… PURE LEUGENS

Argumentatie van zowel de Wetgever als vanwege de NBB.
Afgetoetst aan de feitelijke waarheid.



” De cascade in de aanwending van het resultaat garandeert aldus dat de financiële belangen van de instelling zelf, van haar aandeelhouders en van de soevereine staat allen op een evenwichtige wijze aan bod komen.
Het is aan de Regentenraad, bevoegd om, in alle onafhankelijkheid, te beslissen over een reserverings- en dividendbeleid en dit vervolgens openbaar te maken, dat het toekomt over dit evenwicht te waken. “

” Dit voorstel van herziene financiële bepalingen raakt niet aan de eigendom van het kapitaal van de Nationale Bank, noch aan de rechten van de aandeelhouders ten aanzien van de gereserveerde winsten. “

Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  Memorie van Toelichting (pag. 7)

“ De Bank heeft vandaag, 22 juli 2009, haar nieuwe reserverings– en dividendbeleid vastgesteld.
Ze heeft er daarbij zorg voor gedragen dat  – zoals de Memorie van Toelichting bij de  Wet van 3 april 2009 het uitdrukkelijk vereist op evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met de onderscheiden belangen van de centrale bank  / vennootschap zelf, van haar aandeelhouders en van de Soevereine Staat.

Bron:  Perscommuniqué van de NBB dd. 22/07/2009

De gecumuleerde bedragen, van 2009 tot en met 2018:

Rood = aan de Belgische Staat toegekende dividenden en “seigneuriage”

Blauw = belastingen en roerende voorheffing op dividenden

(licht en donker) Groen = gereserveerde bedragen (= het belang van de vennootschap)

Geel = netto dividenden aan privé aandeelhouders

De bedragen zoals hiervoor grafisch in beeld gebracht.

En het effectief gerealiseerde “evenwicht ” waar de onafhankelijke Regentenraad zo nauwgezet op toeziet.

Het evenwicht, welke “een uitdrukkelijke vereiste” was vanwege de Wetgever.

Geen enkele andere Nationale Centrale Bank maakt een onderscheid tussen haar respectievelijke Soevereine Staat en haar Staat als aandeelhouder. Geen enkele andere NCB keert een “seigneuriagewinst” als dusdanig uit..

Zelfs wanneer men zou aanvaarden dat de NBB een dergelijke vergoeding zou toekennen, doch er rekening mee houdend dat de wetgever van een Regentenraad UITDRUKKELIJK verwacht dat zij de belangen van de vennootschap altijd vooropstelt, en dermate onafhankelijk dient te zijn dat het resultaat van haar beleid een EVENWICHT moet opleveren tussen de financiële belangen van zowel de vennootschap, haar eigenaars als van de (Soevereine) Staat, dan moet men van een Regentenraad verwachten dat:
1) een berekening van die vergoeding wordt gemaakt, 2) hierbij dezelfde criteria gebruikend van de ECB, 3) dezelfde transparantie toont als die welke zij hanteert inzake haar dividendbeleid, 4) dergelijke vergoeding NIET uitkeert wanneer er geen seigneuriage kan worden gerealiseerd, en 5) deze niet uit de jaarwinst uitkeert (maar als een kostenrubriek opneemt in haar resultatenrekening).

In de Memorie van Toelichting bij de Wet van 3 april 2009 werd “uitdrukkelijk vereist” dat de Regentenraad over “een evenwicht tussen de belangen” van de vennootschap, haar eigenaars en de Staat zou waken.

De Belgische Staat mag in ieder geval niet klagen over … de Regenten die ze zelf heeft benoemd?

Aandachtspunten:

@ ” De cascade in de aanwending van het resultaat (..) ” zou volgens de Wetgever en het bestuur van de NBB één en ander garanderen.
Niets is minder waar: wanneer het bestuur elke onafhankelijkheid ontbreekt, en geen transparante berekening maakt van het (eventuele) voordeel welke het emissiemonopolie kan inhouden, haar macht misbruikt om het dividend- en reserveringsbeleid bewust laag te houden om op die manier maximaal eigen vermogen over te hevelen naar de Schatkist, dan garandeert “een cascade in de aanwending” helemaal niets!

@ Dat de Regentenraad deze noodzakelijke onafhankelijkheid ontbreekt heeft zij reeds bij talrijke gelegenheden bewezen. Wanneer er meerdere jaren geen sprake is van seigneuriage, en men blijft toch jaarlijks honderden milljoenen euro’s als dusdanig aan het vermogen van de vennootschap onttrekken, lijkt het gebrek aan onafhankelijkhied toch bewezen te zijn.

