten overeen met de gecumuleerde verkregen interesten. De interesten overeenstemmend met de seigneuriage hebben niet alleen betrekking op de nieuw uitgegeven bankbiljetten, doch wel op de totaliteit van de bankbiljettenomloop.

Conclusie

Om de seigneuriagewinsten van een centrale bank te kunnen bepalen:

  1. is een berekening vereist, waarbij enerzijds
  2. De omvang van de bankbiljettenomloop een eerste alles bepalende component is (want de enige financieringsbron waarover inderdaad geen rente wordt vergoed, voorwerp van het verkregen “emissiemonopolie” ook),
  3. En anderzijds een rentevoet dient bepaald te worden, welke men afzet tegenover deze bankbiljettenomloop. Om een logische en aanvaardbare “seineuriagewinst” te kunnen berekenen.

Berekeningen die de Regentenraad NIET maakt: zij schenkt gewoonweg het saldo van de winst weg!

En niet “het saldo” van de winst van uitsluitend de activa welke de tegenpost zijn van de bankbiljettenomloop. Neen, gewoonweg “het saldo” van de winst van AL haar activiteiten!

Directeur Tom Dechaene
Algemene vergadering der aandeelhouders van 15 mei 2017:

Er bestaat geen enkele koppeling tussen het saldo van de winst die de NBB uitkeert aan De Staat, en de omvang van de omloop van de bankbiljetten”.

De Tijd van 16 mei 2017

Directeur Tim Hermans
Algemene vergadering der aandeelhouders van 15 mei 2017:

De Staat heeft recht op een deel van de winsten van de NBB, in ruil voor het toegestane emissierecht van bankbiljetten
Wanneer de NBB echter  verliezen mocht gaan leiden is het niet aan De Staat, als verstrekker van dat zelfde emissierecht, om deze verliezen aan te zuiveren. “

Het bestuur van de Bank bevestigt dus dat zij om het even welk deel van de totale winst weg geeft aan “de Soevereine Staat”, zonder enige relatie met (de omvang van) het emissierechtvoordeel.
En dat die Staat enkel de lusten wil, en de risico’s en lasten aan de centrale bank laat … en haar particuliere eigenaars !

Diefstal en onteigening van eigen vermogen dus, onder het valse argument van: ” Seigneuriage ” !!

Seigneuriage  –  Eerste conclusies uit de diverse definities & benaderingen

“ Aanvankelijk was het de leenheer of de koning die aan het geld zijn geldigheid verleende, maar sinds de moderne tijd wordt dat koninklijk recht beschouwd als een essentieel aspect van de soevereiniteit van de Staten, die het recht om bankbiljetten uit te geven verlenen aan specifieke instellingen: de centrale banken. “   …..
“ In alle centrale banken zorgen verdelingsregels ervoor dat het surplus van de inkomsten, na dekking van hun kosten, aan De Staat toekomt. De Staat wordt aldus vergoed voor het toekennen van het emissieprivilege.
Bron: Ondernemingsverslag NBB 2009

Toen “de seigneurs” zelf hun eigen geld uitgaven en in omloop brachten, en op die manier beschikten over nagenoeg “gratis schulden” welke zij (deels) konden beleggen in (deels) rentegevende activa, dan was het onbetwistbaar ook zo dat de seigneur zelf alle kosten verbonden aan de uitgifte voor zijn rekening nam, alle winsten op de investeringen kon incasseren, maar tegelijkertijd ook zelf instond voor alle risico’s op verliezen. En, wanneer deze verliezen zich effectief voordeden, deze ook zelf incasseerde!

De seigneur (nu de soevereine staat) heeft de emissie nu toevertrouwd aan een ander, de centrale banken. Die mogelijke winsten, risico’s en verbonden kosten werden dus integraal verlegd van de seigneur naar de centrale bank (en haar eigenaars).

En die centrale bank heeft, in het geval van de NBB, slechts voor de helft diezelfde Staat als eigenaar, maar eveneens voor de andere helft de privé aandeelhouders. Hoofdzakelijk kleine particuliere beleggers.
Uit voorgaande hoofdstukje leren we  wat seigneuriagewinst voor een centrale bank kan inhouden. De Regentenraad net zoals het parlement zijn er blijkbaar van overtuigd dat de soevereine Staat het logische recht heeft op een vergoeding voor het verstrekte emissiemonopolie.