@ Elders op de pagina werd gewezen op de werkelijk reële mogelijkheid die de Regentenraad heeft om bv. miljarden euro’s meerwaarden (op de goudvoorraad) als “seigneuriage” te beschouwen. Daarbij haar dividend- en reserveringspolitiek gewoon ongewijzigd te laten (of erger: een reservering als niet noodzakelijk te beschouwen) en deze meerwaarden integraal aan de Belgische Staat over te maken.
Ook dergelijke mogelijkheden worden door “een cascade in aanwending” NIET opgevangen. Het enige wat dit wel zou doen: 1) seigneuriage is het resultaat van een transparante berekening (cfr het dividendbeleid) en wordt tot uiting gebracht als een kostenrubriek van de resultatenrekening, of 2) de werkwijze zoals deze gehanteerd wordt door de Bank of Canada (zie Wat is seigneuriage?) . Dan is er geen enkele twijfel:

“Seigneuriage is dan een vergoeding voor het werkelijke emissievoordeel, geen afstand van de globale winst van de vennootschap.

@ Het in de periode 2009-2018 werkelijk gerealiseerd “evenwicht tussen belangen” werd enkel bereikt omdat alle NCB’s erkennen dat de monetaire programma’s van de ECB hoge risico’s met zich brengen.
En de Regentenraad dus gedwongen werd om (weze het pas vanaf 2014) 50% van de winsten te reserveren!

@ Hoe zal dit “evenwicht” evolueren wanneer we naar minder risicovolle tijden gaan? Met ander woorden:

  • ” Zullen de dan minder gereserveerde bedragen opnieuw als “seigneuriagewinsten” worden beschouwd (zoals de periode 2009 – 2014)? ”
  • ” Ook wanneer er van enige “seigneuriage” geen enkele sprake kan zijn? “

Of worden de statutair verankerde eigendomsrechten van de aandeelhouders in de toekomst opnieuw gerespecteerd?



(…) , vooreerst opgemerkt dat de nieuwe regel noch als doel, noch als gevolg heeft de Staat als aandeelhouder van de Nationale Bank anders te behandelen dan de andere aandeelhouders van de Nationale Bank.

Het betreft niet de relatie tussen de Nationale Bank en de Staat als aandeelhouder, maar, zoals boven vermeld, de relatie tussen de Nationale Bank en de soevereine Staat 
die, in uitoefening van haar prerogatieven, aan de Nationale Bank, als centrale bank van het land, het emissieprivilege inzake bankbiljetten heeft verleend.
Het gaat er dus om, EN SLECHTS OM, de Staat verlener, en aldus, de collectiviteit van burgers die hij vertegenwoordigt, de correcte vergoeding te verzekeren voor het zo aan de centrale bank verleende privilege, waarvan de uitoefening specifieke inkomsten genereert, SEIGNEURIAGE genaamd.

Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 6

En nog:

Zonder afbreuk te doen aan het fundamentele onderscheid tussen de seigneuriage (de relatie centrale bank-soevereine Staat) en de vergoeding van het kapitaal (relatie Nationale Bank— aandeelhouders, inclusief, sinds 1948, de Staat, ..

Bron: Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 7

Bovenstaande passages zijn het antwoord op een bedenking van de Raad van State:
” Door de exclusieve toekenning aan De Staat, van het laatste overschot van de jaarlijkse winsten van de Nationale Bank, die volgt uit (…), komt De Staat, één van de aandeelhouders ervan, in een positie te staan die verschilt van die van de overige aandeelhouders. “

Men doet ALTIJD afbreuk aan het fundamentele onderscheid tussen seigneuriage en de vergoeding van het kapitaal,

Men doet ALTIJD afbreuk aan de rechten van de aandeelhouders,

wanneer: 1) men jaarlijks toch honderden miljoenen euro’s eigen vermogen overdraagt onder het motief van seigneuriage, wanneer er van seigneuriage geen enkele sprake kan zijn, 2) men het mogelijk maakt andere componenten van het eigen vermogen (zoals meerwaarden op activa) te onteigenen onder hetzelfde valse motief dat men dan seigneuriage zou noemen.

Tegenover deze overdrachten stelt de Soevereine Staat, “als collectiviteit van burgers” die zij vertegenwoordigt, ABSOLUUT NIKS tegenover:

GEEN staatswaarborg tegen latere (belangrijke) verliezen (zie de standpunten vanwege de Directie van de NBB), GEEN enkele inbreng van (vreemd noch eigen) vermogen welke werkmiddelen voor de vennootschap zouden betekenen, zoals de laatste jaren GEEN enkel voordeel van gratis werkmiddelen, ABSOLUUT NIKS !

Een schatkist is een schatkist, toch?

Het zal de Belgische Staat waarschijnlijk worst wezen in welke hoedanigheid haar Schatkist gevuld raakt:

Als aandeelhouder (onder de vorm van dividenden) of als Soevereine Staat (en men noemt het dan maar “seigneuriage”).

Al raakt een Schatkist makkelijker gevuld wanneer men de winsten NIET moet delen met de 50 % andere aandeelhouders !!

Bedrog en leugens lonen, ook hier !



Kenmerkend voor een centrale bank is dat er regels bestaan voor de verdeling van haar opbrengsten die moeten garanderen dat het surplus van de inkomsten ten opzichte van haar kosten, terugvloeit naar de Staat als soevereine Staat.
De belangrijkste inkomstenbronnen van een centrale bank vloeien immers voort uit de uitoefening van door de overheid verleende monopolierechten, in het bijzonder inzake de uitgifte van bankbiljetten.

Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 4

In alle landen bestaan er verdelingsregels die er voor zorgen dat het inkomensoverschot van de centrale bank ten opzichte van haar kosten toevloeit naar de Staat als houder van het emissierecht. “

Bron:  Ondernemingsverslag 2009  –  Voorwoord van Gouverneur Quaden  (pag. 6)

Er werd elders reeds verduidelijkt dat de typische communicatie vanwege het bestuur van de NBB geen oprechte bedoeling tot correcte informatie inhoudt. Men schrijft “het surplus van de inkomsten ten opzichte van haar kosten”, zonder meer.

Men vergeet waarschijnlijk een belangrijke aanvulling: “het surplus van de inkomsten … verbonden aan de herbelegging van de bankbiljettenomloop, en van de kosten verbonden aan deze activiteit”. Of zou men werkelijk de totale winsten, van alle activiteiten van de centrale bank bedoelen?

Feitelijk geeft de Nationale Bank hier zelf aan dat ze bedrieglijk en misleidend communiceert:

II. HET RESULTAAT
De resultatenrekening wordt voortaan opgemaakt volgens het model dat aanbevolen is voor de nationale centrale banken van het Eurosysteem.
De in het kaderstuk hierboven beschreven evoluties boden de gelegenheid om deze overstap te doen.
Bron:  Jaarverslag  NBB 2009 (pagina 59)

De in het kaderstuk beschreven evoluties” betreffen de opheffing van de zogenaamde 3%-regel, het Artikel 29 dus volgens dewelke de NBB haar seigneuriagewinsten berekende en aan haar soevereine Staat een belangrijk deel van deze winsten als dusdanig overmaakte.

Zoals eerder gesteld werd deze vergoeding als een afzonderlijke kostenrubriek opgenomen in de resultatenrekening van de centrale bank (Aandeel van de Staat (-)  subpost 1. Opbrengsten van de netto rentegevende activa).

Het was net deze vergoeding van seigneuriage aan de soevereine Staat die verhinderde dat de NBB kon rapporteren zoals de ECB en alle andere NCB’s dit van bij aanvang van het ESCB wel deden!

De NBB kon dus pas rapporteren volgens het model van resultatenrekening zoals dit is voorgeschreven in de Richtsnoeren van de ECB mits de 3%-regel af te schaffen!

Geen enkele andere NCB van het Europees stelsel, sedert oprichting van het ESCB tot op vandaag, heeft een dergelijke kostenrubriek met hetzelfde doel in haar resultatenrekening opgenomen. Noch bestaat er één andere NCB die een deel van haar (totale) jaarwinsten afstaat aan haar Soevereine Staat met als argument seigneuriage!

Welke regels zijn dan wel zo kenmerkend voor een centrale bank? Zijn zij dan werkelijk kenmerkend?



” Deze regel verzekert op meer eenvoudige, transparante en doeltreffende wijze dat het surplus van de inkomsten ten overstaan van de kosten van de Nationale Bank, na de vergoeding van het kapitaal, toekomt aan de soevereine Staat, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de aandeelhouders, inclusief inzake het dividend. “

Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 4

Maar zeker ook:

@ ” Het recht van al de aandeelhouders op de vergoeding van hun geïnvesteerde kapitaal is gevrijwaard (..) ”
Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 7
@ ” Dit voorstel van herziene financiële bepalingen raakt niet aan de eigendom van het kapitaal van de Nationale Bank, noch aan de rechten van de aandeelhouders ten aanzien van de gereserveerde winsten. ”
Bron:  Wetsontwerp  Doc  52  (1793/01)  pag. 7
@ ” De beleidsvrijheid van de Regentenraad inzake reserverings- en dividendbeleid moet het dit orgaan tevens mogelijk maken erover te waken dat de gerealiseerde meerwaarden op specifieke activa, te weten het vastgoed en de statutaire portefeuille, in dezelfde mate als onder de oude regeling toekomen aan de aandeelhouders.

Elders werd reeds beschreven wat de Wetgever met de evidente rechten van de aandeelhouders van de NBB heeft gedaan.

Maar zijn de EIGENDOMSRECHTEN van die aandeelhouders beperkt tot:

Het ontvangen van een dividend? Een vergoeding, berekend uitsluitend op het geïnvesteerde kapitaal (of ook op elke verdere aangroei)? Meerwaarden uitsluitend op “specifieke activa” zoals vastgoed en de statutaire portefeuille (of ook op de meewaarden en inkomsten van ALLE activa, zoals de goud- en deviezenvoorraad)?

De particuliere aandeelhouders staan in ieder geval op het respect van het Artikel 4 van de Statuten van de vennootschap:

” Elk aandeel NBB geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten. “

Zowel de Wetgever als de Regentenraad bewijzen dat zij telkens weer problemen hebben met het nochthans evidente respect voor de Statuten van de vennootschap !!