Blijven de evidente en in dit geval absoluut verplicht te stellen vragen: wat is de passende vergoeding voor het verkregen monopolie? Een deel van de (totale) winst zelfs? En hoe groot moet die vergoeding of aandeel van de winst dan wel zijn? Van de winst verbonden aan de emissie-activiteit, of van de winst van alle activiteiten van de centrale bank?
Ter dekking van welke kosten (verbonden aan de emissie, of van alle kosten)? Wordt die seigneuriagewinst jaarlijks integraal uitgekeerd aan De Staat, of wordt zij beter (deels) gereserveerd om de toekomstige verliezen op te vangen?  Wat is “de correcte waarde” van het verkregen monopolie? Wie draagt de verliezen wanneer deze zich voordoen? Enz. .

Seigneuriage : de enige (enigzins) te rechtvaardigen vergoeding

” Seigneuriage vloeit voort uit de emissie van chartaal geld. ”
” De Staat vertrouwde die emissie toe aan de Bank. “

Bron: Ondernemingsverslag NBB van 2009

Het bestuur van de Nationale Bank van België zegt het hier zelf: het voordeel verbonden aan het emissierecht is beperkt tot het uitgegeven chartaal geld. Haar bankbiljettenomloop dus. Alle hiervoor geciteerde centrale bankiers (waarvan The Riksbank en The Bank of Canada dit ook het meest expliciet omschrijven en toepassen) en andere autoriteiten bevestigen dit feit.

De talrijke voorgaande definities en benaderingen voor seigneuriage tonen ook in voldoende mate aan dat De Staat maximaal aanspraak kan maken op een interestvergoeding (noem het een winst)  berekend uitsluitend over de bankbiljettenomloop zelf (of over het deel van de activa van de Bank dat in omvang overeenstemt met die bankbiljettenomloop).

Wanneer deze vergoeding werkelijk dient berekend en uitbetaald te worden, dan dient deze rekening te houden met de risico’s op mogelijke verliezen die aan de activa, tegenpost van de bankbiljettenomloop, zijn verbonden. Dit omdat deze activa 1) niet in een afgescheiden portefeuille opgenomen staan (en de verliezen dus niet kunnen worden toegewezen) en 2) niet risicoloos zijn.

De definitie voor seigneuriagewinst zoals deze door The Riksbank (de oudste en meest transparante centrale bank ter wereld) wordt gehanteerd lijkt dan ongetwijfeld de meest (en zelfs enige) bruikbare benadering te zijn:

· De omvang van de bankbiljettenomloop is een gekend gegeven, wordt hernomen op (het passief van) de balans van de centrale bank,
· Hoewel de NBB dit gedeelte van haar vreemd vermogen belegt in diverse, verschillende activa (zeker niet allen zonder risico noch met hetzelfde risiconiveau, en ook niet allen rentedragend),
· Kan er “een” rentevoet worden bepaald en aanvaard,

· Die rentevoet wordt dan afgezet tegenover het volume van de bankbiljettenomloop, en waarbij het resultaat van de berekening
· ofwel wordt beschouwd als een interestvergoeding, een compensatie aan De Soevereine Staat voor de “interestloze financieringsbron”, verkregen via het emissierecht. Zonder deze werkmiddelen zou men inderdaad andere (betalende) schulden moeten aantrekken om dezelfde opdrachten te kunnen uitoefenen (ofwel deze opdrachten laten voor wat ze zijn),
· Ofwel wordt beschouwd als de winst behaald op een volume activa overeenstemmend met de bankbiljettenomloop.
Het verschil tussen 1) de gemiddelde opbrengstvoet van alle rentedragende activa met 2) de gemiddelde kost van alle rentedragende passiva kan één voorbeeld zijn, een bij Wet of conventie aanvaarde rentevoet kan een andere mogelijkheid zijn.

Ook de ECB, één van de weinige andere vergelijkbare centrale banken die haar seigneuriagewinsten ook effectief berekent, hanteert de zelfde benadering van het begrip.
Haar seigneuriagewinsten worden berekend over haar aandeel in de globale bankbiljettenomloop, tegen de basisherfinancieringsrentevoet (zie verder).

Tot 2009 werd dergelijke methode ook door de NBB zelf gehanteerd (zie verder: de 3%-regel als vergoeding voor de seigneuriagewinsten).

De Soevereine Staat zag echter gevaren, en wilde meer. De waarde en voordelen van het verleende emissierecht moesten worden herzien.